Windmolens voor kunstmest

Elektrolyse Kunstmestfabrikant Yara zegt dat het CO2 zal besparen met een groene waterstoffabriek. Experts vrezen juist voor méér uitstoot.

Stikstofbindingsbedrijf Yara is van plan een elektrolyser op te leveren van 100 MW in het Zeeuwse Sluiskil. Het wil daarvoor windstroom inkopen van de Deense windparkbouwer Ørsted.
Stikstofbindingsbedrijf Yara is van plan een elektrolyser op te leveren van 100 MW in het Zeeuwse Sluiskil. Het wil daarvoor windstroom inkopen van de Deense windparkbouwer Ørsted. Foto Siebe Swart

Weer meldt een fabriek zich om waterstof te maken met windstroom. Kunstmestfabrikant Yara in het Zeeuwse Sluiskil is een grootverbruiker van waterstof. Een deel van die waterstof wordt ‘groen’, kondigden Yara en de Deense windparkbouwer Ørsted maandag aan.

Volgens de bedrijven vermindert het project gegarandeerd de CO2-uitstoot, zoveel als „het van de straat halen van 50.000 conventionele auto’s”. Maar onder energie-experts groeit de kritiek op zulke grootschalige waterstofplannen. Een fabriek voor groene waterstof trekt zoveel stroom dat windparken het niet kunnen bijbenen, denken zij. „De facto wordt de stroom toch deels opgewekt uit fossiele bronnen”, aldus hoogleraar regulering van energiemarkten Machiel Mulder van de Rijksuniversiteit Groningen.

Het kabinet wil vooroplopen bij de productie van waterstof uit water met stroom, zogeheten elektrolyse. Elektrolyse is duur en daarom niet gangbaar, maar Nederland wil het gebruik ervan sterk vergroten zodat de kosten dalen. Tussen nu en 2030 moet de elektrolysecapaciteit toenemen van de huidige 1 megawatt (MW) naar 3.000 à 4.000 MW. De eerste raming van de benodigde subsidie komt uit op 5 miljard euro.

Lijst maandelijks langer

Hoewel nog nauwelijks elektrolysers zijn gebouwd, wordt de lijst met geplande waterstoffabrieken van de Nederlandse industrie bijna maandelijks langer. Yara wil in 2024 of 2025 in Sluiskil een elektrolyser opleveren van 100 MW.

De Denen staan op het punt om voor de Zeeuwse kust het grote windpark Borssele 1 & 2 op te leveren, met 94 windturbines die genoeg stroom zou kunnen leveren voor een miljoen huishoudens. „Ongeveer een kwart van de elektriciteitsproductie van dat park zou naar de elektrolyser kunnen gaan”, aldus een woordvoerder van Ørsted. Elektrolysers trekken zoveel stroom dat door de kabinetsplannen de landelijke stroomvraag in 2030 met bijna 30 procent stijgt.

Lees ook: Waterstof in industrie is maar beperkt te vergroenen

Yara wil de windstroom van Ørsted inkopen om zijn eigen fabriek te vergroenen. Yara is een grote fabrikant van ammoniak. Het bedrijf maakt er kunstmest van, maar bijvoorbeeld ook de dieseltoevoeging AdBlue. Ammoniak wordt gemaakt uit waterstof. Dat is nu een fossiel proces, want de basis voor die waterstof is aardgas. Die productie maakt Yara tot een van de grootste uitstoters van CO2 van Nederland, met 3,4 miljoen ton in 2019.

De elektrolyser die ‘groene’ waterstof maakt, zal die uitstoot met 0,1 miljoen ton beperken, aldus de twee bedrijven. „Voor Yara Sluiskil bestaat de roadmap voor CO2-reductie uit aanpassingen van bestaande installaties, CCS [ondergrondse CO2-opslag] en groene waterstof”, aldus de woordvoerder van Yara. „We zien CCS als een tijdelijke oplossing; parallel willen we groene waterstof ontwikkelen.”

De elektrolyser van 100 MW wordt in 2024 of 2025 opgeleverd, mits de financiering in orde komt. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil zulke waterstofplannen subsidiëren, maar heeft nog niet bekend gemaakt hoe. Voor de eerste 500 MW aan elektrolysers schat het ministerie de „benodigde financiële ondersteuning” op 1 à 2 miljard euro. Hoeveel de elektrolyser van Yara kost, wil het bedrijf niet zeggen. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schat de investering voor een soortgelijke fabriek op 180 miljoen euro.

Drie maanden per jaar

Een elektrolyser levert alleen iets op voor het klimaat als de vele stroom die erin gaat grotendeels CO2-vrij is – oftewel uit wind en zon is gehaald. Daar wordt het lastig. Volgens het PBL is er in Nederland in 2030 2.000 uur per jaar (bijna drie maanden) zoveel groene stroom beschikbaar dat het dan „aannemelijk is” dat de elektrolysers op wind of zon draaien. „Het is een modelberekening, maar dat geeft een heel aardige indicatie”, aldus onderzoeker Sander Lensink van PBL die de berekening maakte.

Maar voor een fabriek zoals Yara is het financieel onaantrekkelijk om een dure elektrolyser slechts (omgerekend) drie maanden per jaar aan te zetten, aldus de woordvoerder van Yara. „We zijn voornemens om de elektrolyser fulltime te draaien. Ørsted kan ons garanderen dat die stroom altijd groen is.” Hoe, dat is Ørsted „nog aan het uitwerken”, aldus de woordvoerder van het bedrijf. Dat de stroom van Borssele 1 & 2 komt, is uit financiële overwegingen niet zeker, zegt hij. „Idee is dat het een windpark wordt uit het Ørsted-portfolio, op de Noordzee.”

Consultant duurzame energie Thijs ten Brinck plaatst in een blog kanttekeningen bij de plannen van Ørsted en Yara. „Het is echt belangrijk om in elektrolyse te investeren”, schrijft hij, maar het stroomverbruik van de elektrolyser geeft de komende jaren juist extra CO2-uitstoot. „Wees er eerlijk over.”

Ook hoogleraar Mulder is kritisch op de kabinetsplannen – zelfs als de elektrolysers voor slechts 2.000 uur per jaar subsidie zouden krijgen. „We hebben groene stroom zelden ‘over’, zover zijn we nog lang niet. Dus onttrek je voor waterstof groene stroom aan andere toepassingen, zoals warmtepompen en elektrische auto’s.”

Yara vindt juist dat het kabinet méér draaiuren moet subsidiëren, zegt de woordvoerder. „Nederland wil groene waterstof implementeren. Als je wacht tot het elektriciteitsnet een voldoende groene footprint heeft, krijg je een patstelling.”