Recensie

Recensie Theater

Liliane Brakema tovert ‘Oom Wanja’ om tot klimaatmanifest

Theater In de regie van Liliane Brakema bij het Noord Nederlands Toneel draait Tsjechovs Oom Wanja niet om menselijke emoties, maar om de klimaatcrisis. Het is de aarde die ten onder gaat.

De voorstelling ‘Oom Wanja’ door het Noord Nederlands Toneel.
De voorstelling ‘Oom Wanja’ door het Noord Nederlands Toneel. Foto Reyer Boxem

Publiek dat op Oom Wanja afkomt vanwege affiniteit met Tsjechov komt bij de opvoering door het Noord Nederlands Toneel van een koude kermis thuis. De typische Tsjechoviaanse zwaarmoedigheid, met zijn wurgende gevoel van mislukking is er door regisseur Liliane Brakema vakkundig uitgeranseld. In plaats daarvan is Oom Wanja een klimaatmanifest, dat de mens onomwonden op zijn falen en egoïsme wijst, verpakt in ontregelend acteerwerk en een schitterend toneelbeeld.

Van het verhaal van Tsjechov staan alleen nog de fundamenten. De gepensioneerde professor en zijn 27-jarige vrouw Jelena zijn terug op de boerderij die wordt beheerd door Wanja en zijn nichtje Sonja. Wanja ziet dat de verafgode prof weinig voorstelt, waarmee het besef bij hem doordringt dat hij zijn leven heeft vergooid. Sonja houdt vergeefs van Astrov, een jonge dokter en huisvriend, die op zijn beurt vergeefs smacht naar Jelena. Die is wel ongelukkig in haar huwelijk, maar zwicht niet voor zijn charmes.

Lees ook: Brakema’s ‘Agatha’ toont hoe tegenstrijdig de waarheid is

Groteske speelstijl

Regisseur Brakema heeft haar ensemble een groteske speelstijl opgelegd, die de gekte van dit zonderlinge stel een uiterlijke vorm geeft. De acteurs maken grote, hoekige gebaren, rennen over het toneel, maken synchrone pasjes, vallen op slapstick-achtige wijze en spreken gehaast of overdreven dramatisch. Dat werkt het best met vlotte dialogen, maar Oom Wanja bevat nu eenmaal een flink aantal alleenspraken. Met deze kolderieke stijl mikt Brakema op de lach en Oom Wanja bevat enkele geestige scènes – maar vaker ligt de poging tot humor er te dik bovenop.

Aan de acteurs ligt het niet. Anna Raadsveld (als Sonja), Greet Verstraete (Jelena) en Bram van der Heijden (Astrov) bespelen knap het gehele spectrum van totaal ontspoord tot momenten van bijna ernst. Als hun karikaturale personages hun ongeluk en vertwijfeling uitspreken, klinken ze niet eens ongeloofwaardig. Ali Ben Horsting, in de titelrol, onttrekt zich grotendeels aan de speelstijl van zijn collega’s. Toch blijft ook zijn wanhoop buitenkant.

Ijzersterk geheel

Astrov is de ware held in deze bewerking. Hij plant bossen en houdt van natuur. Sonja hemelt zijn zorg voor de aarde en toekomstige generaties op en Astrov zet geduldig uiteen hoe de mens de wereld vernietigt. Sonja doet dat in een redelijk overbodige en al te nadrukkelijke slotmonoloog nog eens over.

Het meest geslaagd van deze voorstelling zijn het geluidsdecor en de enscenering. Muzikant Thijs van Vuure geeft met minimale middelen scènes een filmische, aardse soundtrack die perfect aansluit op het onaardse spel. Maar wat deze Oom Wanja werkelijk memorabel maakt, is het waterspektakel. Dat begint als een lekkend dak, een druppelen dat wijst op een huis in verval, een zeer Tsjechoviaans symbool van aftakeling. Tot halverwege de sluizen opengaan en het water in stromen naar beneden valt. Dat blijft het doen, terwijl de personages doorspelen en stuntelen met emmertjes. Meer dan woorden kunnen doen, brengt dit watergeklater de klimaatcrisis in beeld. We verzuipen en wij kunnen niets anders doen dan hulpeloos water van links naar rechts scheppen.

Deze gedurfde theatrale vondst bindt de brutale regie van Brakema tot een ijzersterk geheel. Die hele Tsjechov had net zo goed op de plank kunnen blijven liggen: Brakema heeft genoeg aan haar eigen ideeën.