Hoe het lhbti-politienetwerk Roze in Blauw steeds verder onder druk komt te staan

Politie Het lhbti-politienetwerk Roze in Blauw staat onder druk. Veel taken kunnen door een personeelstekort niet meer worden gedaan.

Leden van politienetwerk Roze in Blauw, dat opkomt voor de belangen van onder meer homo- en transgenderslachtoffers, vorig jaar augustus op de politieboot tijdens de Canal Pride in Amsterdam.
Leden van politienetwerk Roze in Blauw, dat opkomt voor de belangen van onder meer homo- en transgenderslachtoffers, vorig jaar augustus op de politieboot tijdens de Canal Pride in Amsterdam. Foto Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

„Ik ben blij dat Roze in Blauw bestaat”, zegt Daniel Schepers over het lhbti-netwerk van de politie, een groep agenten die zich sterk maakt tegen de discriminatie van en het geweld tegen homo- en transgenderslachtoffers. In april werd hij met zijn vriend Fábio Viana in Amsterdam-Oost uitgescholden en bespuugd. Een maand later werden ze ook fysiek aangevallen.

Roze in Blauw was erbij toen ze aangifte deden. „Als homoslachtoffer denk je soms: is het wel serieus genoeg?”, zegt Schepers. „Iemand die zelf homo is begrijpt de discriminatie beter.” Roze in Blauw stuurde hem later nog een bericht om te vragen hoe het ging en organiseerde een rondetafelgesprek met buurtorganisaties om te praten over veiligheid.

Maar het politienetwerk heeft het moeilijk in Amsterdam. Begin juni, in een besloten bijeenkomst met burgemeester Halsema en vertegenwoordigers van lhbti-organisaties, waarschuwden de leden hun politiechef Frank Paauw: als de leden van Roze in Blauw niet genoeg tijd voor hun werk krijgen, dreigt het te verdwijnen.

En dat terwijl er in Amsterdam juist een nieuwe golf van lhbti-gerelateerde incidenten lijkt plaats te vinden. In mei werd een man met een stuk glas gestoken nadat hij en zijn vriend tijdens het kanovaren werden uitgescholden en aan de kant verhaal kwamen halen. Die maand werd ook een transvrouw aangevallen in de metro.

Maar de problemen van Roze in Blauw beperken zich niet tot Amsterdam. In zeker zes van de tien regionale eenheden zeggen leden tegen NRC dat hun Roze in Blauw-werk in de knel komt, waaronder Rotterdam. „Ik heb begrip voor de tekorten bij de politie”, zegt fractievoorzitter van GroenLinks Rotterdam Lies Roest, die er raadsvragen over stelde. „Maar dit zou een reguliere taak moeten zijn.”

Gay Games

Roze in Blauw werd naar aanleiding van de Gay Games in 1998 in Amsterdam opgericht. Inmiddels heeft iedere eenheid zo’n aanspreekpunt, al bestaat dat buiten de grote steden vaak maar uit enkele actieve leden.

Roze in Blauw moet aangifte doen makkelijker maken en belt slachtoffers na. Het helpt collega’s met lhbti-gerelateerde vraagstukken, geeft voorlichting over diversiteit op de Politieacademie, probeert zichtbaar te zijn bij evenementen als de Pride en Roze Maandag (Tilburgse kermis) en is een statement tegen de nog altijd aanwezige homofobie bínnen de politie.

Lees ook dit interview met Ellie Lust: ‘Ik wil het opnemen voor collega’s die met hun poten in de prut staan’

Maar aan die taken komt het netwerk niet meer toe. De werkdruk is te hoog. Een gevolg van capaciteitsproblemen bij de politie; het tekort is alleen al in Amsterdam opgelopen tot 551 fte. Neventaken als Roze in Blauw komen dan als eerste in de knel: veel werk wordt gedaan in de vrije tijd en komt aan op de loyaliteit van de 140 leden, van wie er zeven tot het ‘kernteam’ behoren. Sommigen denken over stoppen.

„Ons werk staat zwaar onder druk”, zegt Mark Achterbergh-Copier, voorzitter van Roze in Blauw in Amsterdam. Ze focussen zich nu nog op drie kerntaken: de piketlijn, contact met belangenorganisaties en een veilige werksfeer voor collega’s, zegt hij. De rest van het werk is stilgezet.

Zo screenen de agenten geen aangiftes meer op mogelijke lhbti-gerelateerde incidenten. „Cijfers daarover worden nu minder zuiver.” Roze in Blauw Amsterdam is met de eenheidsleiding in gesprek over de situatie. Belangenorganisatie COC laat weten zich „grote zorgen” te maken.

Volgens gemeenteraadslid Tirza de Fockert (GroenLinks), die raadsvragen stelde over de problemen, speelt een gebrek aan erkenning mee. „Sommige collega’s zien het werk van Roze in Blauw als soft, niet zoiets als criminelen oppakken. Terwijl je er een zekere sensitiviteit voor nodig hebt; veel transpersonen zijn ongedocumenteerden of komen uit Latijns-Amerika en hebben slechte ervaringen met de politie in eigen land.”

Als Roze in Blauw verdwijnt, is dat echt een verarming, zegt Ellie Lust, die aan de wieg stond van het netwerk. „De lhbti-gemeenschap is dan de grote verliezer. Als je aanspreekbaar wilt zijn als politie voor een kwetsbare groep, dan moeten die je wel kunnen vinden. Zichtbaar zijn dus, dan maak je verbinding.”

Zelf vertrok Lust in 2018 bij de politie om zich volledig te wijden aan een carrière in de media. Roze in Blauw verloor zo een belangrijk boegbeeld. Ze vindt dat Amsterdam vijf fulltime Roze in Blauw-medewerkers moet krijgen. Nu geven de leden zich nog vrijwillig op, en is het niet altijd gegarandeerd dat ze er tijd voor krijgen.

Zelden veroordeeld

Door zichtbaar te zijn hoopt Roze in Blauw het vertrouwen in de politie onder lhbti, en zo de aangiftebereidheid, te verhogen en discriminatiezaken beter te registreren. Door onvoldoende bewijs wordt homodiscriminatie namelijk zelden veroordeeld. In 2019 kwam ruim 1.600 keer een melding binnen bij de politie over discriminatie op basis van ‘seksuele gerichtheid’, waarvan 270 geweldsincidenten. Slechts in een handvol zaken werd een straf uitgedeeld.

Fábio Viana, die met vriend Daniel werd belaagd, had jaren eerder van Roze in Blauw gehoord dat hij een volgend incident moest filmen. Hun belager kreeg daardoor onlangs een boete en een leerstraf wegens discriminatie en belediging.

Lees ook dit opiniestuk van Zahra Boufadiss en Linda Duits: Zwaarder straffen leidt niet tot minder anti-lhbti-geweld

In mei 2019 nam de Kamer nog een motie van Nevin Özütok (GroenLinks) aan om het netwerk beter te „borgen” in de organisatie. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) lijkt echter weinig te willen doen. „Het uitgangspunt is dat iedereen bij elke politiemedewerker terecht moet kunnen en goed geholpen wordt”, laat een woordvoerder weten.

Het ministerie verwijst naar het Netwerk Divers Vakmanschap, waarvan elke eenheid er eentje telt, en waaronder naast Roze in Blauw ook netwerken voor bijvoorbeeld de joodse, Caraïbische of Marokkaanse gemeenschap vallen. Politiecollega’s kunnen bij het Netwerk Divers Vakmanschap terecht voor advies, als ze bijvoorbeeld te maken krijgen met een delict op een mannenontmoetingsplek, of met eerwraak.

Het ministerie acht de positie van Roze in Blauw door dit Netwerk Divers Vakmanschap „geborgd”. Maar betrokkenen zeggen dat het in de huidige vorm een parapluterm dreigt te worden, en afhankelijk blijft van de loyaliteit en tijd van zijn leden. Een woordvoerder van de landelijke korpsleiding laat weten dat het momenteel bekijkt hoe de „operationele inzet voor het Netwerk Divers Vakmanschap wordt ingevuld”.

Intussen zijn er nog steeds homofobe incidenten. Vorige maand werd op station Amsterdam Sloterdijk een man in elkaar geslagen, volgens de politie omdat hij homo was. In Amsterdam-Oost werden regenboogvlaggen bekogeld met eieren en later zelfs met vuurwerkbommen.

Daniel en Fábio zijn vanwege de incidenten verhuisd naar een andere buurt. Daar werden ze weer uitgescholden, dit keer liepen ze door.