Brieven

Gezichtsherkenning

Pas op met mengen psychologie in kunstmatige intelligentie

Foto Hollandse Hoogte / EPA

Het onderzoek in De groei van de betrouwbare glimlach op schilderijen (22/9) lijkt op het eerste gezicht betrouwbaar. Maar niets is minder waar. De onderzoekers blazen (onbedoeld) nieuw leven in de pseudowetenschap ‘fysiognomie’. Dat is het achterhaalde idee dat gezichts- en persoonskenmerken (bijvoorbeeld betrouwbaarheid) samenhangen. In het verleden heeft fysiognomie bijgedragen aan ‘wetenschappelijk’ racisme en antisemitisme, met desastreuze gevolgen. Geen wetenschapper wil per ongeluk een moderne variant van fysiognomie maken. Toch is dát hier gebeurd. Hoe kan dit? Het ging mis in de vertaling van kennis in de psychologie naar de artificiële intelligentie. Psychologisch onderzoek wijst uit dat mensen ‘betrouwbaarheid’-impressies vormen die afhankelijk zijn van gezichtskenmerken buiten onze controle (afstand tussen ogen, breedte van de neus, ruststand van de mond, etc.). De onderzoekers redeneerden: we maken een algoritme dat menselijke ‘betrouwbaarheid’-impressies nabootst. Dat kan detecteren hoe ‘betrouwbaar’ iemand zich wil voordoen. Het is fysiognomie in een nieuw geautomatiseerd jasje. Het is de hoop dat de onderzoekers de zaak terugdraaien. Het algoritme zou anders een gevaarlijke toevoeging kunnen worden aan de groeiende lijst van discriminerende algoritmen die nu al gebruikt worden.