Opinie

Eenzaam in een verbonden wereld

Marc Hijink

Eenzaamheid in een verbonden wereld. Dat was het thema van een onderzoek dat Kaspersky in april en mei liet uitvoeren, midden in de eerste lockdown van de pandemie. Van een beveiligingsbedrijf verwacht je een enquête over verantwoord thuiswerken of kwaadaardige software op het intranet, maar dit love and loneliness-onderzoek raakt een gevoelige snaar.

Een van de conclusies is dat het merendeel van de Nederlandse jongeren tijdens de coronacrisis niet nog meer digitaal contact zoeken dan ze normaal gesproken al doen. Ze zijn geneigd in hun schulp te kruipen en het isolement eerder op te zoeken dan te doorbreken. Liever een beetje netflixen in je eentje, om de tijd te doden.

Generatie Z, volgens het Kaspersky-rapport geboren tussen 1994 en 2001, groeide op in een online wereld. Een op de drie jongeren brengt per dag meer dan vijf uur door op internet en sociale media. Deze generatie hecht ook minstens zoveel waarde aan online vriendschappen als aan ‘echte’ vrienden.

Maar zodra het fysieke isolement toeslaat, schiet technologie tekort. In plaats van elkaar meer berichten te sturen, praten jongeren liever met hun huisdier of de kamerplant. Of beginnen een gesprek met de digitale assistent: Hey Siri, hoe gaat het met je? „Het gaat prima met me – aardig dat je ernaar vraagt.” En hey Google, hoe gaat het met je? „Ik zoek naar antwoorden op grote en kleine levensvragen.”

Lees ook: Hoe eenzaamheid de sfeer op social media verziekt

Voor dit eenzaamheidsonderzoek werden 10.500 Europeanen ondervraagd, onder wie duizend Nederlanders. Sommige conclusies zijn voorspelbaar: Italianen voelen zich het meest eenzaam, veel ouderen ontdekken door de lockdown nieuwe technologie om contact te onderhouden. Jongeren ervaren, ondanks hun digitale expertise, de grenzen van het online bestaan en zonderen zich liever af. Jos Ahlers, auteur van het boek Generatie Z en de vierde (industriële) revolutie, heeft daarvoor een verklaring: „Sociale media fungeren vaak als een spiegel. Jongeren kijken naar andere jongeren om zichzelf te herkennen en om zelfwaardering te voelen. Wanneer ze zich slecht voelen, kijken ze liever naar binnen dan naar hun eigen (digitale) reflectie.”

Om me heen zie ik mijn generatie – die van de verplichte thuiswerkers – de schouders ophalen over de aangescherpte coronamaatregelen. Met een goede bureaustoel en fatsoenlijke wifi kom je een heel eind. Minder reistijd, meer vrijheid om je tijd in te delen; er zijn ergere dingen.

De eerste kantoormedewerker die de barricaden opgaat om weer naar kantoor te mogen moet ik nog tegenkomen, maar studenten protesteren tegen de overmaat aan online onderwijs. Ze willen echt naar school. Je kunt je hoofd via internet voltanken met kennis, maar het lijf wil ook wat: andere lijven bijvoorbeeld.

Bij Generatie Z vallen nieuwe beperkingen en het gemis aan bewegingsvrijheid rauw op het dak. Dit past in het beeld van eerdere onderzoeken: jongeren krijgen niet de fysieke, maar wel de mentale klap van corona. En dat voelt soms, zoals Ciske de Rat het in 1984 al verwoordde, verdomd alleen.

Marc Hijink schrijft over technologie

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.