Reportage

‘Van de sluiting kreeg ik tranen in mijn ogen. Je hebt je ziel en zaligheid in het bedrijf gestopt’

Philips in Noord-Nederland Philips had ooit fabrieken door heel Nederland, nu allang niet meer. Een nieuw boek beschrijft de geschiedenis van de 95 locaties. Een tocht door Noord-Nederland. „Het was een grote familie.”

In Stadskanaal geeft oud-werknemer Ed Donga een rondleiding over wat ooit het grootste fabrieksterrein van Philips was. Rechts: Bert Tip.
In Stadskanaal geeft oud-werknemer Ed Donga een rondleiding over wat ooit het grootste fabrieksterrein van Philips was. Rechts: Bert Tip. Foto Kees van de Veen

Van een afstandje lijkt het niet meer dan een bult gruis op een vervallen industrieterrein in Stadskanaal. Maar voor Ed Donga (71) ligt tussen het puin zijn verleden. Het zijn de muren, vloeren en plafonds van de Philipsfabrieken in Stadskanaal, waarin hij zijn hele leven werkte.

De bult gruis markeert wat in de vorige eeuw wereldwijd een van Philips’ grootste fabrieksterreinen was. Daarvan zijn nu nog maar enkele gebouwen over, en die zijn helemaal verruïneerd. „De partij die het terrein van Philips kocht, heeft er een zooitje van gemaakt”, zegt Donga als hij door een verlaten hal loopt. „Maar als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik nog voor me hoe het was: de machines, de mensen, het geluid.”

Uithoeken

Philips is overal en overal is Philips. Het bedrijf dat begon als gloeilampenfabriek, is nu een multinational die zich vooral richt op gezondheidstechnologie, met vestigingen in meer dan honderd landen, 81.000 werknemers en 19,5 miljard euro omzet.

Maar ooit begon de geschiedenis van Philips in de uithoeken van Nederland. „Daar waar veel personeel beschikbaar was, zette Philips een fabriek neer”, vertelt Bert Tip, manager bij Philips in Best, Noord-Brabant. Hij schreef er een boek over, dat vorige maand verscheen: Philips in Nederland, over de geschiedenis van 95 Nederlandse Philipslocaties. Een tocht door Noord-Nederland met Tip en oud-werknemers geeft een illustratie van deze geschiedenis: op de ene plek floreert Philips, op andere plekken is het bedrijf bijna helemaal verdwenen.

Zo werkten in 1970 nog bijna 3.000 medewerkers in de fabriekshallen in Stadskanaal. Dagelijks vertrokken 25 treinwagons vol beeldbuizen uit het Groningse dorp. Maar waar ooit de fabrieken stonden, staat nu een zonnepark met de oude stenen fabrieksschoorsteen en het voormalige trappenhuis ertussen. „Daarop staat een wandmozaïek”, zegt Donga trots. „Mercurius, de god van de handel, die het logo van Philips vasthoudt.”

Hij loopt over het voormalige terrein van Philips in Stadskanaal, wijst naar de rails verderop waar nu alleen nog een museumtrein overheen rijdt, en vertelt over de gesloopte fabriekshallen. De hallen die er nog staan zitten onder de graffiti, worden anti-kraak bewoond of zijn eenvoudigweg vervallen. „Met vrachtwagens kwam het tuig hier ’s nachts de gebouwen strippen”, zegt Donga als hij in zijn oude kantoor op de eerste verdieping van een 1.000 vierkante meter grote fabriekshal staat. „Koper, leidingen en zelfs de radiatoren hebben ze meegenomen.”

In 1970 werkten er bijna 3.000 mensen voor Philips in Stadskanaal.

Foto Kees van de Veen

Bijna het hele gezin van Donga werkte in de fabriek, waar voornamelijk televisies werden gemaakt. In de beginjaren zag de geboren Veenkoloniaal de bevolking van Stadskanaal dankzij Philips bijna verdubbelen. Er kwam een ziekenhuis, een theater, duizenden woningen, een middelbare technische school, sportvelden en een vliegveldje. „Overdag werkten we op het terrein, en ’s avonds kwamen we samen bij de personeelsvereniging”, zegt Donga. „Het was een grote familie.” Philips organiseerde onder meer bingoavonden, had eigen sportverenigingen en een computerclub.

Het strijkijzer voorbij: Philips’ transformatie is nu voltooid

In 2006 kwam er een einde aan. „Daar kreeg ik wel tranen van in mijn ogen”, zegt Donga. „Zo van potverdorie, je hebt je ziel en zaligheid in het bedrijf gestopt en dan is het over.” Toch begrijpt Donga wel dat Philips uit Stadskanaal vertrok. „De salarissen waren elders lager en sommige producten die we maakten, waren al achterhaald. Dan houdt het op.”

Ondernemers in Stadskanaal hebben plannen het terrein met het iconische trappenhuis en de stenen schoorsteen nieuw leven in te blazen. „Er zijn ambitieuze plannen voor nieuwe bedrijven, museumactiviteiten en scholen ”, zeg Tip. „Het zou geweldig zijn als deze plek net zo bruisend wordt als het oude Philipsterrein Strijp-S in Eindhoven, waar nu woningen, start-ups en hippe restaurants zijn gevestigd.”

Boeren en de bijbel

„Hé, dat is mijn zoon”, roept de net gepensioneerde manager Felix Ernens (66) vanaf de parkeerplaats voor de Philips-fabriek in Drachten. Net als Donga werkte hij zijn hele leven bij Philips, maar dan in Drachten. Ook Felix’ zoons werken, met nog 2.100 anderen, op het terrein. De fabriek in Drachten is samen met die van Best, waarvan auteur Bert Tip de campusmanager is, een van de twee overgebleven Philips-productielocaties in Nederland.

Felix Ernens (l) en Bert Tip voor de Philips-fabriek in Drachten. Foto Kees van de Veen

Sinds 1950, toen Philips in Drachten begon, worden er scheerapparaten geproduceerd. Ernens heeft ze thuis allemaal uitgestald, de ruim tweehonderd scheerapparaten van Philips waar hij in zijn veertig dienstjaren aan heeft gewerkt. Dat betekent niet dat zijn wangen alleen door Philipsapparaten aangeraakt mochten worden: „Ik kwam vaak ongeschoren op het werk en probeerde dan in de fabriek ook de concurrent wel eens uit”, zegt hij.

Vanuit Noord-Groningen kwam hij na de hogere technische school (hts) in Drachten terecht. Zijn collega’s waren voornamelijk boeren en boerenknechten. Om fabriekswerk voor hen aanlokkelijk te maken, kwamen er grote ramen in de gebouwen waardoor het leek alsof je buiten was. „Mensen moesten het gevoel van het platteland behouden”, zegt Tip. „Ook werden de fabrieken ‘montageateliers’ genoemd. Dat klonk aantrekkelijker.”

In de fabriek op een stoel zitten en iets monteren was volgens de boeren geen werken, weet Ernens nog. „Fysieke arbeid, dát was werk.” En dus gingen de boeren elke dag voor én na hun werk in de fabriek alsnog hun vee voeren of melken.

Behalve op zondag. Anders dan in de rest van Nederland bleef Philips in Drachten nog lange tijd op zondag gesloten. „Er was een grote gereformeerde groep waarvan de dominees de zondagsdiensten bij Philips ter discussie stelden”, zegt Felix. Tijdens een vergadering waarbij Philips aankondigde tóch op zondag te willen gaan werken, zag Felix hoe een collega daarop reageerde. Toen de leiding uitgepraat was, pakte hij een bijbel uit zijn overall en legde die met een klap op tafel. Waarna hij de woorden sprak: „Dit is het enige woord waarnaar ik luister.”


Foto Kees van de Veen

Foto Kees van de Veen

Twee villa’s

Niet alle fabrieken van Philips werden een succes. In het Friese dorpje Koudum stond van 1959 tot 1969 een productiehal waar onderdelen voor scheermachines werden gemaakt, door voornamelijk vrouwen. Rommy Hoekema (72) werkte er als vijftienjarig meisje, met haar zus en vader.

Het werk was eentonig, maar er kwam geld in het laatje. „Elke week kregen we een bruin zakje met geld, en daarmee ging we dan een patatje halen.” Dat geld kwam in zakken overgevlogen vanuit Eindhoven, vertelt Tip. „Dat is een van de redenen waarom bij veel fabrieken ook een vliegveldje moest komen.”

In de fabriek stond de hele dag de radio aan, weet Hoekema nog. „Arbeidsvitaminen”, een radioprogramma waarbij nummers aangevraagd konden worden. „Dan zongen we de hele dag liedjes mee, zoals die van Anneke Grönloh.”

Af en toe kwam iemand van Philips langs die het aantal voltooide producten binnen een bepaalde tijd kwam klokken. „Dan zeiden we tegen elkaar dat we niet te snel moesten werken, anders zouden we nóg meer moeten produceren.” Aan de hand van dat klokken werd toen de kostprijs van de producten bepaald. „Ik vond die controles verschrikkelijk”, zegt Hoekema.

Foto Kees van de Veen

Chirurg snijdt straks in een hologram

De komst van Philips in Koudum zorgde wel voor reuring: er kwam een voetbalteam, een toneelvereniging en tientallen nieuwe huizen voor personeel. Maar Philips vond rondom Koudum te weinig arbeidskrachten, en dus stopte de fabriek na tien jaar. In één keer was het over met het voetbalteam en de toneelvereniging, zegt Hoekema. Nog jaren bleef de productiehal aan de rand van het dorp staan, tot er een paar jaar geleden twee villa’s voor in de plaats kwamen. Hoekema: „Alleen de huizen herinneren dit dorp nog aan Philips.”

Hoewel Ernens en Donga met pensioen zijn, houden ze zich nog dagelijks bezig met Philips. Ernens geeft rondleidingen in Drachten, Donga begon met oud-medewerkers een Philipsmuseum in Stadskanaal.

De enthousiasme, is dat het Philipsgevoel? „Producten van zand tot klant – alles maakten we zelf”, zegt Ernens. „En elke keer iets innovatiefs, wat de hele wereld overging. Dat maakt ons nog steeds trots.”

Bert Tip: Philips in Nederland. Uitgeverij Kimabo, 472 blz. € 34,95