Recensie

Recensie Muziek

Countertenor toont zijn sixpack in kluchtig programma over de levensgenieter Bach

Recensie Bachs brouwerij In het vrolijke programma ‘Bachs Brouwerij’ verzamelt de Bachvereniging liedjes van J.S. Bach en tijdgenoten over de lagere lusten. Het bier staat op tafel, eronder wordt gekust.

Foto Simon van Boxtel

Countertenor Yosemeh Adjei en tenor Julian Habermann zaten al het hele concert met elkaar te flirten, het was gewoon gênant, dus verbaasde het niemand dat ze na hun duet ‘Die Kunst des Küssens’ met veelbetekenende blikken onder tafel verdwenen. Daar troffen ze sopraan Griet De Geyter, die er haar heimelijke liefde voor basbariton Dominik Wörner uitleefde, zojuist uitvoerig beleden in het lied ‘Willst Du Dein Herz mir schenken’ van J.S. Bach. Maar Bach is niet om te lachen, toch?

De Nederlandse Bachvereniging (NBV) wijdt zich aan All of Bach: zo heet het monumentale project om alle muziek van haar naamgever online beschikbaar te maken. En de schepper van verheven kerkmuziek was óók een familieman en levensgenieter, verslingerd aan koffie en tabak. In Bachs brouwerij verzamelde de NBV liedjes van Bach en tijdgenoten die de lagere lusten en geneugten bezingen. Het programma was zowel kluchtig als muzikaal uitmuntend, op een manier die je eerder met Mozart associeert dan met Bach.

Coronahuisfeestje

Regisseur Thomas Höft ensceneerde het concert als een coronahuisfeestje. De musici kregen blikken bier. Het solistenkwartet kwam in avondkleding op, maar verkleedde zich al snel in joggingbroek, waarbij Adjei zijn sixpack kon flashen. De Geyter beweende ondertussen haar dode kanariepietje, in twee deeltjes uit Telemanns Trauermusik eines kunsterfahrenen Kanarienvogels. Wörner bezong zijn geliefde tabakspijp en er was een vrolijk zuipliedje uit de Leipziger ariaverzameling Musikalische Rüstkammer.

Lees ook: de recensie van King Arthur door de Bachvereniging

Centraal stond Bachs Quodlibet, BWV 524, een uitgesponnen nonsensstuk waarin de solistencast een gezamenlijke glansrol vervulde. Tijdens de Vioolsonate, BWV 1021 door Shunske Sato bouwden zangers en musici onbekommerd een feestje, hieven het glas, legden een kaartje en vielen in slaap – om bij het levendige derde deel op te springen en te dansen. Sato had daarna de grootste moeite zijn tegenstribbelende collega’s weer naar hun plek te dirigeren, terwijl Habermann in ‘Kommt, wir wollen ausspazieren’ van Johann Krieger zong over ‘an die Arbeit gehn’.