Met een CO2-meter door het huis: ventileren kun je leren

Ventilatie De luchtkwaliteit op scholen en in publieke ruimtes is punt van zorg en discussie. Maar hoe zit dat eigenlijk bij ons thuis?

Luchtkwaliteitsmeter
Luchtkwaliteitsmeter Beeld Peter Lipton

Dat is schrikken. In de slaapkamer van acht vierkante meter, waar de twee grote ramen altijd wijd openstaan, benadert de luchtkwaliteit die van de frisse buitenlucht doorgaans heel dicht. Maar halverwege de nacht heeft de regen-plus-harde-wind de slapers gedwongen de ramen dicht te doen – en ging in korte tijd veel frisheid verloren. Op de display van het apparaatje dat op het nachtkastje de hoeveelheid CO2 meet is de score opgelopen van zo’n 450 ppm (parts per million) bij het slapengaan tot 750 ppm bij het ontwaken.

Lees ook: 800 scholen voldoen niet aan normen ventilatie

Het debat over de rol van aerosolen bij de verspreiding van het coronavirus in combinatie met de naderende herfst heeft menigeen – ook los van mogelijke ziekteverwekkers – aan het denken gezet over de luchtkwaliteit binnenshuis. „Slechte luchtkwaliteit ontstaat als de lucht in een ruimte lang niet ververst wordt. Er hoopt zich dan van alles op”, zegt Rob van Strien van de GGD Amsterdam en voorzitter van de landelijke GGD-werkgroep binnenmilieu. Het gaat daarbij niet alleen om het CO2-gehalte. Nieuwe meubels, vloerbedekking en bouwmaterialen zoals spaanplaat of lijm stoten schadelijke stoffen als formaldehyde uit. Vocht dat vrijkomt bij douchen, was drogen en koken kan zorgen voor meer huisstofmijt en schimmelvorming. En dan zijn er nog gas uit het gasfornuis, rook van sigaretten, houtkachel of kaarsen, ziektekiemen en de geur van mens en dier die in de lucht blijven hangen.

Verontreinigde lucht kan leiden tot luchtwegklachten, hoofdpijn, dufheid of geïrriteerde ogen, al is niet iedereen daar gevoelig voor. „Niet alles is een even groot probleem”, zegt Van Strien. „Veel mensen hebben schimmels in de badkamer. Maar daar ben je niet zo vaak. Als het overslaat naar de woonkamer of de slaapkamer heeft het meer kans om op de luchtwegen te slaan. Mensen met astma hebben sneller last van slechte luchtkwaliteit dan anderen.”

Ventileren biedt soelaas. Voor kantoren, scholen en ziekenhuizen zijn er richtlijnen voor het verversen van lucht. Voor huizen in principe ook, maar toch hebben veel huiseigenaren geen idee hoe het met de ventilatie zit.

Om hier een indruk van te krijgen, maakten we een rondgang met een CO2-meter in Amsterdam en Hilversum. Een zwart rechthoekig kastje met in het midden de aan- en uitknop en een display dat na inschakeling na een seconde of twintig de CO2-concentratie en de temperatuur laat zien. Komen de ppm’s boven een ingestelde waarde, dan gaat het apparaat bescheiden (maar irritant genoeg) piepen en knippert er een rood lampje.

Lees ook: RIVM: tóch kans op zwevend virus in bedompte ruimte

Continu ventileren

„CO2 is een maat voor hoeveel er geventileerd wordt”, zegt Van Strien. CO2 zelf is niet slecht voor je, benadrukt hij. Het idee van de meter is dat je CO2 uitstoot als je ademt, dus in een niet-geventileerde ruimte loopt het CO2-gehalte langzaam op. „Het CO2-gehalte meten heeft dus alleen zin als er ook mensen in de ruimte verblijven.” In een lege kamer loopt de concentratie CO2 niet op maar de schadelijke stoffen wellicht wel. „Ventileren moet continu, ook als je niet in de ruimte bent. Het is iets anders dan luchten, waarbij je de ramen even flink open zet.”

In de buitenlucht scoort ons apparaatje zo’n 400 ppm. Binnen is een maximum van 800 ppm ideaal, 1.000 ppm acceptabel en 1.200 een bovengrens. Vanaf 1.500 ppm begint het muf te ruiken.

De 750 ppm van de slaapkamer, gemeten in een Amsterdamse bovenwoning uit 1900, is dus nog prima, maar de 1.180 in de berging geeft aan dat deze raamloze ruimte waar ook vaak strijkwerk wordt gedaan, inderdaad slecht is geventileerd. In de werkkamer, waar één persoon aan een bureautje werkt, is de aanvankelijke score na een nachtje luchten zo’n 450 ppm. Als het raam tijdens een regenbui is gesloten loopt in deze kleine zolderruimte (7 vierkante meter) de score binnen twee uur op naar ruim 900 ppm.

In een Hilversumse jaren 30-woning werd voor het slapengaan in de slaapkamer van 20 vierkante meter 600 ppm gemeten. Bij het wakker worden was dit opgelopen tot een schrikbarende 2.300. Sinds die meting is het raam niet meer dicht geweest. Je gaat anders om met je omgeving als je een paar dagen met zo’n metertje hebt doorgebracht. Het raam wagenwijd open bleek gelukkig ook niet noodzakelijk: het handvat vastzetten op een kleine ventilatiekier en de deur aan de andere kant van de slaapkamer een stukje open houden, bleek genoeg om de ppm’s onder de 700 te houden.

Beeld Peter Lipton

Ook de meting in het Hilversumse thuiskantoor verraste. De zolderkamer van twaalf vierkante meter heeft een schuin dak met een dakraam. Als het regent blijft dat dicht, maar er zit er wel een rooster aan de bovenkant waardoor frisse lucht naar binnen zou moeten kunnen. Ondanks het rooster lopen de ppm’s in twee uur werken van 640 op naar 1.260. Het apparaat blijft piepen en rood knipperen tot het niveau weer onder de 1.000 zit. Als het raam een half uur openstaat geeft de meter weer 600 aan, maar is het in de kamer ook koud geworden. Dat belooft wat voor de herfst.

„Los van de gezondheidsaspecten weten we uit onderzoek naar werksituaties dat mensen meer op hun qui vive zijn als de luchtkwaliteit beter is”, zegt Van Strien. Ook over leerprestaties is bekend dat die beter zijn als de luchtkwaliteit goed is.

Gezondheidsproblemen

De meting in het thuiskantoor is een contrast met de constante waarden rond de 600 ppm die op de redactie van NRC in Amsterdam wordt gemeten. Daar zorgt een mechanisch ventilatiesysteem ervoor dat de lucht regelmatig ververst wordt. „Veel moderne huizen hebben ook zo’n mechanisch ventilatiesysteem”, zegt Van Strien. „Het is heel belangrijk dat die dus ook aan blijft staan. We horen regelmatig dat mensen vinden dat hij te veel lawaai maakt, dan zetten ze hem uit.”

Het is lastig één advies aan huiseigenaren te geven. „Elk huis heeft weer zijn eigen dingetjes. In oude huizen zit vaak een vorm van natuurlijke ventilatie. Dan merk je dat er lucht door allerlei kieren of roosters komt als de wind erop staat. Maar veel mensen weten niet hoe de ventilatie in hun huis geregeld is.”

We gaan met onze meter ook langs bij enkele locaties waar onze gezinsleden veel tijd doorbrengen. Eerst school. Vorige week bleek dat op zeker 800 scholen in Nederland de ventilatie niet op orde is, hoe is dat bij de onze? We zijn met de meter welkom op de basisschool in Amsterdam, een veertig jaar oud gebouw dat recentelijk is opgeknapt. De ramen staan open, op alle verdiepingen, net als de deuren. De directie heeft in overleg met het beveiligingsbedrijf besloten de meeste ramen ook ’s nachts en in het weekend op een kier te laten staan. Het resultaat is verbluffend. Beneden in de gang, waar elk raam ontbreekt, loopt de meter op tot boven de 700. Maar in de lerarenkamer en in twee lokalen komt de meter niet boven de 472. Wel klagen sommige leerlingen over de kou. Er is een koele luchtstroom voelbaar, maar de thermometer staat op een zomerse dag nog op 25,2 graden.

Ook in de sportschool, waar een video op de schermen laat weten dat de luchtkwaliteit voortdurend wordt bewaakt, valt op enkele plekken koele lucht naar beneden. Op zo’n plek hangt aan het plafond een geperforeerde kubus, die is aangesloten op metalen buizen met de dikte van een kinderarm. Uit de kubus komt verse lucht van buiten, bezweren de sportschoolmedewerkers, geen hergebruikte lucht uit de airconditioning – die zou uitstaan. Onder een plafondkubus wordt de eerste training gedaan. Terwijl de luchtstroom het bezwete lichaam verkilt, wijst de meter 890 ppm aan. Het zal de laagste score van de avond blijken te zijn. Op elke andere plek schiet de meter door de 1.000 (rood lampje!) en vervolgens door de 1.100 met een maximale score van 1.174.

Van Strien: „Het is niet zo dat die 1.200 een harde grens is waarboven je ineens grote gezondheidsproblemen krijgt. Onderzoek naar gezondheidseffecten op lange termijn is lastig uitvoerbaar, dus er is niet zo heel veel over bekend. Het is meer: hoe hoger de waarde, hoe groter de kans op problemen. Wij zeggen: houd die 1.200 aan, maar 800 is beter.”

Roosters open en afzuiging aan dus. Voor wie ook CO2 zou willen meten: voor een paar euro zijn er al metertjes te koop, maar de betrouwbaarheid daarvan is discutabel. Vanaf 70 euro heb je er een van betere kwaliteit met een stekker – een draagbare met batterijen kost algauw het dubbele. Controleren of er überhaupt lucht stroomt kan ook eenvoudiger: met je hand tegen het rooster, of een vlammetje of een stukje wc-papier er naast. Beweegt het vlammetje of het papiertje, dan stroomt er lucht. Zo niet, dan ventileert het ook niet.