Opinie

Katten horen hier net zo thuis als kamelen in Amerika

Waarom gaat ons de ene soort aan het hart en de andere niet? Over herkomst en migratie is ook bij dieren heel wat te doen. Janine Janssen is tegen een aanlijnplicht voor de kat.
Getty Images/iStockphoto

Onlangs kreeg het pleidooi van ecoloog Chris Smit en jurist Arie Trouwborst om een proefproces te houden om het los laten lopen van katten strafbaar te maken, veel aandacht. De gracieuze houding en de onweerstaanbare charme van deze viervoeters – ik geef toe dat ik een gepassioneerde liefhebber ben – kan niet verhullen dat het ook buitengewoon efficiënte jagers zijn.
Dit natuurlijke gedrag van katten wordt veel – ook beschermde – vogels in ons land fataal. Katten discrimineren wat dat betreft niet. Van het gegeven dat mensen veel belastinggeld spenderen aan de bescherming van de vogelstand, zijn de eigenwijze katten niet bijster onder de indruk. Die aard is niet zo maar te veranderen, vandaar dus dit pleidooi voor het aanlijnen van katten. Ondanks covid-19, de vluchtelingenproblematiek, de komende verkiezingen in de Verenigde Staten en de almaar aanhoudende onrust in het Midden-Oosten, waren er toch landgenoten dermate opgewonden over dit voorstel, dat zij meenden bedreigingen aan het adres van de initiatiefnemers te moeten uiten.

Lacherig

Hoewel ik het probleem van de vogelbescherming onderken, heb ik desalniettemin nog wat twijfels over dit initiatief om tot een proefproces te komen. Dat neemt niet weg dat dreigementen verwerpelijk zijn. Mensen noch andere dieren worden daar bovendien wijzer van. Wat je verder ook van het plan voor dit proefproces vindt – het leverde niet alleen boze maar ook lacherige reacties op - Smit en Trouwborst zetten ons in ieder geval aan het denken. Dat lijkt mij in dit instabiele tijdgewricht en bovendien op Dierendag een toe te juichen ontwikkeling.
Want naar aanleiding van dit pleidooi houdt een tweetal principiële vragen mij bezig. Wat mij in het gesteggel over de katten in de eerste plaats opviel, was dat de aaibare vogelkillers zo nu en dan ook als ‘invasieve exoten’ werden bestempeld. Een invasieve exoot is een uitheemse plant, dier of micro-organisme die Nederland niet op eigen kracht kan bereiken, maar door menselijk handelen (transport, infrastructuur) terecht is gekomen in de vaderlandse natuur. Een exoot an sich hoeft geen probleem te zijn, maar invasief kunnen we niet hebben: dat leidt tot verstoringen.

Kamelen

Interessant is dat in dat debat over migratiebewegingen van dieren tal van parallellen te vinden zijn met discussies over de migratie door ‘het dier’ mens: we zijn niet met alle migranten even blij. Ook is het lang niet altijd duidelijk wanneer mensen of ander dieren eindelijk ‘migrant-af’ zijn: hoeveel generaties moet het immers duren voordat je ‘autochtoon’ bent?
Een van de leukste boeken ooit die ik over dit onderwerp las, is Where do camels belong? uit 2014 van de bioloog Ken Thompson. Wij associëren kamelen natuurlijk allemaal met ruige landschappen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, maar Thompson legt uit dat deze woestijnbewoners lang geleden hun oorsprong hadden in wat wij tegenwoordig Noord-Amerika noemen. Deze migranten zijn inmiddels inheems geworden: op een enkele bioloog na herinnert niemand hen meer aan hun Amerikaanse roots. Wat mij betreft hoeven we katten op dit vlak ook niet langer aan het lijntje te houden: ze horen er hier toch echt bij.

Ark van Noah

Dat gezegd hebbende is het probleem van de aangetaste vogelstand natuurlijk niet opgelost. En dat brengt mij bij het tweede principiële punt dat ik hier te berde wil brengen. In de literatuur wordt gesproken over het Ark van Noah-probleem. Noah kon niet alle dieren meenemen, er moest een selectie worden gemaakt: ‘Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje’ (Genesis, 7, 2). Niet alle dieren konden dus in dezelfde mate op gastvrijheid rekenen.
In feite is dat tot op de dag van vandaag zo, zie ook het punt hiervoor over de herkomst en migratie van dieren. Wat ik in dit verband echter lastig blijf vinden is het idee van maakbaarheid. Waar Noah nog instructies van hogerhand kreeg, handelen mensen toch vooral naar eigen inzicht bij het ingrijpen in het leven van de ene soort ten gunste van een andere op zoek naar een vorm van evenwicht of beheersbaarheid vanuit menselijk perspectief.
Ik pleit hier ook niet voor een ecologisch laissez-faire of in goed Nederlands ‘laat-maar-waaien-politiek’, maar voor een doorlopend en kritisch zelfonderzoek: waarom gaat ons de ene soort aan het hart en de andere niet of minder?
Tot op welke hoogte is het gerechtvaardigd om als mensen in te grijpen in het leven van andere dieren? Enz. enz. enz. Voor wie daar nog niet mee bezig is: Dierendag is een mooie dag om hiermee te beginnen.

Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.