Hoe ga jij om met een loopneus of kuchje?

Pandemiepost Met het najaar komt het snotteren, maar een loopneus of kuchje heeft door corona al zijn onschuld verloren – elk symptoom is immers verdacht. Onze correspondenten vroegen daarom aan iemand in hun regio: hoe ga je nu om met een verkoudheidje?

De Chinese Cindy Guo vindt rochelen in het openbaar, wat veel Chinezen nog wel doen, niet meer kunnen en gaat liever niet om met mensen die dat wel doen.
De Chinese Cindy Guo vindt rochelen in het openbaar, wat veel Chinezen nog wel doen, niet meer kunnen en gaat liever niet om met mensen die dat wel doen. Raul Ariano

Het coronavirus raakt alle wereldburgers, maar niet iedereen wordt even hard door de crisis getroffen. Om de impact van de pandemie te laten zien, volgen correspondenten en verslaggevers van NRC iemand in hun regio. Hun bijzondere verhalen leest u in de serie Pandemiepost. Iedere aflevering staat een ander thema centraal.

De serie begon met de vraag: hoe lang kun jij het in deze crisis nog uitzingen? Die kunt u hier lezen. De tweede aflevering had de vraag: wie geloof jij nog in deze crisis? Deel drie ging over hoe dichtbij de dood kwam tijdens de pandemie. Deel vier had de vraag: ‘Laat u zich testen?’. Aflevering vijf vroeg zich af:‘Gaat u zich laten vaccineren?’

‘Prakamya Singal, psychiater in opleiding in New Delhi, India:
‘Mensen plassen en rochelen hier op straat’

„In India kijkt niemand op van rondvliegende lichaamssappen”, grapt Prakamya Singal. „Mensen plassen, rochelen, en snuiten hun neus op straat. En overal zie je rode vlekken van de paan, tabak, die wordt uitgespuugd.” Sinds het coronavirus is dat laatste officieel verboden. Die gebruiken zijn niet alleen een klasse-ding, zegt de psychiater in opleiding. „Ik zie net zo goed riksjawalla’s in hun zakdoek niezen. Maar niet iedereen is zich ervan bewust dat je anderen kunt aansteken als je je hand niet voor je mond doet als je niest.”

Singal vertelt dat het voor corona regelmatig gebeurde dat patiënten tegenover haar in een volle hoestbui uitbarstten. „Recht in mijn gezicht.” Ook vanuit de overheid werd daar voor corona nooit echt op gehamerd, zegt ze. „Een verkoudheid of griep werd hier niet per se als probleem gezien, niemand was er bang voor.”

Dat is nu wel anders. Zelf gaat Singal nergens meer naartoe zonder twee mondmaskers over elkaar en daarbovenop nog een gezichtsscherm. In tegenstelling tot veruit de meeste werkende Indiërs heeft ze een contract en dus wordt ze doorbetaald als ze vanwege ziekte thuis moet blijven. Maar met een kuchje alleen komt ze daarvoor niet in aanmerking, zeker niet nu het in haar ziekenhuis in Delhi steeds drukker wordt. „Pas als we in contact zijn geweest met iemand bij wie corona is vastgesteld, mag dat”, zegt ze.

Een maand geleden bleef een snotterende en vermoeide collega om die reden naar zijn dienst komen. „Iedereen dacht dat het een simpel verkoudheidje was”, zegt Singal. Het was toch corona. Twee artsen met wie hij in zijn pauze thee had gedronken bleken daarop ook besmet. Singal hoefde niet getest te worden. Wel heeft ze sinds twee dagen wat last van haar keel. Waarschijnlijk is het niets, zegt ze. Toch neemt ze voor de zekerheid nu iedere ochtend haar temperatuur op. In het ziekenhuis kan ze zich ook gemakkelijk laten testen, vertelt ze. Maar dat doet ze liever nog niet. „Dan moet ik in de rij staan met potentiële coronapatiënten. Dat is weer een heel risico op zich.”

William Edwards - afdelingshoofd bij autodealer in Michigan, VS:
‘Slaat deze houding niet door?’

William Edwards hoefde er niet over na te denken. Met het oog op het jaarlijkse griepseizoen organiseerde zijn werkgever, een autodealer in de Amerikaanse staat Michigan, zoals elk jaar een kliniek voor griepprikken. „Ze lieten een bedrijf komen en iedereen die een griepprik wilde, kon die krijgen”, vertelt de 53-jarige Edwards vanuit zijn woonplaats Warren. „Ik heb hem genomen.”

Ook zijn vrouw en zijn dochter zijn ingeënt, zegt Edwards, die dit voorjaar maandenlang zonder werk zat wegens de coronacrisis. „Maar zelfs in deze periode van de pandemie hebben minder dan 50 procent van de mensen op mijn werk een griepprik genomen. Je kunt mensen er nog steeds niet van overtuigen dat het een goed idee is. Sommigen doen het nooit, zelfs niet in deze tijd.”

Voor Edwards, die eerder dit jaar zijn vrouw thuis heeft verzorgd toen zij Covid-19 had, en zelf ook positief is getest maar geen symptomen had, roept het vragen op over een coronavaccin, wanneer dat er is. „Hoeveel mensen zullen dat nemen? En hoeveel mensen zullen gewoon zeggen: ‘het zal wel’?”

Edwards moet op zijn werk elke dag zijn temperatuur laten meten. Naast coronamaatregelen als handhygiëne, afstand houden en het dragen van mondkapjes, merkt hij dat mensen meer oppassen als het aankomt op niezen en hoesten. „Ik denk dat iedereen er wel iets voorzichtiger mee is, en dat mensen meer op hun gezondheid letten in het openbaar. Maar we komen op een punt waarbij we soms bang zijn van onze eigen schaduw.” Hij vraagt zich af of deze houding niet teveel doorslaat. „Wordt je straks gemeden omdat je hoest of niest? Komt de gezondheidspolitie achter je aan omdat je verkouden bent? Waar trekken we de grens?”

Maryam Qadery - scholier in afwachting van een verblijfsvergunning op Lesbos, Griekenland:
‘In apotheken worden we niet geholpen’

In Griekenland lijkt het griepseizoen nog niet te zijn begonnen. Maryam Qadery had de afgelopen tijd last van iets anders: allergie. Rode ogen. Veel niezen. Ook toen ze op straat liep in in Mytilini, de hoofdstad van Lesbos. Het moest ooit misgaan wist ze. „Er kwam een grote nies, onder mijn mondkap.” Een Griekse man keek haar angstig aan, wees haar kant op. „Corona! Corona!” riep hij. „Allergy! Allergy!”, riep Maryam terug. „Nu kom ik hem de hele tijd tegen”, lacht ze telefonisch. „En ja hij blijft mij Corona noemen.”

Maryam woont sinds enkele maanden in Mytilini, samen met haar zusjes, broertjes en moeder. Omdat haar vader overleed aan longkanker terwijl ze in een tent in het recent verwoeste vluchtelingenkamp Moria woonden, zijn ze tijdelijk naar een appartement overgeplaatst, tussen de Grieken. „Sinds corona lopen veel mensen in een boog om ons heen.” In veel apotheken wordt ze niet geholpen, maar weggestuurd.

Het contact met mensen is door de coronacrisis afgenomen. Sommige Afghanen zijn angstig voor een kuchje of nies, vertelt Maryam. Een paar dagen geleden had ze met een vriendin afgesproken in het ‘wifipark’, dat onder vluchtelingen zo wordt genoemd omdat daar vroege gratis wifi was. Telefonisch had ze de afspraak gemaakt, maar Maryams stem was niet zuiver die dag. „Ik stelde haar gerust dat het heus geen corona was, dat ik mij goed voelde. Dat ik echt niet zou afspreken als symptomen had.” Eenmaal in het park liet de vriendin op zich wachten. „Toen ik belde waar ze bleef zei ze dat ze brood aan het maken was en niet weg kon, het deeg was al aan het rijzen. Ze dacht natuurlijk dat ik corona had maar durfde dat niet te zeggen.”

Er zijn ook Afghanen om haar heen die helemaal niet voorzichtig zijn, elkaar nog zoenen en knuffelen. „Als je je hoofd terugtrekt en afstand houdt zijn ze beledigd. ‘Dat is gevaarlijk!’ zeg ik dan. Maar die mensen denken nog steeds dat het virus niet bestaat.”

Cindy Guo - werkt bij databedrijf in Hangzhou, China:
‘Bij verkoudheid ga ik nog gewoon naar werk’

Met je eigen snot in een lapje of papiertje in je zak rondlopen? Jakkes, vinden veel Chinezen. Als je je snot kwijt moet, en dat is best regelmatig, dan haal je dat met een hard, raspend geluid van diep uit je keel of je neus naar je mond, en spuug je het zo snel mogelijk uit.

Als er prullen- of spuugbakken staan, spuug je daarin. Anders gewoon op straat, in het restaurant, aan de rand van het zwembad of op de grond in de bus of de trein. Ook de meest schattig opgemaakte, jonge meisjes kunnen vaak een opvallend harde rochel produceren.

Maar deze gewoontes gelden niet meer voor alle Chinezen. Cindy Guo vindt het verschrikkelijk onbeschaafd. Ze vindt het ook geen prettig onderwerp om over te praten. „Het komt bijna niet meer voor”, zegt ze beslist. „Als er iemand rochelt, worden de mensen er omheen daar boos over.” Zelf wil ze ook niet omgaan met mensen die rochelen.

Volgens Guo is de openbare hygiëne sterk verbeterd, en dat klopt ook. Vroeger moest je oppassen dat je niet onverhoeds werd geraakt door een fluim als je op de fiets zat, maar steeds meer Chinezen vinden dat tegenwoordig niet meer kunnen. Toch is rochelen in het openbaar is nog lang niet uitgebannen. Vooral asbakken waarin oude peuken drijven in een laagje spuug, of mensen die net naast je hun keel schrapen, blijven moeilijk wennen. Ook Guo vindt dat niets. „Voor moderne vrouwen zijn drie dingen tegenwoordig onmisbaar in hun handtas: een lippenstift, een mobiele telefoon en een pakje papieren zakdoekjes. Die papieren zakdoekjes gooi je meteen na gebruik weg, of desnoods stop je ze in een plastic zakje dat je bij je hebt.”

Foto Raul Ariano
Foto Raul Ariano
Foto Raul Ariano
Foto Raul Ariano
Cindy Guo op weg naar kantoor en op kantoor.
Foto’s Raul Ariano

Gewoontes rond verkoudheid zijn volgens Guo niet zo erg veranderd door corona. Als haar dochters verkouden zijn, dan gaan ze nog gewoon naar school. Alleen bij koorts moeten ze thuisblijven. „Dat geldt ook voor mij: bij een verkoudheid blijf ik naar mijn werk gaan.”

Als je in China in een hotel met dunne wandjes slaapt, hoor je vooral ’s ochtends veel gerochel uit de badkamers van de buren. Wordt er bij Guo in huis zelfs ’s ochtends niet even gerocheld om de dag schoon te beginnen? „Nee, we poetsen alleen onze tanden. Niemand maakt van die geluiden, ook mijn moeder die van het platteland komt niet.”

Arsalan Abu Much - Palestijns internist in Ramat Gan, Israël:
‘Iedereen keek hem aan, maar niemand zei iets’

„Ik denk dat de Palestijnse en Israëlische gewoontes wat betreft hygiëne nog zo slecht niet zijn vergeleken met andere culturen”, zegt Arsalan Abu Much. „Tegenwoordig gaan ontwikkelde mensen hier heel bewust mee om. Als iemand in Israël hoest of niest, bedekt hij of zij over het algemeen zijn neus en mond.

Helaas ziet de Palestijns-Israëlische internist ook in coronatijd nog steeds mensen die hoesten in een mensenmassa zonder voorzorgsmaatregelen te nemen. Bijvoorbeeld toen hij een paar dagen geleden naar de slager ging in zijn geboortedorp Baqa el-Gharbiye. „Een jongeman liep naar binnen zonder masker”, vertelt Abu Much. „Toen begon hij te hoesten. Omstanders – met masker – keken hem allemaal verwijtend aan, maar niemand zei iets.”

In het ziekenhuis waar Abu Much werkt, moeten de medewerkers elke dag een online vragenlijst invullen. „Als we ons niet lekker voelen, mogen we niet naar het werk komen.” In Israël worden ziektedagen uitbetaald. In het begin van de coronacrisis protesteerde medisch personeel omdat ze op eigen kosten in quarantaine moesten als ze waren blootgesteld aan het virus. Inmiddels is daar een overeenkomst over bereikt; als de besmetting plaatsvond tijdens hun werk, krijgen ze de gemiste dagen vergoed.

Rudi Boermans - aardbeienteler in Heusden-Zolder, België
Niezen in een mondmasker wordt ‘een vuile bedoening’

Aardbeienteler Rudi Boermans is „eigenlijk altijd verkouden”. Allergieën. Je zou denken dat dat in deze tijden veel ongemakkelijke situaties oplevert. Een snotterige neus, een nies, een hoestje: het kan al snel scheve blikken opleveren. En hoe los je dat eigenlijk op met een mondkapje, dat op veel plaatsen verplicht is?

Niezen in een mondmasker wordt „een vuile bedoening”, weet Boermans. En dus zet hij het af en pakt hij een zakdoek als het nodig is, vertelt hij telefonisch. Eigenlijk gewoon „zoals vroeger”. Wat hem betreft moeten we vooral niet overdrijven. Als je „gewoon beleefd blijft” – afstand houdt en de andere kant op niest – blijken de scheve blikken ook wel mee te vallen, merkt Boermans, die het zo overigens helemaal volgens de Belgische regels doet: „Je mag hoesten in het masker”, meldt de overheid op een speciaal in het leven geroepen coronawebsite. Als je moet niezen, doe je dat beter in een papieren zakdoek die je daarna direct weggooit.

Boermans’ werknemers doen meteen een test als ze verkouden zijn. Daar gaat hij zelf niet aan beginnen, mocht het zo ver komen: „Zolang ik geen koorts heb en niet echt ziek ben, lijkt dat me niet nodig en ga ik ook gewoon werken. Dat gebeurt toch al buiten en op afstand van elkaar.” De steeds veranderende overheidsmaatregelen zorgen voor verwarring, vindt Boermans: „Aan het begin van de crisis mocht testen juist niet te snel om het systeem niet te overbelasten, nu moet blijkbaar iedereen zich constant laten testen. Hetzelfde met mondkapjes. In maart had het zogezegd geen zin, nu moeten we ze overal in het dorp op. De quarantaine moest eerst veertien dagen duren, nu maar zeven. Was het dan hiervoor belachelijk wat ze zeiden, of is het dat nu? Ik weet het ook niet meer.”

Eduardo Muñoz - bierverkoper in Madrid, Spanje:
‘Met de griep op komst zal de chaos compleet zijn’

Eduardo Muñoz is er na de dood van zijn oma in maart van dit jaar van overtuigd dat corona en griep van een totaal andere categorie zijn. „Het ene virus heeft tot de dood van een familielid geleid, terwijl we ons over het andere nooit veel zorgen hebben gemaakt”, zegt Muñoz vanuit zijn appartement. „Toch zijn de symptomen heel vergelijkbaar. Met de griep op komst zal de chaos in Madrid straks compleet zijn.”

De regio Madrid zit volop in de tweede golf van coronabesmettingen. Nergens in Europa stijgt het aantal nieuwe gevallen zo snel als in en rond de Spaanse hoofdstad. Tientallen wijken zijn deels in een lockdown gegaan. De griep zal naar verwachting vanaf eind oktober gaan rondwaren. „Politici maken ruzie met elkaar over de wijze waarop corona moet worden bestreden en lijken de wetenschappers niet serieus te nemen”, verzucht Muñoz, die vindt dat de overheid veel beter uit moet leggen hoe en waar je corona op kunt lopen. „We dragen al maanden mondkapjes, maar dat is niet afdoende. Er worden zoveel fouten gemaakt dat het virus helemaal terug is.”

Muñoz mijdt zelf daar waar hij kan de metro. „Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als iemand een ander in zijn gezicht hoest. Of al snotterend bij de deur staat. Wat we voorheen nauwelijks als een gevaar zagen, kan nu als een serieuze bedreiging voelen”, zegt Muñoz. „Misschien is al de onzekerheid wel het ergste. Het duurt soms acht dagen voordat de uitslag van een coronatest er is. Moeten mensen met een snotneus of een verkoudheid dan met grote zorgen al die tijd thuis zitten afwachten?”