Opinie

De geeuw van Mart Smeets

Wilfried de Jong

Het reuzenlijf loopt in medium bluestempo naar de taxi in zijn woonplaats Haarlem. Het is over enen in de nacht en er moet gewerkt worden. Waarom? Omdat sport nooit slaapt. Mart Smeets wéét dat. Sport gaat maar door. Op televisiekanalen, radio, redacties, internet en in zijn hoofd.

Wakker blijven, altijd.

Een camerateam volgt Smeets op weg naar zijn nachtklus. Hij moet live een Amerikaanse basketbalwedstrijd verslaan op het Media Park in Hilversum. Matthijs van Nieuwkerk maakt een nederige buiging voor de grootmeester van de sportverslaggeving en hangt als deus ex machina in de lucht om zijn stem te geven aan het zesminutenfilmpje ‘Man in de nacht’.

Als soundtrack speelt Jimmy Smith het nummer ‘Midnight Special’ op zijn Hammondorgel. Saxofonist Stanley Turrentine blaast een paar soulnoten in het hoge register. Jazz, nat asfalt, zwart-witbeelden van een man in een taxi.

Mart Smeets zit in een film noir.

In televisieland wordt het gebruik van zwart-wit nog wel eens als te kunstzinnig ervaren. Onzin. Soms leidt kleur af. Van Mart kun je niet genoeg grijstinten zien. Zonder kleur is Mart een nieuw personage. Hij speelt zijn eigenste zelf, breekbaar in houthakkerstenue. De anchorman-in-pak is achtergebleven aan de kade van het Spaarne.

Dit filmpje is wat het is: een man op weg naar zijn werk.

In het omroepbastion sloft de forse torso achter zijn eigen voeten aan. Mart loopt langs een kapstok met lege knaapjes. Wie werkt hier nog op dit tijdstip? Hij draagt een ouderwetse tas. Niet op zijn rug – wat een malle vertoning – nee, Mart draagt een tas met de hand.

De manier van indrukken verraadt de kwaliteit van de koffie uit het apparaat. Er zit enig dédain in Marts wijsvinger. Het maakt niet uit, hij komt hier om de NBA play-offs tussen Los Angeles Lakers en Houston Rockets te verslaan. Voor 720 kijkers zoals later blijkt, vertelt Van Nieuwkerk in zijn ode.

Voor de energie van Mart maakt dat aantal niet uit.

De nachtuitzending begint om kwart over twee. Mart kijkt naar een beeldscherm in zijn ‘bezemkast van twee bij twee’ en geeft commentaar. Hij is de beste in zijn soort, nog altijd. Mag Mart daarom ‘LeBron’ zeggen? Ja, dat mag hij zeggen.

Op de terugweg houdt Jimmy Smith het lome tempo aan. Gitarist Kenny Burrell tikt met mineurakkoorden voorzichtig tegen de beslagen taxiruit.

Mart kijkt voor zich. Het is vijf uur in de ochtend en op de snelweg is het rustig. Langzaam spert hij zijn mond open. Diep in de schacht liggen de stembanden die al decennialang verhalen maken over sport. Een vuist komt voor het gat, de ogen gaan even toe.

Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe Mart Smeets geeuwde.

Hij wordt voor de deur afgeleverd in Haarlem. De 73-jarige sportverslaggever schuift weg, het donker in. Of hij meteen zijn bed opzoekt, dat blijft gissen. Ik denk het niet.

Slapen, zo zonde van je tijd.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.