Opinie

Beter lezen? Schrap begrijpend lezen van het lesrooster

Onderwijsblog Om de leesvaardigheid te verbeteren, moeten we meer investeren in de algemene kennis van leerlingen, betogen Erik Meester en Martin Bootsma.
Foto Evert Elzinga/ANP

Zelfs Arjen Lubach maakt zich inmiddels zorgen over de afnemende leesvaardigheid van onze leerlingen. Terecht: 24 procent van onze 15-jarigen loopt het risico de school laaggeletterd te verlaten, rapporteerde de OESO in het veelbesproken PISA-onderzoek uit 2018.

De onderwijscommissie van de Tweede Kamer nodigde vorige week daarom een aantal leesexperts uit om zich over het leesprobleem te laten informeren. In dit ‘rondetafelgesprek’ ging het echter vooral over technisch lezen, terwijl dat maar een deel van het probleem is.

Dit leggen we uit. Leesvaardigheid bestaat uit twee vaardigheden. Ten eerste moet een lezer de woorden in een tekst kunnen lezen: hij moet de letters om kunnen zetten in klanken. Dat is technisch lezen. Ten tweede moet een lezer kunnen begrijpen wat er in de tekst staat. Anders gezegd: een lezer moet betekenis kunnen verlenen aan een tekst. Dit is begrijpend lezen.

Een goede technische lezer leest moeiteloos woorden als ‘school’, ‘standvastig’ en ‘oxymoron’. Maar om te begrijpen wat hier staat, moet men de betekenis van deze woorden kennen. Dat zal voor ‘school’ geen probleem zijn, wel voor ‘oxymoron’. Kortom: technisch lezen is noodzakelijk, maar niet voldoende om een tekst te begrijpen.

Lees ook: ‘Leesvaardigheid jongens blijft achter’

Vaardigheden voor begrijpend lezen

Als je de resultaten van het PISA-onderzoek uit 2018 bekijkt, dan zie je dat onze leerlingen met name uitvallen op het onderdeel ‘evalueren en reflecteren’. Hiervoor moeten leerlingen een tekst lezen en daar vervolgens vragen over beantwoorden. Ze krijgen bijvoorbeeld een aantal beweringen uit de tekst te zien en moeten aangeven of dit een feit of een mening is. (Zie afbeelding 1).

Afbeelding 1

Wat moet je nu eigenlijk weten en kunnen om zo’n vraag te beantwoorden?

1. Je moet op een bepaald tempo kunnen lezen om over te kunnen gaan tot het verlenen van betekenis. Als je zo langzaam leest dat je aan het einde van de zin bent vergeten waar het begin van de zin over gaat, dan wordt het begrijpend lezen erg lastig. Zoals professor Anna Bosman in het rondetafelgesprek terecht aangaf, hoeft dat tempo helemaal niet bijzonder hoog te zijn. Zij gebruikte hiervoor de prachtige metafoor van fietsen: je moet enkel snel genoeg fietsen om niet om te vallen en dan kan je een heel eind komen.

2. Je moet een zekere woordenschat hebben om de tekst te kunnen begrijpen. Uit onderzoek weten we dat je 95 tot 98 procent van de woorden uit een tekst moet kennen om niet meteen af te haken. De 15-jarige leerling zal in het geval van de voorbeeldvraag dus weinig van de tekst begrijpen als hij niet of nauwelijks bekend is met woorden als ‘consequenties’, ‘milieu’, ‘beschavingen’, ‘bloeiende samenleving’, ‘speculeren’, enzovoorts. Hij of zij zal ook moeten kunnen omgaan met de dubbelzinnigheid van woorden zoals ‘bloeien’. Dat woord gaat in de context niet over bloemen, maar over sociale en economische voorspoed.

3. Verder moet je bij het lezen van dit voorbeeld gebruik maken van leesstrategieën: de 15-jarige kan nadenken over het doel en de herkomst van de tekst, zichzelf vragen stellen over de kerngedachte van de tekst en de betekenis van onbekende woorden proberen af te leiden uit de rest van de zin. ‘Optimistisch’ zou in dit geval bijvoorbeeld kunnen wijzen op ‘iets positiefs’ aangezien de schrijver aangeeft dat we de gemaakte fouten kunnen voorkomen.

4. Ten slotte, en dit is wellicht het minst onderkende aspect, moet de 15-jarige voor het begrijpen van een tekst (en het beantwoorden van de vraag) een hele sloot aan achtergrondkennis meebrengen. In dit geval: wat is eigenlijk een recensie? Wat is precies het verschil tussen een feit en een mening? Wat waren de Polynesiërs voor volk en hoe zag hun leven er rond 700 v.C. ongeveer uit? Hoe kan een burgeroorlog leiden tot het ineenstorten van een samenleving? Waarom was het omhakken van al die bomen sowieso een probleem?

Lees ook: Hoe we kinderen weer aan het lezen krijgen

Wat we met dit voorbeeld willen illustreren, is niet dat technisch lezen onbelangrijk is, maar dat algemene kennis over de wereld minstens zo belangrijk is voor leesvaardigheid. Als het gaat om begrijpend lezen is meer les in leesstrategieën niet de oplossing. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het aanleren van leesstrategieën weinig effectief is. Toch wordt er op veel scholen nog eindeloos geoefend met leesstrategieën onder het mom van ‘begrijpend lezen’.

Ons voorstel is: schrap ‘begrijpend lezen’ van het lesrooster en gebruik de tijd die dat oplevert om meer te investeren in de algemene kennis van leerlingen over de wereld. Dit kan door te werken met rijke teksten en boeken waarbij de inhoud in plaats van de strategieën centraal staat. Integreer lezen bijvoorbeeld in vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en techniek. Zo bouwen leerlingen de achtergrondkennis op die het hen mogelijk maakt om complexe teksten over verschillende onderwerpen te evalueren en actief deel te kunnen nemen aan onze democratische samenleving.

Erik Meester is docent en onderwijsontwikkelaar bij de opleiding Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Martin Bootsma is teamleider en leraar op de Alan Turingschool in Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.