Opinie

Goed idee, die krant – maar wie schreef nu de Beginselen (1970)?

De ombudsman

Dat was een leuk feestje, het 50-jarig bestaan van NRC. Maar als we nu toch die verjaardag vieren, wie schreef in 1970 de geboorteakte van de krant? Over die vraag ontbrandde, zoals dat gaat bij herdenkingen, een kleine en vooralsnog beschaafde Historikerstreit.

In een beschouwing over Onze Beginselen, waarmee de nieuwe krant op 1 oktober 1970 zijn geloofsbrieven afgaf, schreef oud-hoofdredacteur Folkert Jensma die online toe aan zijn voorganger André Spoor (1931-2012), de fameuze courantier die NRC Handelsblad in de jaren tachtig groot maakte.

Maar volgens anderen – en eerdere stukken in de krant zelf – werden de Beginselen, met hun nadruk op de liberale vrijheidsgedachte, afkeer van dogma’s en wantrouwen jegens elke vorm van collectiviteit, niet op schrift gesteld door Spoor maar door diens collega en vriend in de hoofdredactie, de gevierde commentator J.L. Heldring (1917-2013).

Prompt meldde zich dus Heldring-biograaf Hugo Arlman (De eeuw van Heldring, 2018): het was niet Spoor, maar Heldring. Zo staat het ook in de studie van historicus Pien van der Hoeven over de krant (Het succes van een kwaliteitskrant, 2012), die zich eveneens bij de hoofdredactie meldde, én nota bene in de eigen NRC-necrologie van Heldring.

Trouwens, zo staat het ook in mijn geheugen – toegegeven, een feilbaar instrument.

De redactie was niet snel overtuigd, andere oudgedienden hielden het met een beroep op hun geheugen en tekstanalyse op Spoor. Ook oud-hoofdredacteur (1983-1990) Wout Woltz, met wie ik erover mailde. Hij zegt, pragmatisch: „Geschiedenis is altijd complex en er zijn veel acteurs en weersinvloeden. Maar op enig moment moet je een simpele beslissing nemen. Laten we ze aan André Spoor toeschrijven. Hij verdient het.” De gunfactor.

De eindredactie hield het nu maar in het midden: Spoor verdween uit de tekst, maar Heldring kwam er niet voor in de plaats. Zoals de Commentaren in NRC ook nog steeds niet worden gesigneerd.

Ergens misschien wel heel liberaal, die lichte amnesie over de Oorsprong der Dingen.

Het past in elk geval goed bij de moderne herdenkingscultuur, die niet graag terugkijkt maar de blik immer voorwaarts gericht wil houden. Zie ook de jubileumeditie van afgelopen zaterdag, waarin niet de historie van de krant centraal stond, maar u, lezer. Of de jaarlijkse 4 mei-herdenking, die al standaard aan de beademing ligt van de actualiteit. In een fluïde samenleving wordt het verleden sneller dan ooit wat het altijd al was: een vreemd land.

Maar toch. Wie schreef nu die Beginselen?

Biograaf Arlman weet niet precies welke bron hij had, het was algemeen bekend, dacht hij. Ook de auteurs van Heldrings necrologie, redacteuren Mark Kranenburg en Herman Amelink, weten niet meer waar zij het citaat vandaan hebben dat Heldring de Beginselen „op een zondagmiddag” schreef. Dat duikt op in een ongesigneerd nieuwsbericht bij Heldrings afscheid als columnist in 2012. Ook dat meldt dat hij de Beginselen schreef. Net als een aan hem gewijd Commentaar diezelfde dag.

Geeft de historicus uitsluitsel? Pien van der Hoeven, die promoveerde op de ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad, twijfelt geen seconde: het was Heldring. Het staat zwart op wit in de aantekeningen voor haar boek, die ze me toestuurde. In haar notities van gesprekken met Spoor, Heldring en H.J.A. Hofland, de eerste hoofdredactie van de fusiekrant, zegt de eerste het: Heldring schreef ze. Ook logisch, zegt Van der Hoeven. „De taakverdeling was dat Spoor de krant op poten zette en Heldring de commentaren schreef – ook het allereerste.”

Maar in haar notities vinden we ook de bron van latere verwarring. Hofland zegt daarin dat de bewonderde Spoor, de man die „uit twee wrakken een zeekasteel” wist te maken, de Beginselen schreef, zelfs „aus einem Guss”. Hij vergist zich, meent Van der Hoeven. Hofland (1927-2016) zat bovendien in Amsterdam, Spoor en Heldring hadden nauw contact. Beiden lazen haar boek voor publicatie en Van der Hoeven acht het „ondenkbaar” dat ze zo’n onjuistheid op dit punt hadden laten passeren.

Misschien ook verwarrend: Spoor schreef wél het latere, verwante hoofdartikel Macht en twijfel (1974), waarin hij een lans brak voor de „ondogmatische onafhankelijkheid” van de krant, met „een koele benadering, geen harteloze”.

Wat rest is exegese. Folkert Jensma, hoofdredacteur van 1996 tot 2007, ziet in de tekst duidelijke sporen van Spoor: „Hij was de vernieuwer, de man met ambitie, Heldring zocht continuïteit en veiligheid.” Dat laatste klopt. Uit het boek van Van der Hoeven blijkt dat Heldring minder enthousiast was over de fusie van de ‘deftige’ Rotterdamse en de ‘rebelse’ Amsterdamse krant dan Spoor, die nieuwe kansen zag om een Angelsaksisch geïnspireerde paper of record te maken. Ook Woltz meent dat sommige bij vlagen „voor die tijd frivole” formuleringen van Spoor moeten zijn.

Maar Van der Hoeven herkent juist het „taaleigen” van Heldring: de behoedzame toon, die eerder ironisch-conservatief is dan ambitieus-revolutionair. Ook biograaf Arlman, die voor zijn boek 4.400 van Heldrings Dezer dagen-columns analyseerde, ziet in de tekst „typische Heldring-wendingen”.

Doet het er toe? „Het beleid van de hoofdredactie was collectief”, noteert Van der Hoeven. Al schreef Heldring ze, de Beginselen moesten, modern gezegd, door het hele team worden gedragen.

Ja, een zin over de „vrije ontplooiing” van de „gaven van de individuele mens” kan wijzen op Spoor, meer gegrepen door de culturele turbulentie van de jaren zestig dan de sceptische Heldring. Typisch voor de laatste lijkt dan weer het gevoel voor betrekkelijkheid dat spreekt uit de waarschuwing dat ook de vrijheidsgedachte geen „dogma” moet worden (dit was géén ‘gewoon jezelf zijn’-liberalisme), de waakzaamheid „ook jegens onszelf”. Ook het „aanvaarden’’ (een weinig enthousiast werkwoord) van de „grondslag van het Atlantisch bondgenootschap”, wat hekelaars van de krant nu blindelings lezen als knieval voor de NAVO. De vrienden Spoor en Heldring bléven in gesprek, zie hun dialogen in het lezenswaardige boekje Onze eeuw (2013).

Het slotwoord is aan oud-redacteur John Kroon, die werkt aan een boek over 50 jaar NRC. Daarin zal staan, zegt hij, dat de Beginselen zijn „geformuleerd door Heldring, met inbreng van Spoor en Hofland”.

Een collectief product dus – voor een eigenzinnige, individualistische krant.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.