Opinie

Stop met dat halfslachtige ‘dringend adviseren’

Coronavirus De ophef over de communicatie en de taal van de overheid is niet triviaal, stelt . Ons gedrag hangt ervan af.

Foto
Foto Janine Schrijver

Het is stil in Amsterdam. Als ik ’s avonds laat vanaf het station via de grachten naar huis loop, de avond dat de nieuwe coronamaatregelen zijn ingegaan, zie ik geen opeengepakte jongeren meer. Alcoholische contactmomenten zijn wellicht naar binnen verplaatst. Het voelt alsof een avondklok is ingesteld. De horeca om 22.00 sluiten ís een avondklok, besef ik.

Slim hoor, van de overheid. Zo hoeft ze niet een maatregel te nemen waarmee ze zich waarschijnlijk de woede van de bevolking op de hals haalt. Iets helemaal verbieden of verplichten, dat moet, zo lijkt het inmiddels, te allen tijde voorkomen zien te worden. En daardoor is er na iedere persconferentie, ook nu, weer veel gedoe over de regels. Waarom mogen theaters, bioscopen en horeca niet allemaal open blijven voor een x-aantal bezoekers als ze alles goed voor elkaar hebben? Wie handhaaft een mondkapjesadvies?

Twee zaken zorgen bij elke persconferentie voor onrust, verwarring en kritiek: ‘onduidelijke taal’ en ‘vrijheid en verantwoordelijkheid’ .

Lees ook: Met ‘leesplezier’ krijg je kinderen niet aan het lezen, zet in op boekenstraf

Begrijpend lezen

Ik begin met taal. In Zondag met Lubach pleitte Arjen Lubach afgelopen week overtuigend en op geestige wijze voor het terugdringen van het vak ‘begrijpend’ lezen op scholen, omdat het geestdodend zou zijn en omdat het ten koste gaat van leesplezier, geletterdheid en literatuur. Hij heeft een punt. Ik stelde mij zo voor dat de persconferenties eindexamenteksten begrijpend lezen zouden zijn.

Vanwege de aanhoudende onduidelijkheden bij de interpretatie van de regels biedt de rijksoverheid op haar website de persconferentie inmiddels in ‘eenvoudige taal’ aan – geschikt voor de laaggeletterden onder ons. Dat gaat in staccato-vorm, met korte zinnen onder elkaar. Wie het snel leest, begrijpt het even. Wie begrijpend gaat lezen, raakt in verwarring. Wie houdt van poëzie en close-reading kan waarderen, komt aan zijn trekken. Ik citeer een strofe:

Nieuwe regels voor heel Nederland.

Mensen houden zich niet goed aan de regels. Er zijn veel besmettingen met corona. Daarom zijn er aangepaste regels.

‘Nieuwe regels voor heel Nederland’ staat in de traditie van de found poetry, denk aan het beroemde koelkastgedicht van William Carlos Williams ‘This is just to say’: I have eaten/ the plums/ that were in/ the icebox/ and which/ you were probably/ saving/ for breakfast/ Forgive me/ they were delicious/ so sweet/ and so cold. Een gewone prozatekst, zoals je die zou kunnen aantreffen op een post-it, op straat of om je heen, hakt men in stukken zodat het een gedicht wordt. In Nederland blinkt Nico Dijkshoorn in dit genre uit.

Geen signaalwoord

Eenvoud blijkt schijn, zo ook in ‘Nieuwe regels voor heel Nederland’. In de kop wordt bijvoorbeeld gerept over nieuwe regels. Wat volgt is geen ‘regel’, maar een stelling, namelijk dat „mensen zich niet goed aan de regels houden”. De regels, welke precies? Dan volgt een losse zin: „Er zijn veel besmettingen met corona”. Hier mist het oorzakelijk verband met de eerste zin omdat er geen signaalwoord staat: zijn er veel besmettingen omdat wij ons niet goed aan de regels houden? Nee, omdat er veel besmettingen zijn, zijn er aangepaste regels. Dus geen nieuwe regels, maar aangepaste regels. Is een ‘aangepaste’ regel hetzelfde als een ‘nieuwe’ regel, of is hier sprake van een opnieuw aangepaste regel?

Onderaan de website van de rijksoverheid staat een aandachtstrekkende oproep in fuchsia-roze om je ervaring met de tekst te beoordelen. „Wat vindt u van deze corona informatie op deze website: zeer goed, goed, matig, slecht, weet (nog) niet [ga naar vraag 2 van 3].”

We mogen dus de informatie beoordelen. Wat wordt hier bedoeld? De taal? De vorm? De regels? De communicatie-overdracht? Als ik dan zeg dat ik „het (nog) niet weet”, ben ik dan langzaam van begrip?

We leven in metaforen

Bovenstaande exercitie is wellicht flauw, maar alle ophef over taal en communicatie is verre van triviaal. Een van de meest indrukwekkende theorieën over de relatie tussen taal en werkelijkheid komt van George Lakoff en Mark Johnson. In hun taalkundige standaardwerk Metaphors We Live By (1984) stellen zij dat we leven, denken en handelen in metaforen. De metafoor ‘tijd is geld’ is niet zomaar een uitdrukking, maar beïnvloedt ons gedrag. We gaan tijd als iets ‘kostbaars’ zien, als een schaars goed waar je maar een bepaalde hoeveelheid van hebt. Dat heeft impact op ons fysieke gedrag: als we ergens te laat dreigen te komen, gaan we sneller lopen, we kunnen tijd ‘verliezen’ met onbenullige zaken en zien ‘efficiëntie’ als een belangrijke waarde.

Als het gaat om corona domineren een aantal metaforen. Behalve oorlogsretoriek (metafoor: ‘corona is oorlog’), zijn er veel vergelijkingen gemaakt met sport (‘geen sprintje maar een marathon’). Er is economische retoriek (‘baten en kosten’), Hollandse retoriek (‘nuchter volkje’, ‘gezond verstand’ ‘Oom Han en tante Sjaan’ , ‘lieverkoekjes’) en heel recent ook meer zinnelijke beeldspraak, erotiserend zelfs: ‘We dansen met een partner die zich nauwelijks laat leiden’ (Rutte tijdens het Kamerdebat over de verplichting van mondkapjes).

Na de persconferentie van afgelopen maandag konden we een uitdrukking toevoegen aan de afdeling sport: „We doen ons best, maar het virus doet het beter.” (Dit staat dan weer haaks op de vereenvoudigde mededeling van de rijksoverheid dat we helemaal niet goed ons best doen. )

Bij mij werkt deze wedstrijdretoriek motiverend en activerend. Ik ben competitief ingesteld, wil het beter doen dan het virus. Het virus wordt mijn tegenstander in een schaakpartij. Ik ga voor herdersmat in minder dan vier zetten. Bij mijn vriend werkt de uitdrukking demotiverend en genereert die wantrouwen in de overheid. Deze soort manipulerende soundbites ridiculiseren volgens hem de ernst van de situatie, infantiliseren de mens en personaliseren het virus; het maakt van corona entertainment – ‘wij versus het virus’ – zonder duidelijke scheidsrechter én met afschepen van de verantwoordelijkheid van de overheid naar de bevolking: het ligt niet aan ons of aan de regels, maar aan júllie spelgedrag, dat beter kan.

Laveren tussen dwang en adviseren

Dat brengt mij bij het tweede, ingewikkelde punt, de relatie tussen overheid en burger. Steeds opnieuw hamert de overheid op onze eigen verantwoordelijkheid. Bij elke persconferentie verschijnen premier Rutte en minister De Jonge als twee schoolmeesters die het ook maar vervelend vinden dat ze streng moeten zijn en liever als een Mees Kees-vriendschap zouden sluiten met de kinderen, maar ja die kinderen gedragen zich dus niet.

Wat vrijheid en verantwoordelijkheid betreft, zit Nederland niet alleen geografisch maar ook ideologisch in tussen de zuidelijke aanpak (de overheid bepaalt, u gehoorzaamt) en het Scandinavische noordelijke model (u bent vrij, uw gedrag is uw eigen existentiële verantwoordelijkheid, wij vragen u deze regels op te volgen).

Nederland laveert tussen dwang en adviseren en komt al polderend uit op ‘dringend adviseren’. In het artikel Mondkapje? Dat bepaal ik zelf wel (NRC, 30/9), werd de Nederlandse volksaard door een aantal deskundigen getypeerd als „anti-autoritair en individualistisch”: „In principe heb je niets te maken met anderen – en dat vieren wij”, zo vat socioloog Gabriël van den Brink het samen.

Zelf ben ik groot geworden met het Scandinavische model, met de wet van Jante (een aantal ongeschreven regels die de Noordelijke volksaard/ziel vormen) die onder meer stelt dat het individu nietig is, ondergeschikt is aan de gemeenschap. Dat autoriteiten te vertrouwen zijn omdat zij zich door diezelfde wet van Jante laten leiden en doen wat goed is voor de gemeenschap. Plus een wat zwaarmoedig existentieel besef dat het innerlijke morele geweten ten diepste een individuele keuze is maar dat in aanpassend gedrag de wijze autonome vrijheid schuilt, niet in anti-autoritair verzet.

Lees ook: De hulpbehoevende burger blijft onkundig over corona

Kleuters

De halfslachtige weg die de Nederlandse overheid bewandelt met haar ‘dringende adviezen’, waarbij we steeds op onze ‘volwassenheid’ worden aangesproken, suggereert in feite dat we ons als kleuters gedragen. Het leidt ook tot veel onduidelijkheid over bij wie verantwoordelijkheid ligt en dus de aansprakelijkheid. De relatie overheid-burger reproduceert zich vervolgens op de werkvloer, omdat nu werknemers aan hun leidinggevenden moeten gaan vragen om de regels te verduidelijken omtrent mondkapjes, aangezien van overheidswege niks ‘moet’.

In niet-eenvoudige taal samengevat: we laveren nu voortdurend tussen positieve vrijheid (opgelegde beperkingen) en negatieve vrijheid (alle keuzes openlaten), waarbij de burger een steeds weerbarstiger kleuter wordt die om een steeds strengere ouder gaat smeken.

Die smeekbede is terecht. Want het coronavirus ís geen individuele kwestie, het gaat hier om de gemeenschap. Wees dus duidelijker, overheid, durf streng te zijn en neem verantwoordelijkheid voor de gemeenschap. We zullen mopperen, zoals de volksaard wil, maar dat is verbindend mopperen dat tot meer saamhorigheid in plaats van verdeeldheid leidt.

Verder: communiceer méér, niet minder. Want het schort aan een langetermijnvisie in de persconferenties. Waar Duitsland zich buigt over de gezondheidseconomie op langere termijn en niet beknibbelt op het aantal IC-bedden, wordt er hier gekibbeld over een eenmalige uitkering van duizend euro in plaats van nagedacht over structurele veranderingen. De Britse filosoof Roman Krznaric slaat met zijn nieuwe boek The Good Ancestor. How to Think Long Term in a Short Term World wat dat betreft de spijker op zijn kop: we gaan ten onder als we niet een langeretermijnvisie voor ogen houden: een gezonde gemeenschap.

Foto Janine Schrijver

Ontvang thuis niet meer dan drie gasten

En ik? Mijn beroep is nog steeds niet cruciaal en dat komt goed uit, want mijn dochter (10) is voor de derde keer sinds het begin van het schooljaar weer naar huis gestuurd. De invaldocent die de zieke docent van de klas al een tijdje vervangt, moest per direct na bron- en contactonderzoek in quarantaine en er is geen vervanger beschikbaar voor de vervanger. Over een week is het herfstvakantie en is ze weer tien dagen thuis.

Gelukkig houd ik van de herfst en ben ik opgewekt en dat komt mede door één verrassende, nieuwe, aangepaste, hartverwarmende regel van de overheid voor heel Nederland, die uitblinkt in fantasie en poëzie en die ik nog in geen enkel ander land heb aangetroffen: „Ontvang thuis niet meer dan drie gasten (ouder dan 12 jaar).” In de vereenvoudigde taal op de website van de rijksoverheid staat er:

„Ontvang thuis maximaal 3 gasten. Kinderen tot en met 12 jaar tellen niet mee.” Drie? Drie!

Wat een heerlijk getal voor een aantal gasten! De samenleving wordt doorgaans opgedeeld in stelletjes of gezinnen (vier personen, twee plus twee kinderen. Drie heeft de reputatie van een probleem: in een relatie, als je gaat fietsen, als je in een tentje wil slapen. Drie, dat moedigen we in cultureel en maatschappelijk opzicht niet aan, denk aan uitdrukkingen als „There were three in this marriage” (Lady Diana), boeken als Drie is te veel (Jill Manson). Een uitzondering vormen het religieuze domein dat ‘drie’ verheerlijkt (heilige drie-eenheid), en de retoriek (herhaal uw boodschap altijd drie keer!).

Ik lees het als een vrolijke maatregel tegen eenzaamheid, als een viering van het tolerante denken, als poëzie. We moeten alleen winkelen, thuis werken en mogen niet meer samen langs de lijn aanmoedigen. Een threesome thuis met leeftijdsgrens, dat klinkt als een onvoorspelbaar en spannend avontuur, een onbekende dans zo u wilt.

Ik vind dan ook dat deze regel per direct een verplichtend en dwingend karakter moet krijgen: Ontvang thuis altijd drie gasten (ouder dan 12 jaar), want alleen samen krijgen we eenzaamheid onder controle.

Ontvang thuis altijd drie gasten (ouder dan 12 jaar), neem als stelletje dus altijd iemand mee. Ik zeg het nog één keer in begrijpelijke taal:

Ontvang/ thuis/ altijd/ precies/ drie gasten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.