Opinie

Stil aan de overkant

De voetbalsupporter heeft het zwaar. Iedereen heeft het zwaar, maar na het verplegend personeel, heeft niemand het zo zwaar als de voetbalsupporter. Nu mogen ze de velden zeker drie weken niet bezoeken, en dat terwijl ze het laatste weekend niet hadden gezongen maar alleen binnensmonds ‘hoera’ en ‘goal’ hadden gemompeld, begeleid door geciviliseerd handengeklap. Een castratie die de supporter, uit liefde voor de sport, bereid was te ondergaan.

Voetbalsupporters hebben het zo zwaar dat ze in de aanloop naar de loting voor de Champions League een lotingsimulator in het leven riepen. De supporter kon online op balletjes drukken en zo de clubs in fictieve groepen loten. Als het resultaat niet beviel, mocht je eindeloos opnieuw proberen. Nu de echte loting heeft plaatsgevonden kan de voetbalsupporter zichzelf ook met dat spiegeltje niet meer voor de gek houden. Realistisch bekeken is de kans dat de Champions League wordt uitgespeeld nihil. Covid-19 zal elke sportbubbel uiteen doen spatten, de spat is immers het lot van elke bubbel.

De voetbalsupporter heeft het zo zwaar dat zelfs ik op zoek ging naar een manier om het leed te verzachten. Ik schreef gebarentolk Nathaly Tweeboom en vroeg of ze een supportersliedje naar gebarentaal kon vertalen zodat supporters, als ze over drie weken weer naar het stadion mogen, alsnog kunnen zingen, maar dan met het snaveltje toe.

„Welk lied?” zei ze. Blind voor ironie vroeg ik om ‘Het is stil aan de overkant’.

Even later stuurde ze me een filmpje waarin ze dat in gebaren zong. Haar bewegingen zal ik zo beschrijven dat u, indien gewenst, kunt meezingen: sta met de bovenarmen losjes langs het lichaam, de onderarmen tot halverwege optillen, op de maat wijzen alsof je een orkest dirigeert en het lichaam een beetje swingend heen en weer bewegen. Dan met de wijsvinger naar de overkant wijzen, geluidloos ‘overkant’ zeggen. Uitdagend kijken. Nu de wijsvinger op de lippen doen en nog steeds heen en weer bewegen met die uitdagende blik. Herhalen.

U zingt nu ‘Het is stil aan de overkant’ in gebarentaal.

„En You’ll never walk alone?” vroeg ik. Die was al vertaald zei ze, en ze stuurde me een filmpje waarin verschillende tolken in gebarentaal de grote voetbalhymne zingen. Ik zette het volume lekker hard en zong in stilte mee: de ander aanwijzen voor ‘you’, een vinger voor je borst wiegen voor ‘walk’, de handen van elkaar schuiven voor ‘never’, een vinger voor je draaien voor ‘alone’, de handen naar beneden regenen voor regen. Het beeld werd wazig, ik had natte ogen. Het werkte. Als op tribunes in gebaren wordt gezongen met de geluidsinstallatie op tien, breekt elke supporter evenals bij klankzingen.

Ik vertelde dit aan een vriend die Ajax-supporter is. „Vraag ‘Dapp’re strijders, fier en koen’”, zei hij, maar ik heb vrienden bij ADO en die wil ik graag behouden. „Vraag dan hoe je kanker zegt.” Beide wijsvingers gaan als bewegende haakjes langs de onderste ribben omhoog tot het borstbeen, en als je het als scheldwoord bedoelt, kijk je daar boos bij.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.