Slachtoffers Hawija ontevreden over beslissing Defensie

Hawija-bombardement Het Nederlandse besluit om de slachtoffers van de luchtaanval op de Iraakse stad Hawija collectief in plaats van individueel tegemoet te komen, stuit op groot onbegrip ter plekke.

Iraakse politie in Hawijah in 2017 kort na de herovering op Islamitische Staat.
Iraakse politie in Hawijah in 2017 kort na de herovering op Islamitische Staat. Foto Ahmed Jalil/EPA

Slachtoffers van het door Nederland uitgevoerde bombardement op een IS-explosievenfabriek in de Iraakse stad Hawija reageren met onbegrip en teleurstelling op het Nederlandse besluit hen niet individueel te compenseren voor de geleden schade. Nederland wil alleen bijdragen aan de wederopbouw van het gebied dat door het bombardement werd vernietigd.

Daarbij werden in juni 2015 honderden huizen, garages en winkels vernietigd of zwaar beschadigd. Tenminste zeventig burgers vonden de dood; meer dan honderd burgers raakten gewond. Minister Ank Bijleveld (CDA, Defensie) lichtte vrijdag de Tweede Kamer in over dit besluit.

De nabestaanden en slachtoffers die NRC sprak via WhatsApp, zijn er zonder uitzondering van overtuigd dat de toegezegde hulpprojecten hun en hun lotgenoten niet ten goede zullen komen.

„Wij hebben niets aan projecten, wij willen een individuele vergoeding”, zegt Omar Khaled Saadoun, die bij de luchtaanval in 2015 gewond raakte. „Als er een algemene vergoeding komt in de vorm van projecten, dan zal al het geld geroofd worden door de autoriteiten. Ze doen alleen projecten die in hun persoonlijke belang zijn; de slachtoffers zien er niets van terug.”

Medische zorg nodig

Saadoun wijst er daarnaast op dat veel gewonden tot op heden medische zorg nodig hebben. Mensen zijn in 2015 ogen of ledematen verloren. Een individuele vergoeding zou de benodigde operaties en behandelingen, die niet altijd in Irak voorhanden zijn, binnen bereik brengen.

De zorg dat projectgelden in verkeerde handen terechtkomen, wordt breed gedeeld. Talal Ali Shahib, die bij de luchtaanval in 2015 zijn destijds vijftienjarige broer Hummam verloor, staat positiever tegenover projecten dan zijn stadsgenoot, maar ook hij vertrouwt die liever niet toe aan Iraakse organisaties. „Het beste is als de hele staf Nederlands is”, vindt Shahib. „Als ze het overlaten aan de Irakezen, zal alles worden gestolen en zien wij er niets van terug.” Ook Waqas Abu Saleh al-Abdallah uit Salah ed-Din is ervan overtuigd dat de „100 procent corrupte” Iraakse overheid eventuele hulpgelden allemaal zelf zou opstrijken.

Daar komt nog iets bij: de meeste doden en gewonden kwamen oorspronkelijk niet uit Hawija. Het merendeel van de bewoners rond het industrieterrein was net als Al-Abdallah en zijn gezin uit andere provincies binnen Irak gevlucht naar Hawija. „De mensen uit Hawija zijn huizen en gebouwen verloren, de mensen van buiten Hawija zijn familieleden verloren”, zegt Al-Abdallah. Velen van hen zijn teruggegaan naar hun oorspronkelijke woonplaats. „Wat hebben wij aan projecten in de stad Hawija?”

Al-Abdallah heeft zijn vertrouwen gesteld in advocaat Liesbeth Zegveld en haar medewerkers, die de Nederlandse staat aansprakelijk hebben gesteld voor de aanval. In de Kamerbrief noemt minister Bijleveld deze aansprakelijkheidsstelling, maar daarbij herhaalt zij het regeringsstandpunt dat Nederland „wel verantwoordelijk, maar niet aansprakelijk was” voor de geleden schade omdat de luchtaanval een legitiem militair doel betrof. Het bijdragen aan de wederopbouw van Hawija is een vrijwillige geste, aldus de minister.

Lees ook: Hoe een Nederlandse bom 70 mensen doodde in Irak