Opinie

Overal ter wereld zetten docenten nu dezelfde colleges op video

Column Docenten worstelen met het vormgeven van digitale colleges. Kan dat niet slimmer, vraagt Eveline Crone zich af.

Eveline Crone

Niemand was erop voorbereid. Massale online lessen en colleges kwamen in maart als een complete verrassing. De studenten waren niet voorbereid, en de docenten al helemaal niet. Na de eerste euforie dat het gelukt was om alles in een week tijd werkend te krijgen, kwamen de eerste scheurtjes. Online doceren bleek intensiever dan gedacht, vermoeiender ook. We zijn nu zes maanden verder, en docenten kunnen het nauwelijks bolwerken.

Een collega deelde vorige maand op LinkedIn een bericht: „Vandaag mijn nieuwe onlinecursus gestart; het kostte me een hele dag om een filmpje van 6 minuten op te nemen, benieuwd wat dit voor de rest van de cursus betekent”.

Het nieuwe digitale onderwijs wordt gegeven in twee smaken. De eerste bestaat uit docenten die alles bij het oude willen houden. Een twee of drie uur durend college wordt vanaf de keukentafel opgenomen, met op de achtergrond een plantje of een boekenkast. Dat levert unieke problemen op. Een collega had zich tijdens de lockdown geïnstalleerd in de fietsenstalling naast het universiteitsgebouw. Want hij wil thuis geen wifi.

Dan is er de tweede smaak: onderwijsvernieuwers die digitaal onderwijs omarmen. Eindelijk kunnen ze doen waar ze altijd van droomden. Blended learning (een combinatie van fysiek en online onderwijs), flipping the classroom (colleges worden huiswerk en huiswerk maak je tijdens de colleges): nieuwe onderwijstechnieken worden uit de kast getrokken en digitale studio’s opgetuigd. Aan de Rotterdamse universiteit werd zelfs de campus nagebouwd in Minecraft om studenten toch een campuservaring mee te geven.

De klassieke collegegevers en de nieuwe hemelbestormers weten elkaar moeilijk te vinden en de werkdruk loopt op. Afgelopen maand bracht de actiegroep WOinActie een manifest naar buiten waarin zij beschrijven dat in de afgelopen jaren de verhouding tussen het aantal studenten en het aantal docenten totaal uit balans is geraakt. Dit leidt tot structureel overwerken. Online lesgeven heeft het allemaal niet makkelijker gemaakt.

Gaat er ergens iets verkeerd? Want waarom zijn docenten overal op de wereld met moeite dezelfde colleges aan het inspreken als ze veelal ongeveer hetzelfde vertellen?

Dat kan anders. Om een voorbeeld te geven: op dit moment koopt universitaire staf vaak tekstboeken bij internationale uitgeverijen, in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, die vaak naast het boek ook per hoofdstuk een powerpointpresentatie bijvoegen. De auteurs van het boek hebben alvast de belangrijkste informatie samengevat om het lokale docenten makkelijker te maken college te geven. Maar waarom zou de uitgever dan ook niet meteen filmmateriaal erbij aanleveren, waarbij de schrijvers van het boek (of de beste docent van het jaar) die colleges online aanbieden? Docenten hoeven het niet allemaal zelf te doen.

En als we iets hebben geleerd de afgelopen maanden dan is het wel dat twee uur luisteren naar iemand op een scherm niet vol te houden is. Online colleges zouden in de vorm van kennisclips opgenomen kunnen worden. De individuele invulling van de docent ligt in de Q&A-sessie na afloop: het beantwoorden van de vragen van studenten en de discussie. Precies het gedeelte waar docenten nu niet meer aan toe komen, maar waar de docenten en studenten wel het meeste naar verlangen.

Het probleem beperkt zich overigens niet alleen tot de universiteiten. Bij een ouderavond op de middelbare school van mijn dochter vertelde de docent dat verkouden leerlingen via Teams kunnen inloggen en zo de les kunnen volgen. Ouders klaagden toen dat die leerlingen vaak net missen welke pagina wordt behandeld of wat het huiswerk is. Maar als alle docenten dat doen, op alle scholen in Nederland, zou het dan niet mogelijk zijn om samen te werken en de online lessen op een andere manier aan te bieden?

In de wetenschap is sinds enkele jaren, gevoed door de digitale mogelijkheden, een nieuw proces gaande: open data. Dit is een manier van gegevens delen waarbij onderzoekers niet langer afhankelijk zijn van een enkele studie in een enkel laboratorium, maar waarbij zij gegevens delen van soortgelijke onderzoeken over de hele wereld. Dit heeft geleid tot grote doorbraken in kennis over hoe de hersenen ontwikkelen, omdat onderzoekers hersendata kunnen bestuderen van 10.000 in plaats van 200 mensen. Dit had nooit gekund zonder de digitale technologie, het is een van de beste ontwikkelingen van dit tijdperk.

Mijn collega van het 6-minuten filmpje deelt nu iedere week dapper zijn colleges op Linkedin. Open onderwijs als logische stap na open data; digitaal delen als optimale kennisbenutting. Als docenten dit nu met elkaar kunnen organiseren dan spaart het tijd en houden docenten en studenten meer tijd over voor datgene waar zij wel energie van krijgen.

Eveline Crone is hoogleraar Developmental Neuroscience in Society aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit is haar eerste column op deze plaats.