Hij had altijd zin met iedereen te praten

Door het coronavirus overlijden veel meer mensen dan gemiddeld. Wie zijn zij? In deze aflevering: Paul Habich (89).

Paul Habich met zijn zoon Paul. Vader Habich genoot van het sociale aspect in het tehuis.
Paul Habich met zijn zoon Paul. Vader Habich genoot van het sociale aspect in het tehuis. Foto privé archief

Jacobus Paulus Cornelis Habich, die door de meeste mensen Paul werd genoemd maar door zijn vrouw JPC, werd in 1931 geboren. De eerste jaren van zijn leven woonde hij in het centrum van Den Haag. Met zijn eigen gezin betrok Habich, die altijd in de bouw heeft gewerkt, een appartement op de vierde verdieping in de Schilderswijk, maar toen er kinderen kwamen – uiteindelijk vier – en er ook nog een schoonzoon inwoonde werd het daar te klein, en vertrokken ze naar een ruimere benedenwoning in Spoorwijk.

Paul Habich was veel bezig met wat om hem heen gebeurde. Dat bleek ook toen hij in de jaren tachtig een ernstig auto-ongeluk zag voltrekken en als enige van vele omstanders in actie kwam door met zijn stropdas het been van een slachtoffer af te binden. Daarna is hij een actie gestart om een einde te maken aan de onveilige verkeerssituatie.

Vooral mevrouw Habich voelde zich op den duur niet meer thuis in Spoorwijk, zegt hun zoon Paul Habich, deels omdat er veel mensen met een niet-Nederlandse achtergrond kwamen wonen en zij zich alleen voelde, deels omdat het een drukke wijk was waar het leven zich voor een groot deel op straat afspeelde. Habich senior had altijd zin om met iedereen te praten, in de buurt, en ook als hij naar de Haagse Markt ging, waar zijn moeder nog als fruitverkoper had gewerkt. Het duurde daardoor soms uren voordat hij uitgewinkeld was.

Naar het verzorgingstehuis

Na Spoorwijk werd het relatief rustige Loosduinen hun thuis. Daar was het voor Paul Habich senior ook weer: kletsen, kletsen, kletsen. Als zijn kinderen met hem door de stad reden wees hij altijd de gebouwen aan waaraan hij had meegewerkt, vooral aan het deur- en raamwerk. Tot zijn verdriet moest hij na een ongeluk rond zijn vijftigste, hij was van een stelling gevallen, in de ziektewet.

Vier jaar geleden vertrok Paul Habich uit zijn buurtje naar het verzorgingstehuis. Zijn vrouw was twee jaar eerder overleden en hij was aan het dementeren. Zoon Habich herinnert zich dat zijn vader aan het hek van het complex aan het rammelen was, hij wilde weg maar zat in een gesloten tehuis.

Vader Habich kon wél genieten van het sociale aspect in het tehuis. De zangmiddag op maandag, bingo, uiteten in de kantine, bloemschikken. En de kinderen kwamen een of twee keer per week. Hij had tijdens de vier jaar dat hij in het verpleeghuis zat ook steeds vriendinnetjes. Zoon Paul Habich: „Dan ging er weer één dood en zeiden wij: wat heb je nu weer met die vrouw uitgevreten.”

Toen de verpleegtehuizen tijdens de eerste golf dichtgingen was dat voor de sociale Habich senior verschrikkelijk. Alle sociale activiteiten stopten. „‘We zitten met een virus’, hebben we tegen hem gezegd. En dat begreep hij wel.” Na weken alleen te hebben doorgebracht, kwam er een mogelijkheid om bezoek te ontvangen achter glas. „Hij zat helemaal in elkaar gezakt in zijn rolstoel, maar zodra hij ons zag, ging hij rechterop zitten, glunderen. Als een plant die water kreeg.”

Langzaamaan kon de familie weer vaker langskomen. Ze ontsmetten hun handen en droegen mondkapjes. „Hij was oud en versleten, maar niet ziek, toen we hem vier weken geleden voor het laatst zagen.” Samen met twee van zijn kinderen dronk hij een cappuccino in de zon op het terras.

Vorige week dinsdag brandden er in een ruime aula van een uitvaartcentrum in Loosduinen 89 kaarsjes voor Jacobus Paulus Cornelis Habich, die stierf op woensdag 16 september, tijdens de tweede coronagolf. „Hij kreeg koorts en werd getest. Zijn hartslag ging heel erg omhoog en zijn bloeddruk omlaag. Ze hebben hem gevonden met bloed op zijn kussen.”

Zijn zoon vindt het moeilijk om te zien hoe mensen zich tegen de coronamaatregelen keren, zegt hij. „Ik hoop dat zij minder laconiek worden. Je kunt het bij je hebben en er niks van merken, maar opa en oma kunnen er dood aan gaan voordat ze er klaar voor zijn.”

Waarschijnlijk werd het virus overgebracht door een zorgmedewerker. Hoewel zoon Habich nog niet toe was aan de dood van zijn vader, heeft hij er vrede mee. „Hij hield er niet van om opgesloten te zitten.” Bij strengere bezoekregels of een nieuwe lockdown zou er weer meer vreugde uit zijn leven zijn verdwenen. „Corona heeft hem de das om gedaan. Misschien wel voordat de eenzaamheid het heeft kunnen doen.”