Opinie

Het verval van Amerika maakt ons kwetsbaar

Paul Scheffer

Voor de historicus Johan Huizinga was het duidelijk: „Onze nationale blik is op zee en ver over zee gericht. Het zwaartepunt van ons nationale bestaan ligt ternauwernood in het land zelf, maar in een virtueel punt van de oceaan.” We staan met onze rug naar het continent, schreef hij in de jaren dertig: „In onze westelijkheid ligt onze kracht en de reden van ons bestaan. Wij horen aan de Atlantische kant.”

Die woorden hebben in een heel andere tijd nog steeds betekenis. De fascinatie waarmee de strijd om het Witte Huis wordt gevolgd laat zien dat de verkiezingen in dat land ons meer raken dan die in buurlanden. Onze blik is inderdaad ver over zee gericht: Amerika is dichterbij dan België en Duitsland.

We lezen over de verwikkelingen rond het Hooggerechtshof in Washington, maar weten weinig van het Grondwettelijk Hof in Karlsruhe. Nachtelijke uitzendingen worden gewijd aan een debat tussen Donald Trump en Joe Biden, maar de totstandkoming van een regering bij de zuiderburen is een zijlijn in het nieuws. Amerika is het enige buitenland dat we denken te kennen.

Die oriëntatie zien we terug in de verbreiding van het Engels: dat is de enige vreemde taal die de meeste mensen spreken. En met de taal komt invloed: Breaking Bad is een van de best bekeken televisieseries, Google dringt tot in alle uithoeken door en na de dood van George Floyd stromen de pleinen hier vol.

Je zou dus denken dat de gedeelde belangen en waarden duidelijk zijn, maar uit een recent onderzoek van instituut Clingendael onder Nederlanders blijkt dat wij een bijna even grote dreiging zien in Amerika als in China: 29 procent versus 35 procent. Het beeld is drastisch veranderd. Dat is wel iets om bij stil te staan, want zo verdampt het verschil tussen democratie en dictatuur.

Die uitkomst heeft alles te maken met de afkeer van Trump, die zijn bewondering voor dictatoriale leiders openlijk belijdt. De schrijver Ian Buruma stelde in een interview: „Trump is in staat een catastrofale oorlog te ontketenen” (De Morgen, 12 september). Nu is de president juist doende om troepen terug te halen, maar ik begrijp zijn zorgen over de onberekenbaarheid van de man in het Witte Huis.

Het onderzoek, waarvoor 23 duizend mensen zijn ondervraagd, liet ook iets anders zien. In een Koude Oorlog tussen Amerika en China kiest maar liefst 60 procent voor een neutrale opstelling. Zo’n keuze verbaast niet op het moment dat mensen in beide grootmachten een vergelijkbare dreiging zien.

Ook deze hang naar afzijdigheid heeft een lange voorgeschiedenis die botst met de westelijke oriëntatie van ons land. Vanaf de formele afscheiding van België in 1839 tot het begin van de Tweede Wereldoorlog was neutraliteit het gebod van onze buitenlandse politiek. Op die manier hoopte men te ontsnappen aan de wereldwanorde die om zich heen greep.

Oog in oog met Hitler verongelukte deze politiek. Na het uitbreken van de oorlog schreef verzetsstrijder Henk van Randwijk spottend in Vrij Nederland: „De wereld, waar oorlogen gevoerd werden, was de wereld der grote mogendheden en der kleine, half-geciviliseerde volken als de Balkanstaten. En daar hoorden wij – gelukkig zeiden we – niet bij. Wij waren niet groot en wij waren fatsoenlijk.”

In de jaren dertig droomde Nederland zich weg in de positie van toeschouwer. Het is dus eerder gebeurd dat het verschil tussen democratie en dictatuur niet meer werd gezien. De terugkeer van het verlangen naar neutraliteit is wel begrijpelijk: de wereld is een stuk ruiger dan we vlak na het einde van de Koude Oorlog aannamen. In die wereld voelen we ons niet thuis: wij zijn immers niet groot en wij zijn fatsoenlijk. Althans dat denken we graag.

Europa zou meer aan zijn eigen veiligheid kunnen doen. Maar ook al zou dat lukken, dan nog weten we dat het verval van Amerika ons kwetsbaar maakt. Dat verval is onmiskenbaar gaande: de polarisatie krijgt zelfs gewelddadige trekken. President Trump zegt dat deze verkiezingen slecht zullen eindigen. Een lange beschouwing in het maandblad The Atlantic (‘The Election that could break America’) kondigt een constitutionele impasse aan die weinig goeds voorspelt.

De bijna obsessieve aandacht voor deze ontwikkelingen laat zien dat we aan de Atlantische kant horen. Afzijdigheid is een dwaalweg in de wereldwanorde die zich aandient. Ook onder Biden zullen Amerika en China botsen. Dat hoeft geen nieuwe Koude Oorlog in te luiden, maar het autocratische bewind in Beijing laat zijn macht steeds meer gelden. Daar gaat neutraliteit niet helpen. Integendeel, Europa en Amerika blijven als democratieën op elkaar aangewezen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.