Mieke Smits-Veldt praatte altijd over de 17e eeuw: ‘Mama liet ons zien hoe leuk werk kan zijn’

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Bij Mieke B. Smits-Veldt (1936-2020) ging het aan tafel altijd over de zeventiende eeuw.

Mieke Smits-Veldt in de zomer van 2019.
Mieke Smits-Veldt in de zomer van 2019. Foto privécollectie

Mieke mocht studeren. David Veldt, zelf een natuurkundige die de kost verdiende bij een verzekeringsmaatschappij, had hoge verwachtingen van de oudste van zijn vier kinderen. Op het Stedelijk Gymnasium in Dordrecht voelde Mieke zich thuis: ze deed niets liever dan lezen. Op haar zeventiende vertrok ze naar Amsterdam.

Doelgericht wijdde ze zich aan haar studie Nederlands én aan een intensief sociaal leven bij studentenvereniging USA. In het gemengde dispuut MVA (Malus Vigilantibus Amicitia, ‘De vriendschap is de wankelenden tot steun’) vormde zich een hecht clubje dat altijd contact zou houden. De later beroemd geworden dichter Willem Wilmink dartelde er onhandig om Mieke en andere ‘verre prinsessen’ heen, maar verder dan smachtende gedichten van zijn hand kwam het niet.

De liefde vond Mieke buiten MVA. „Donderdagochtend hadden we college van de fameuze professor Hellinga”, vertelt Hans Smits. „Mieke kwam altijd te laat – dat durfde niemand. Wij zaten vaak naast elkaar, ze vond me wel een fris type.” Na haar cum laude afstuderen kon Mieke aan de slag als doctoraal-assistent. In 1963 trouwde ze met Hans, in 1965 werd zoon Ivo geboren.

Een jaar later verhuisde het jonge gezin naar Beiroet: Hans had het diplomatenklasje gedaan en werd uitgezonden als ambassadesecretaris. Mieke werkte er voor een Franstalige lokale krant. In Lissabon, hun volgende post, begon er iets te knagen: „Van vrienden uit Amsterdam hoorden we wat zich daar rond 1968 allemaal aan revolutionaire ontwikkelingen had voltrokken. Het expatleven voelde niet goed meer.”

Mieke Smits-Veldt in 1981 als Maria Tesselschade tijdens een toneeluitvoering met studenten in De Ysbreeker, Amsterdam.

Foto privécollectie

Het met Jurgen (1969) en Heimon (1970) uitgebreide gezin keerde terug naar Nederland. Mieke accepteerde een halve baan als docent historische letterkunde aan de UvA en besteeg, gestaag doorwerkend, de academische ladder: in 1986 promoveerde ze cum laude op werk en persoon van arts en toneelschrijver Samuel Coster, gevolgd door een lange reeks artikelen en boeken over de zeventiende-eeuwse literatuur- en toneelgeschiedenis. Haar zonen verwonderen zich er achteraf over hoe naadloos en gestructureerd het gezinsleven al die jaren verliep: naast de vaste werkuren was er volop tijd om voor te lezen en samen te eten.

Jurgen: „Als het aan tafel weer over die zeventiende eeuw ging maakten we daar natuurlijk ook grappen over, mama was zó met haar vak bezig. Maar we respecteerden het wel. Ze liet ons zien hoe leuk werk kan zijn.”

Mieke kwam altijd te laat – dat durfde niemand. Wij zaten vaak naast elkaar, ze vond me wel een fris type.

Hans Smits man van Mieke

Oud-student Natascha Veldhorst leerde Smits-Veldt begin jaren negentig kennen: „Achter haar voorkomen van een keurige, beetje geëxalteerde dame bleek een nuchter, feministisch wetenschapper schuil te gaan, die altijd vanuit de inhoud dacht. Mieke had niets van de ijdelheid van sommige andere academici. Door haar enthousiasme en brede blik werd een werkcollege over dichteres Maria Tesselschade iets onvergetelijks.” Smits-Veldt publiceerde de beknopte biografie Maria Tesselschade. Leven met talent en vriendschap (1994), vijf jaar later gevolgd door In een web van vriendschap, een bloemlezing van brieven van vrouwen uit de zeventiende eeuw.

Na haar pensionering in 2001 wachtte nog één grote opdracht. „Haar eerste reactie was: o nee. Dat kan ik niet”, vertelt Hans over het verzoek om voor de reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur de Noordelijke Nederlanden in de jaren 1560-1700 te behandelen. „Ik zei: laat mij voortaan koken, en ga dit doen.”

Het project zou vijf jaar in beslag nemen. „Mieke en ik waren het meteen eens”, zegt co-auteur Karel Porteman, emeritus hoogleraar historische letterkunde aan de universiteit van Leuven. „Het ging ons om de positie van de literatuur in dat zich opbouwende Nederland, we hoefden niet zelf te schitteren. De beoogde taakverdeling van zij het Noorden en ik het Zuiden verviel al snel. Elke zin is door ons beider handen gegaan. Vlot en vrijpostig bewerkte ze de tekst, met grote zin voor nuance.”

Pas het afgelopen jaar, toen ze wist dat ze ongeneeslijk ziek was, kwam Smits-Veldt eraan toe om haar eigen werk te herlezen – en te waarderen. „Ze zette haar eigen boeken altijd op onderwerp in de kast, niet apart”, vertelt zoon Ivo. „Je kon ze nauwelijks vinden. Dat tekent haar bescheiden, bijna afstandelijke houding.” Nu voelde ze voor het eerst tevredenheid. Heimon: „Ze was berustend, en tot haar laatste dag haarscherp.”