Het universum van wiskundige Miranda Cheng

Zap In het wetenschapsprogramma ‘Grote vragen’ vertelde de Amsterdamse wiskundige Miranda Cheng over een berekening in 196.883 dimensies. De presentator klapperde met zijn oren.
Wiskundige Miranda Cheng in Grote vragen.
Wiskundige Miranda Cheng in Grote vragen. Beeld VPRO

Rob van Hattum is het type presentator dat zelf ook een beetje aandacht nodig heeft. Donderdag begon hij zijn wetenschapsprogramma Grote vragen met het beantwoorden van een vraag die niemand hem had gesteld, namelijk wat zijn favoriete geometrische figuur was. „De dodecaëder. Een figuur die is opgebouwd uit twaalf identieke vijfhoeken.” Van Hattums liefde ging zo ver dat hij er eentje op zijn enkel had laten tatoeëren en, hup, daar schoof zijn broekspijp al omhoog. „Het jammere is alleen dat iedereen denkt dat het een voetbal is.” Daar kon je je iets bij voorstellen.

Zijn dodecaëderexhibitionisme is Van Hattum vergeven, want Grote vragen (VPRO) is een uitstekende serie. In de vierde aflevering richtte hij zich op het universum van de Amsterdamse wiskundige Miranda Cheng (1979), die baanbrekend onderzoek doet naar umbrale maneschijn. De theorie van de symmetrieën zou een band hebben met functies uit de theorie over zwarte gaten. Die verbinding, zei Van Hattum, zou zomaar een Theorie van Alles kunnen opleveren. Ik wist zeker dat wij hetzelfde niet begrepen.

Wiskunde is de mogelijkheid om onmogelijke vragen te stellen, wat Cheng illustreerde door te vertellen over een berekening in 196.883 dimensies, die haar „een heel mooi object” van 10^54 symmetrieën had opgeleverd. Van Hattum klapperde met zijn oren. Cheng zei: „Ik zie geen complexiteit, ik zie simpliciteit.” Later haalde ze een kistje grapefruits van de markt om die zo op te stapelen dat de leek aan haar zijde het dan hopelijk wel zou begrijpen.

Wat deze leek opviel, was de beweeglijkheid van de onderzoeker als zij met een collega een schoolbord vol slingerde met formules. Cheng produceerde ritmische pom-geluidjes, hupste op een ander been en veerde door haar knieën als ze ergens niet op kon komen.

Wellicht waren het sporen uit haar verleden, want Cheng was als tiener drummer in een punkband. Van Hattum volgde haar vanuit Amsterdam op een reis naar haar geboorteland Taiwan en sprak haar oude vrienden in café The Fucking Place. Op haar zestiende had Cheng school vaarwel gezegd. „Niemand kon er de vraag waarom je iets moest leren beantwoorden. Ik wilde Schopenhauer, Heidegger en Marx begrijpen.” Het vakgebied van haar toekomst boezemde haar afkeer in. „Toen vond ik wiskunde echt walgelijk, heel vies. Op school ging het alleen maar om cijfers en competitie.”

Na een intermezzo in een boeddhistisch klooster zette het werk van Stephen Hawking haar op het spoor van de theoretische natuurwetenschap. Het was een eye-opener, volgens Cheng. Ze sprak het uit als ei-opener – wat in dit geval heel passend was. Eenmaal uit het ei vertrok ze met een beurs naar Nederland. Daar vond deze vrouw, die zichzelf geen genie noemt maar „een mutant”, uiteindelijk haar beroepsbestemming.

Sinds een paar jaar is ze moeder, wat Cheng ertoe aanzette zich te verdiepen in kunstmatige intelligentie. Een toekomst vol zelflerende machines vertrouwt ze niet. „We hebben ze gebouwd, maar we weten niet precies waarom het een werkt en het ander niet. Dat is eng: we stappen ook in vliegtuigen, maar die begrijpen we helemaal.”

Ergens moet er een niveau te bereiken zijn waarop we zien hoe alles met alles samenhangt – al moeten we honderdduizenden dimensies scheppen om het uit te dokteren. Zo leidde Rob van Hattum ons in drie kwartier van een drumstel in The Fucking Place naar het punt waar de wiskunde raakt aan kunst en religie. Zo’n programma heet met recht Grote vragen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.