Opinie

‘Begrijpend lezen’ hoeft helemaal niet leuk te zijn

Om van lezen te kunnen genieten moet je nu eenmaal begrijpend leren lezen, schrijft . Maar de manier waarop kinderen het leren mag meer zijn dan een doel op zich.
Getty Images / iStockphoto

Het is Kinderboekenweek. Gelukkig is er veel aandacht voor leesvaardigheid, na de tsunami aan berichtgeving dat Nederlandse kinderen wereldkampioen ‘leeshaat’ zijn. Dat een kwart van de 15-jarigen halfabeet is en 40 procent van de basisschoolleerlingen de wettelijk gestelde streefniveaus voor taal niet haalt, en dat Nederland 2,5 miljoen laaggeletterden kent die de samenleving jaarlijks ruim een miljard kosten, een getal dat de komende jaren zal stijgen. Iedereen breekt zich het hoofd over hoe het tij te keren, ook de Stichting CPNB, organisator van de Kinderboekenweek. Zij hebben van de nood een deugd gemaakt en fastfoodgigant McDonald’s ingeschakeld om ‘lezen en voorlezen te stimuleren’. In iedere Happy Meal die daar tijdens de Kinderboekenweek over de toonbank gaat, zit een vetvrij kinderboekje.

De argumentatie van het CPNB dat „het doel de middelen heiligt”, wekt bij menigeen veel sympathie. Toch voelt het wrang. Leerkrachten, Neerlandici, pedagogen, onderwijskundigen – iedereen die betrokken is bij het onderwijs roept ach en wee over de schrikbarende ontlezing en analfabetisering, maar als de CPNB bij de regering aanklopt voor wat miljoentjes om het tij te keren, zegt die: ga maar bedelen bij het grootbedrijf. Als ik minister van Onderwijs was, zou ik me kapot schamen.

Afgelopen zondag legde Arjen Lubach vakkundig de vinger op de zere plek van die Nederlandse leeshaat: ‘begrijpend lezen’. Geestig schetst hij hoe de jeugd plezier in het lezen verliest door dat vreselijke vak ‘begrijpend lezen’. „Het benoemen van de structuur van de tekst, verbanden aanwijzen tussen de alinea’s op basis van zogenaamde signaalwoorden. Of je moet hoofdpunten en nevenpunten benoemen!” – gruwt hij.

Saaie sorteeroefening zonder beloning

Hoewel ik het met Arjen Lubach eens ben en enorm heb genoten van dat item, bekroop mij een angstig gevoel: gaan we nu massaal achter Lubach aanrennen en elkaar wijsmaken dat de taalregels, de tekststructuren en de signaalwoorden er niet toe doen? Integendeel, ze zijn onontbeerlijk voor onze leesvaardigheid.

Laten we waken voor het idee dat als je kinderen maar een boek geeft, het allemaal wel goed komt, zoals Lubach suggereert. Leer je een kind goed schaatsen door het een paar mooie schaatsen te geven en naar de ijsbaan te sturen? Nee, de kans is groot dat het al snel weer huilend voor de deur staat. En, als zijn ouders persisteren, juist een hekel aan schaatsen ontwikkelt. Je moet een kind leren schaatsen, tot het er plezier aan beleeft en het zelf gaat doen.

Lees ook de column van Joyce Roodnat over begrijpend lezen: De hyena’s kijken neer op lezertjes

Het probleem is niet dat er begrijpend lezen wordt gedoceerd. Het probleem is dat het een doel op zich is geworden: een saaie, vervelende, technische, sorteeroefening zonder beloning. Maar onbelangrijk is het allerminst. De kennis en de regels waar het om gaat bij ‘begrijpend lezen’ heb je hard nodig. Om een brief van de gemeente te kunnen lezen én om van leuke, spannende boeken te kunnen genieten. Om Dostojevski, Tolstoj, Kafka, Reve, Hermans, en, vooruit, Mulisch te appreciëren moet je nu eenmaal een bepaalde basiskennis van de structuur van taal hebben, en een flinke woordenschat. Begrijpend lezen is op veel scholen een geïsoleerde vorm van taalonderwijs, maar het moet onderdeel zijn van een breder programma, inclusief het lezen van literatuur. Vergelijk het met rekenen en wiskunde. De structuur van de taal is voor het lezen wat rekenen is voor wiskunde: om wiskunde te kunnen begrijpen, zul je eerst goed moeten kunnen optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen.

Verkeersborden van de taal

Lubach kan zich nog zo vrolijk maken over het begrip ‘signaalwoorden’, zij zijn wel degelijk essentieel voor het begrip van een tekst. Als je niet weet wat ‘ofschoon’ betekent, zul je een zin waar dat woord in voorkomt domweg niet begrijpen. ‘Signaalwoorden’ zijn de verkeersborden van de taal – als je die niet kunt lezen, krijg je ongelukken. Ze worden onderwezen zonder literaire context, dáár gaat het om. Kinderen krijgen een hekel aan lezen zonder te weten wat lezen is.

Ja, een natuurlijke doordrenking van taal, thuis en in je omgeving, door kranten, tijdschriften, radio, televisie, muziek, kleinkunst, conversatie, en dan, als vanzelfsprekend onderdeel, het lezen van boeken, is ongetwijfeld de beste manier om een echte goede lezer te worden. Maar laten we niet vergeten dat de meerderheid van de kinderen niet in zo’n talige broedmachine opgroeit. Toch zullen ook zíj die bijsluiter moeten leren begrijpen.

Lees ook: En wéér lezen middelbare scholieren slechter

Het leren van signaalwoorden en andere taalregels op zichzelf heeft niet zo veel zin; dan geef je kinderen sleutels zonder de schatkist die je ermee kunt ontsluiten. Dat is waar het fout gaat in het huidige taalonderwijs: er is alleen maar begrijpend lezen, en geen literair lezen. En misschien moeten we ook maar eens accepteren dat leren van elementaire taal- en rekenvaardigheden niet altijd leuk hoeft te zijn. Sommige dingen moeten simpelweg gebeuren, net als tandenpoetsen. Het wordt tijd dat de Nederlandse leeshaat serieuzer wordt aangepakt dan met een geinig weggevertje in een Happy Meal en een leuk nummertje van Lubach. Want, inderdaad, het doel heiligt soms wel de middelen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.