Illustratie Mikko Kuiper

Al in de brugklas volgde Mark Rutte de politiek. Dáár wilde hij aan meedoen

Voorpublicatie Mark Rutte werkt graag veertien uur per dag. Van kritiek van anderen trekt hij zich weinig aan, maar hij wil voldoen aan zijn eigen normen, schrijft in een nieuw boek. Drie fragmenten.

I. Rutte op de kleine steentjes

Hoe Mark Rutte werd wie hij is: door het gezin waarin hij opgroeide, zijn middelbare school, zijn vrienden.

Op de dag dat in Parijs twaalf mensen werden doodgeschoten op de redactie van het weekblad Charlie Hebdo, woensdag 7 januari 2015, kwam Mark Rutte net terug van Terschelling, in zijn Saab. Hij was een paar dagen in het huis van journalist Jort Kelder geweest, een vriend uit zijn tijd bij de liberale jongerenorganisatie JOVD. Samen met een andere vriend, ook nog van de JOVD, was hij daar altijd na de jaarwisseling. Ze keken naar films en documentaires over politiek.

Die vriend had hij net afgezet in de binnenstad van Amsterdam, rond twaalf uur ’s middags, toen Rutte over de aanslag hoorde. Maar zijn moeder verhuisde naar een verzorgingsflat en Rutte zou haar komen helpen, samen met zijn broer en zus. Het was de bedoeling dat dat gewoon doorging. Rutte vond zelf ook dat het moest. De hele middag stond hij dozen in te pakken.

In het VPRO-programma Zomergasten, in 2016, noemde Mark Rutte zijn moeder „heel nuchter” en „buitengewoon zakelijk”. Eerder had hij al eens verteld wat hij van zijn vader had geleerd: dat je voor iedereen respect moest hebben en van jezelf niet moest denken dat je veel voorstelde. Dan zei zijn vader: „Blijf jij maar op de kleine steentjes lopen.”

Ze woonden in Den Haag, zijn vader was daar directeur bij een autodealer. Een Nederlands-hervormd gezin, ze lazen De Telegraaf en de AVRO-bode. Rutte zei in een lezing in Sociëteit De Witte in Den Haag een keer dat hij was opgevoed met de „waarden en normen” die aan het christelijk geloof waren „ontleend”. Hij had het ook over „bezoekjes” aan de Nieuwe Badkapel in Scheveningen, waar zijn opa ouderling was. Zijn vrienden hadden niet het idee dat het geloof en de kerk verder heel belangrijk waren voor de familie Rutte.

In vakanties gingen ze naar hun stacaravan op een boerderij in Putten. Op zaterdagavond aten ze nasi goreng, ook met broers en zussen – Rutte had er zes – die het huis al uit waren, en keken televisie. In Zomergasten vertelde Rutte over hun zwart-wittelevisie die steeds maar weer werd gerepareerd. „Dat was ook die tijd, hè. We gooiden niets weg in Nederland als het niet stuk was.”

In de zomer van 2017 ging Ruttes eigen televisie stuk. Dacht hij. Het was een kleurentelevisie, maar nog een ouderwetse dikke, geen flatscreen. Een van zijn beste vrienden, nog van de middelbare school, zei tegen hem dat hij eerst maar eens nieuwe batterijen in de afstandsbediening moest doen. Hij kon ook altijd nog opstaan en een paar stappen zetten. Op de televisie zat een aan- en uitknop.

Rutte, opgelucht, vertelde het aan een VVD’er die hem die zomer hielp bij de onderhandelingen met het CDA, D66 en de ChristenUnie over zijn derde kabinet. In een overleg over het regeerakkoord vertelde deze VVD’er het weer door aan collega’s van die drie partijen, als een goeie grap. Nog weer later moest Rutte zijn oude toestel toch wegdoen. Kabelexploitant Ziggo stopte in het voorjaar van 2019 met analoge televisie in de regio Den Haag.

Er waren oud-klasgenoten van Rutte, van het Maerlant-Lyceum in Den Haag, die hem in 2002 als staatssecretaris op televisie zagen en helemaal niet verbaasd waren. Het was hem dus gelukt. In een interview bij Schooltv vertelde Rutte, in de tijd dat hij premier was, dat hij „gewoon brandweerman” had willen worden, of concertpianist. Zijn vrienden op het Maerlant zagen het heel anders. Al in de brugklas, op zijn elfde omdat hij een kleuterklas had overgeslagen, volgde hij wat er in de politiek gebeurde. Daar wilde hij aan meedoen.

Op de middelbare school ging Rutte vooral om met Anthony Dekker, die later zijn voornaam veranderde in Lodewijk. Ze noemden elkaar meestal bij hun achternaam, soms met ‘meneer’ ervoor. ‘Burgerlijk’ vonden ze het allerergste wat je kon zijn. Toen Anthony Dekker hem een keer zo had genoemd omdat ze bij hem thuis altijd om zes uur aten, was Rutte er met zijn ouders over gaan praten. Het werd half zeven.

Mark Rutte en Anthony Dekker deden vaak politieke interviews na. Dan was Dekker de journalist, Rutte de premier. Zij hadden met zijn tweeën ook heftige discussies over klassieke muziek. Ze hielden allebei van Chopin en moesten allebei niets hebben van Wagner. Rutte vond ook The West Side Story van Leonard Bernstein uit 1957 mooi, Dekker noemde dat rotzooi. En ze waren het bijna nooit met elkaar eens over uitvoeringen. Dekker luisterde graag naar pianisten als Svjatoslav Richter en Nikita Magaloff, Rutte het liefst naar Vladimir Horowitz. Hij was een keer samen met zijn moeder bij een optreden van Horowitz in Londen geweest. In 2005 zei hij in het Radio 4-programma Een goedemorgen met… dat zijn moeder de grootste invloed had gehad op zijn muzikale ontwikkeling.

Ze liepen samen hard, met vuilniszakken over hun bovenlichaam om extra te zweten

Rutte vond ook Krystian Zimerman geweldig, die had in 1975 het Chopin-concours in Warschau gewonnen. Dekker vond Zimerman helemaal niks. Hij plaagde Rutte omdat die met zijn familie ook een keer bij een optreden van Diana Ross was, in de Houtrusthallen: hij had het steeds over Chopin en Mozart, maar stiekem hield hij van andere muziek. Rutte zei dat het voor de gezelligheid was.

Na hun eindexamen waren de gespeelde grote ruzies voorbij en maakten Dekker en hij in Parijs lange ‘Chopinwandelingen’ die eindigden op begraafplaats Père-Lachaise. Ze konden elkaar ook ontroerd vertellen dat je, al stortte je hele wereld in, altijd nog de muziek had.

Illustratie Mikko Kuiper

Dekker en Rutte gingen in die tijd ook naar de Noorse stad Bodø omdat Dekker graag de poolcirkel over wilde. In een platenwinkel vergeleken ze uitvoeringen van de Sonate voor twee piano’s in d majeur van Mozart. Maar ’s nachts werd het niet donker en Rutte kon niet slapen. Ze namen de trein naar Florence om een ijsje te eten. In die trein kwamen ze meisjes tegen. Eerst de Noorse Leila, die naar Parijs ging om model te worden en meer belangstelling leek te hebben voor Rutte dan voor Dekker. Wat volgens Dekker vreemd was, want híj werd gezien als de mooie jongen. En later twee Duitse meisjes die de opleiding tot verpleegkundige volgden. Toen na Florence hun geld op was en ze nergens konden overnachten, gingen ze nog bij die meisjes langs in Hamburg.

In Bodø hadden ze legerbroeken gekocht omdat ze hun eigen kleren te keurig waren gaan vinden. Ze vonden zichzelf in die tijd te slap en hadden bedacht dat ze mee wilden doen aan de Olympische Spelen. Op vier onderdelen: hoogspringen, verspringen, roeien, de 200 meter. Ze liepen samen hard, met vuilniszakken over hun bovenlichaam om extra te zweten.

Maar hun conditie werd er niet veel beter op. Misschien omdat ze na elke training taartjes gingen eten bij Berkenbosch aan het Noordeinde. Of omdat ze sigaren waren gaan roken, zo’n vier tot acht per dag.

II. Het oordeel van anderen

Al als staatssecretaris van Onderwijs, in 2006 – net voordat hij VVD-lijsttrekker werd, was Rutte gaan lesgeven. En toen noemden ze hem al ‘Teflon-Mark’, omdat hij door niets geraakt leek te kunnen worden.

In het kerstreces van 2012, Rutte was ruim een jaar minister-president, gaf hij een week lang geschiedenisles op het internaat voor hoogbegaafden dat zijn oude schoolvriend Lodewijk Dekker had opgericht, de Burton Academie. Hij had eerst, zoals bijna elk jaar, oud en nieuw gevierd samen met Dekker. Deze keer ook met studenten erbij van Dekkers school. Ze hadden pianogespeeld en liedjes gezongen.

In het gastenboek schreef Rutte die week wat hem was opgevallen: de studenten kwamen „zelfstandig en autonoom” over, maar ze vonden „het oordeel van anderen” het allerbelangrijkste. En: „Verbazing als ik vertel wat kritiek met me doet, nl. dat ik het niet persoonlijk neem, maar er altijd mijn voordeel mee probeer te doen.”

Ruttes vrienden wisten dat hij zich minder aantrok van kritiek dan veel andere mensen. Hij vond dat je moest voldoen aan je eigen normen. Als mensen steeds maar hun best deden om te zijn zoals anderen vonden dat ze moesten zijn, werd het volgens hem helemaal niets met de evolutie. In het gastenboek schreef hij over „het spiegelpaleis” dat je kreeg van „groepsdwang” op sociale media waardoor „talent, uniciteit en persoonlijkheid” verloren gingen.

Op de Burton Academie zei een van de leerlingen na een paar dagen dat ze „ontzettend teleurgesteld” was in Rutte. „Ik dacht dat politici bijzonder waren. Maar wat jij kan, Mark, dat kan ik ook.”

Rutte zei dat dat zo was. Maar waarom zou je, vond hij, van koningen, politieagenten of politici iets anders verwachten dan van anderen? Wat hij deed was „mensenwerk”. Dat kon je teleurstellend noemen. Híj vond het mooi.

III. Rutte in een crisis, MH17

Vóór de coronacrisis noemde Mark Rutte het de grootste crisis uit zijn carrière: de MH17 die werd neergehaald in oorlogsgebied. Zijn naaste medewerkers vonden dat hij zijn werk daarna geen ‘baantje’ meer mocht noemen.

Op donderdag 17 juli 2014 begon Mark Ruttes zomervakantie. Hij kwam ’s middags aan in Hotel Bergkristall in Oberstaufen, in Zuid-Duitsland. Zoals elk jaar zou hij daar bedrijven gaan bezoeken samen met transportondernemer Henk Bolk uit Almelo, en drie vrienden van Bolk. Het was nog te vroeg om te eten, ze zouden eerst nog gaan zwemmen. Rutte bracht zijn bagage naar zijn kamer.

In Straatsburg werd VVD-Europarlementariër Hans van Baalen die middag gebeld door de president van Oekraïne, Petro Porosjenko. Porosjenko zei dat hij heel dringend Mark Rutte moest spreken. Kon Van Baalen dat voor hem regelen?

Van Baalen was in Oekraïne bekend geworden door zijn optreden op het Maidanplein in Kiev, begin dat jaar. Samen met Guy Verhofstadt, de voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement, had hij duizenden Oekraïners toegesproken die al maanden demonstreerden tegen de corrupte en pro-Russische president Viktor Janoekovitsj. Rond het plein waren sluipschutters, bij de protesten waren tientallen doden en honderden gewonden gevallen. Janoekovitsj was daarna naar Moskou gevlucht, Porosjenko werd in het voorjaar president.

Illustratie Mikko Kuiper

Van Baalen wilde weten waar Porosjenko over belde: hij kon de minister-president niet zomaar storen. Porosjenko zei dat er een vliegtuig was neergeschoten. Van Baalen belde Rutte.

Op het ministerie van Algemene Zaken in Den Haag was bijna iedereen met vakantie. Bij het nieuwsbericht dat een toestel van Malaysia Airlines van de radar was verdwenen, dachten ambtenaren aan de MH370. Dat toestel, ook van Malaysia Airlines, was een paar maanden eerder verdwenen boven de Indische Oceaan. Kon dit nog toeval zijn? De MH17 was opgestegen van Schiphol en had Kuala Lumpur als bestemming. Een ambtenaar op een ander ministerie had met zijn gezin twee keer op dezelfde vlucht gezeten, op weg naar Indonesië. Hij belde een collega van de Rijksvoorlichtingsdienst: „Dat toestel moet vol hebben gezeten met Nederlanders.”

Wat later kwam het bericht dat er twintig Nederlanders in de MH17 zaten. Rutte zou terugkomen van vakantie. Hij werd opgehaald met het regeringsvliegtuig, de KBX. Stephan Schrover, plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst, vloog mee naar Zuid-Duitsland. Van de afdeling protocol had hij een pak voor Rutte meegekregen. Onderweg werkte hij aan de tekst van Ruttes eerste officiële reactie.

In Hotel Bergkristall aten Henk Bolk en zijn vrienden soep en een broodje samen met Rutte. Daarna brachten ze hem naar het vliegveld van Friedrichshafen. Op de vlucht naar Amsterdam pasten Rutte en Schrover de tekst aan. Het moest ernstiger, er waren al berichten over zeker 76 Nederlanders in de MH17.

Op Schiphol zei Rutte dat deze zomerse dag „gitzwart” was geëindigd. „Ik ben er echt kapot van. Heel Nederland is in diepe rouw. Onze gedachten gaan uit naar de nabestaanden.” En hij zei: „De onderste steen moet boven.”

Lees ook deze reportage Een jaar lang op pad met de premier

Er waren 298 mensen omgekomen, van wie 196 Nederlanders. In Washington zei de Amerikaanse vicepresident Joe Biden dat het vliegtuig was neergeschoten.

In het crisiscentrum in Den Haag, op de zevende verdieping van het ministerie van Justitie, nam Rutte de leiding over van minister van Justitie Ivo Opstelten. ’s Nachts werd hij gebeld door de Amerikaanse president Barack Obama. Rutte belde zelf met de Russische president Vladimir Poetin.

De week erna belde hij die bijna elke dag. Het vliegtuig en de lichamen lagen in de buurt van de grens met Rusland, in oorlogsgebied: Oekraïense troepen vochten daar tegen pro-Russische separatisten. En die luisterden naar Poetin. De kamer waarin Rutte zat te bellen, die de Father Judge-zaal heette en geen ramen had, werd door het crisisteam de ‘Poetinkamer’ genoemd. Er kwam steun van de EU, en na vier dagen stemde de VN-Veiligheidsraad unaniem, dus ook Rusland, voor een resolutie waarin stond dat er een onafhankelijk onderzoek moest komen naar de ramp.

Haagse politici en ambtenaren die Rutte meemaakten in de zomer van 2014, en later ook bij de aanslag in de tram in Utrecht en de uitbraak van het coronavirus, noemden Rutte in een crisis „Rutte op zijn best”.

Rutte stond op het Binnenhof bekend om zijn drang naar controle. Buiten crisistijd had die lang niet altijd een duidelijk doel. In een crisis kwam die tot zijn recht: dan had híj het overzicht en nam beslissingen.

Wat Rutte doet is ‘mensenwerk’. Dat kun je teleurstellend noemen. Híj vindt het mooi

Bij de MH17 was de volgorde: de passagierslijst te pakken krijgen, de mensen en hun spullen terughalen naar Nederland, onderzoek doen naar de oorzaak, een strategie bedenken om de daders te kunnen berechten. Rutte lette er steeds op dat alles wat over de MH17 naar buiten kwam eerst werd verteld aan de nabestaanden.

Ruttes adviseurs vonden dat hij na de aanslag op de MH17 niet meer over zijn functie moest praten als over zijn „baantje”. Hij had zich als premier van een klein land overeind gehouden in een crisis die geopolitiek, juridisch en menselijk enorm ingewikkeld was.

In interviews zei Rutte de jaren erna dat hij als premier harder moest werken dan hij had gedacht. „Je moet het leuk vinden om twaalf tot veertien uur per dag te werken”, zei hij in 2017 in het blad Metro. „Het is ook eenzaam. Je overlegt met iedereen, maar uiteindelijk kijkt iedereen naar jou om een beslissing te nemen.”

Toch bleef het hem moeite kosten om ernstig over te komen op serieuze bijeenkomsten. Dan keek hij een beetje naar beneden met zijn lippen stevig op elkaar, bijna in een grimas. Zijn vaste vastberaden blik.

Pas bij de crisis door het coronavirus leek de ernst vanzelfsprekender te worden. Al kreeg hij ook toen nog van andere politici, ook van partijen in zijn eigen coalitie, te horen dat hij „te jolig” was. Zoals die keer, aan het begin van de coronacrisis, dat hij RIVM-directeur infectieziekten Jaap van Dissel een hand had gegeven na een persconferentie die erover ging dat je elkaar geen hand meer moest geven.

Rutte moest lachen, hij gaf Van Dissel een elleboogstoot en liep met een arm op Van Dissels schouder de zaal uit. „Erg, hè”, zei hij nog. „Het is zo’n gewoonte.”

9 juni 2010
De VVD wordt de grootste partij
14 oktober 2010
Het eerste kabinet-Rutte wordt gepresenteerd, van VVD, CDA en gedoogpartner PVV. Rutte wordt de eerste liberale premier sinds 1918
23 april 2012
Het kabinet valt over het begrotingstekort
5 november 2012
Het tweede kabinet-Rutte van VVD en PvdA begint. Rutte II zit de volle rit uit
22 april 2015
Een kabinetscrisis over de opvang van illegale migranten wordt nipt afgewend
15 maart 2017
De VVD wint de derde Kamerverkiezingen op rij
26 oktober 2017
Rutte-III, bestaand uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie treedt aan

Petra de Koning: Mark Rutte. Uitgeverij Brooklyn, 220 blz. € 20

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Hoe Mark Rutte 10 jaar premier bleef

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.