Waar blijft de griep deze winter?

Infectieziekten Nergens heerst nog de griep. Corona heeft het tijdelijk van de kaart geveegd.

ANP / Sem van der Wal

September 2019: de griepkaart van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) kleurt donker op vrijwel het hele zuidelijk halfrond. Mexico, Brazilië, Centraal-Afrika, het Midden-Oosten en Indonesië: overal waart influenza rond. Het is nu al oktober 2020, maar de griepkaart is leeg. Nergens op de wereld heerst de griep. Het nieuwe coronavirus lijkt het griepvirus van de troon gestoten te hebben.

Sinds januari is de wereld in de ban van de nieuwe vijand, het coronavirus. En je zou bijna vergeten dat er nog honderden ándere luchtwegvirussen zijn die elke winter veel mensen besmetten, en die ook doden eisen. De grillige griepvirussen bijvoorbeeld: influenza. Elke winter steekt een net iets andere variant de kop op. Daaraan sterven jaarlijks een paar duizend Nederlanders. In het griepseizoen van 2017-2018 waren dat er zelfs zo’n 9.500, aldus het RIVM. Het griepseizoen begint bij ons vaak in december of januari en duurt gemiddeld dertien weken. In 2019-2020 was er een uitzonderlijk milde griepgolf, die circa 400 doden eiste. Dat golfje duurde van eind januari tot half februari. Net voor corona de kop opstak.

Op het zuidelijk halfrond, waar de seizoenen tegengesteld zijn aan die in het noorden, zou nu een griepgolf moeten heersen. Maar dat is dus niet het geval, blijkens de kaart van de WHO. De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) doken in de cijfers van drie landen op het zuidelijk halfrond die hun griepcijfers heel precies monitoren: Chili, Zuid-Afrika en Australië. In die drie landen test tussen april en juli normaal gesproken zo’n 14 procent van de mensen met luchtwegklachten positief op het griepvirus. In diezelfde periode in 2020 was dat 0,06 procent.

Hoe kan dat? En wat betekent dat voor ons komende griepseizoen op het noordelijk halfrond? Ron Fouchier, viroloog bij het Erasmus MC in Rotterdam en coördinator van het Nationaal Influenzacentrum, heeft er wel ideeën over. „Ik zie twee mogelijke verklaringen voor het uitblijven van de griep”, zegt hij. „Ten eerste natuurlijk de serieuze maatregelen die alle landen hebben getroffen om het coronavirus in te dammen. Thuis werken, afstand houden, betere hygiëne: dat zijn allemaal maatregelen die ook het griepvirus indammen.”

Het lijkt hem waarschijnlijk dat dit een grote rol speelt in Chili, Zuid-Afrika en Australië. „Het kan bijna niet anders. Als de meerderheid van een bevolking zich goed aan de maatregelen houdt, kun je verwachten dat ook andere besmettelijke ziekten veel minder kans krijgen zich te verspreiden.”

Virussen wisselen elkaar af

Een tweede verklaring is zogeheten interferentie. Tijdens een piek van het ene virus houden andere virussen zich gedeisd. „Dat zien we bij ons altijd in najaar en winter”, vertelt Fouchier. „Verschillende virussen wisselen elkaar af. Een verkoudheidsvirus piekt nooit tijdens een griepgolf, en andersom.”

Dat komt doordat het afweersysteem in actie komt zodra het lichaam in aanraking komt met een virus. Dat afweersysteem bestaat uit twee delen. We hebben zogeheten verworven immuniteit, op basis van antistoffen en cellen die gericht zijn tegen die specifieke ziekteverwekker. Die immuniteit is opgebouwd in de loop van het leven, als reactie op al doorgemaakte infecties. Maar we hebben ook een aangeboren immuniteit, die niet-specifiek is. Bij een infectie maakt het lichaam vele eiwitten aan, zoals interferonen, die virussen afremmen. Dat is in feite een ontstekingsreactie, en die werkt tegen álle virussen. Raak je dus besmet met virus A, dan ben je tijdelijk minder bevattelijk voor virus B.

Zeker vergeleken met de sterke invloed van de coronamaatregelen lijkt dit effect nu minder belangrijk als verklaring voor het uitblijven van de grieppiek, denkt Fouchier. Al was het alleen al omdat relatief weinig mensen Covid-19 hebben. In Nederland zijn er nu naar schatting zo’n 150.000 mensen besmet met het coronavirus, volgens de laatste weekcijfers van het RIVM. Dat lijkt niet genoeg om de rest van het land te beschermen tegen besmetting met de griep.

„Toch lijkt het erop dat we dat effect dit voorjaar zagen in het Verenigd Koninkrijk”, vertelt Fouchier. „In Nederland was de griepgolf toevallig al voorbij voordat corona zich aandiende, maar daar nog niet. De griepcijfers daalden toen in het VK sneller dan je zou verwachten op basis van louter hygiënemaatregelen. En het risico op Covid-19 bleek onder grieppatiënten 58 procent lager dan gemiddeld.”

Interferentie meten is lastig, merkt Fouchier op: de kans dat je beide virussen tegelijk oploopt, is statistisch gezien heel klein. Stel dat een op de duizend mensen virus A krijgt, en een op de duizend mensen virus B, dan krijgt zelfs zonder interferentie slechts een op de miljoen mensen allebei tegelijk. „Maar het slechte nieuws is wel dat de mensen díe griep en corona tegelijk krijgen, er slecht aan toe zijn”, zegt Fouchier. „In het VK gebeurde dat bij 58 mensen, daarvan overleden er 25 – 43 procent.”

Algehele malaise

Ook al speelt interferentie dan slechts een kleine rol – zou het dan niet een idee zijn om heel Nederland een injectie te geven met interferonen? Zolang er nog geen coronavaccin is? Nee, antwoordt Fouchier heel stellig. „Interferonen gaan gepaard met symptomen zoals koorts, rillingen en algehele malaise. Dat wil je niet. Vaccinaties stimuleren daarentegen het verworven immuunsysteem. Daar word je niet ziek van.”

In Nederland krijgen mensen in risicogroepen (zoals zestigplussers, zorgpersoneel en mensen met chronische ziekten) jaarlijks de kans zich te laten vaccineren tegen de griep. Gemiddeld maakt slechts de helft van de gegadigden daar gebruik van. „Dus daar is veel ruimte voor verbetering”, stelt Fouchier. „Dit jaar zou ik toch iedereen die ervoor in aanmerking komt, aanraden de griepprik te halen.” Al was het alleen al om het aantal mensen met griepklachten te beperken, licht hij toe. Met griepklachten mogen mensen niet naar hun werk en moeten zij zich laten testen – maar de testcapaciteit van de GGD’s staat zeer onder druk. „En juist nu willen we voorkomen dat mensen met griep in het ziekenhuis terechtkomen. We willen de druk op de zorg zoveel mogelijk beperken en de mensen in de zorg beschermen.”

De Europese afdeling van de WHO adviseerde deze week om in eerste instantie ouderen en zorgpersoneel met een griepprik te vaccineren. In Nederland zijn vooralsnog geen plannen om ook mensen uit andere risicogroepen te vaccineren, zoals jonge kinderen of zwangeren. „We verwachten dat er relatief veel interesse zal zijn in de griepprik, en dat er dus weinig capaciteit over zal zijn”, zegt Fouchier.

Helpt de griepprik wellicht ook een heel klein beetje tegen het coronavirus? Omdat het het immuunsysteem in paraatheid brengt? „Nee, daar hebben we geen enkele aanwijzing voor”, antwoordt Fouchier. „Die griepprik zorgt echt alleen dat je antistoffen tegen de griep gaat aanmaken.”

Mensen zijn heel vies

Voorlopig blijven afstand houden en hygiëne dus onze beste hoop. „Virologen en medisch microbiologen roepen dat altijd al”, merkt Fouchier op. „Als iedereen in het dagelijks leven wat meer hygiëne zou betrachten, zouden we heel wat minder luchtweginfecties hebben. Iedereen heeft geleerd dat je je hand voor je mond moet houden als je hoest, maar lang niet iedereen wast meteen daarna zijn handen. Eigenlijk zijn mensen heel vies.”

Tot slot maakt Fouchier nog een andere opmerking: als we dit jaar geen griepgolf doormaken, dan lopen we het risico dat die volgend jaar heftiger verloopt. „Mensen doorlopen een cyclus waarbij ze zo eens in de tien jaar griep krijgen”, vertelt Fouchier. „Dan bouwen ze weer een flinke dosis immuniteit op, die daarna weer geleidelijk afneemt. Als nu een heel cohort geen griep krijgt, moeten we volgend jaar rekening houden met dubbele cijfers.”

Aan de andere kant: iedereen die nu overlijdt aan Covid-19, kan de komende jaren niet meer aan de griep overlijden. Het gaat grotendeels om dezelfde risicogroep van ouderen en andere kwetsbare mensen. Hoe die balans zal uitpakken, durft de viroloog niet te zeggen. „Mijn glazen bol doet het niet. Maar hoe dan ook vind ik het geen slecht idee als we bepaalde elementen van de coronatijd blijven vasthouden, ook als er straks een vaccin is”, besluit Fouchier. „Vanaf maart hebben we in ons land nauwelijks andere infectieziekten gezien. Er moet toch een manier zijn waarop we die verbeterde hygiëne kunnen vasthouden, ook als de samenleving straks weer op gang komt.”