Recensie

Recensie Boeken

Uitvinder van de koloniale geldpomp

Pas 175 jaar na zijn dood verschijnt een eerste heuse biografie over Johannes van den Bosch (1780-1844), genie-officier, commissaris-generaal in ‘ons’ Suriname, gouverneur-generaal in ‘ons’ Indië, minister van Koloniën, tevens ‘veredelaar’ van de zelfkant der samenleving.

Generaal Van den Bosch was de uitvinder van het veelgesmade Cultuurstelsel, de koloniale geldpomp die het Nederland van de 19de eeuw op de been heeft gehouden. Angelie Sens waagde zich als eerste aan een beschrijving van het turbulente arbeidsbestaan van een van de hoofdpersonen uit die periode.

Van den Bosch moet voor sommigen een innemende man zijn geweest. Als je het vertrouwen van de nogal paranoïde koning Willem I wist te winnen, was je niet zomaar iemand. Aan de andere kant kon deze zwalkende Oranjevorst de energie, ideeën en consequente koers van praktijk- en beleidsman alsmede macher Van den Bosch goed gebruiken. Aan plannen geen gebrek, en Van den Bosch kon voortvarend rekenen.

Nederland stond er slecht voor bij Willems aantreden. Napoleon had de economie sterk doen verslechteren, onder meer door een verbod op handel met Engeland. En hoewel Willem I voortvarend van start leek te gaan (hij liet zoveel waterwegen graven dat hij als ‘kanalenkoning’ wordt herinnerd), gaandeweg begon het landsbestuur hem door de vingers te glippen, niet in de laatste plaats financieel. Gelukkig hadden we Indië nog, en gelukkig was er Johannes van den Bosch, de man die het Cultuurstelsel bedacht en op poten zette, een combinatie van afgedwongen teelt van koffie, suiker- en specerijen, gecombineerd met belastingen. Wat de factor arbeid in dit geheel betreft was Van den Bosch ook al ervaringsdeskundige. In 1818 had hij de Maatschappij van Weldadigheid opgericht, een onderneming die zowel de onderkant van de samenleving als de natie vooruit wilde helpen. In koloniën als Frederiksoord en Willemsoord ontstond een vorm van streng, niet zelden hardhandig begeleid wonen en werken. Ook in die zin was Van den Bosch ‘kolonieman’, zoals de titel van Sens’ biografie luidt. Volksverheffer was hij weer niet alleen in Drenthe, al betekende dat in de West en in de Oost vooral verbetering van arbeidskwaliteit en niet van arbeidsomstandigheden.

Sens beschrijft uitgebreid de centrale rol van Van den Bosch in de koloniale geschiedenis. Zijn Cultuurstelsel bestond welbeschouwd een hele eeuw lang, al werd het pas na zijn dood echt een geldmachine. We krijgen een helder beeld van alle ingewikkelde politieke, economische en sociale verhoudingen. Als het om de mens Van den Bosch gaat blijft De kolonieman echter nogal schetsmatig, al is dat misschien omdat de bronnen daarover weinig gegevens bieden. Toch had deze biografie meer anekdotische kleur verdiend. Zo had ik graag meer gelezen over Van den Bosch’ bizarre plan om Nederland splendid te isoleren door er een eiland van te maken. De even bizarre Willem I-onderneming rond 1828 om Amerika op zijn smalst door te graven (ook daar was de ‘kolonieman’ bij betrokken) komt er bij Sens bekaaid van af, net als Multatuli’s woorden over Van den Bosch uit 1870: ‘Wilt ge heersen in Indië, heers dan zó.’ Uit de pen van de ‘Opheffer van de Javaan’ toch een opmerkelijke loftuiting zou je zeggen.