Recensie

Recensie Boeken

Een schokkend boek over de weggesluisde miljarden van Poetin en zijn vrienden

Rusland In haar schokkende nieuwe boek onthult de Britse journaliste Catherine Belton hoe een handvol KGB’ers sinds eind jaren tachtig door middel van het witwassen van vele miljarden het Westen ontwricht en zichzelf verrijkt. (●●●●●)

Een schokkend nieuw boek geeft een onthutsend beeld van de slinkse manier waarop in de afgelopen decennia tien voormalige KGB-kameraden van Vladimir Poetin de Russische politiek en economie volledig naar hun hand hebben gezet.
Een schokkend nieuw boek geeft een onthutsend beeld van de slinkse manier waarop in de afgelopen decennia tien voormalige KGB-kameraden van Vladimir Poetin de Russische politiek en economie volledig naar hun hand hebben gezet. Getty

Ze heetten de opritsjniks en waren de lijfwachten en ordehandhavers van de 16de-eeuwse tsaar Ivan de Verschrikkelijke. Gezwind reden ze te paard door heel Rusland om een terreurbewind uit te oefenen.

De opritsjniks hulden zich in zwarte monniksgewaden. Aan hun zadel hingen een hondenkop en een bezem, als teken dat ze de honden van de tsaar waren die zijn vijanden zouden wegvegen. Behalve genadeloos waren ze hebzuchtig, omdat ze tijdens hun expedities straffeloos konden roven en plunderen. Op den duur vormden ze een staat in de staat.

In zijn compacte, met veel ironie geschreven Een kleine geschiedenis van Rusland voert de Britse Ruslandkenner Mark Galeotti de opritsjniks op om te laten zien dat het Russische verleden grossiert in parallellen. Behalve dat heersers er vaak de knoet ter hand nemen om de corrupte elite te bedwingen, zijn ze altijd bang voor chaos en het uiteenvallen van hun rijk. Vandaar hun grote weerzin tegen hervormingen en hun eeuwige wantrouwen jegens het Westen, dat op de ondergang van hun land uit zou zijn.

Over een moderne variant van de opritsjniks gaat Putin’s people. How the KGB took back Russia and then took on the West van de Britse journalist Catherine Belton. Van 2003 tot 2013 werkte ze in Moskou, eerst voor The Moscow Times en Business Insider en vanaf 2007 als correspondent voor de Financial Times. In haar schokkende boek, dat iedere fatsoenlijke westerse politicus zou moeten lezen, geeft ze een onthutsend beeld van de slinkse manier waarop in de afgelopen decennia zo’n tien voormalige KGB-kameraden van Vladimir Poetin uit Sint-Petersburg onder zijn leiding de Russische politiek en economie volledig naar hun hand hebben gezet.

Miljardenvermogen

Behalve dat ze zich daarbij mateloos verrijkten – ze bezitten inmiddels meer dan 50 procent van de economie – maakten ze van Rusland met dat geld weer een grootmacht, door westerse democratieën en instituties systematisch te ondermijnen.

Voortbordurend op eerdere boeken over zulke praktijken, maar veel dieper gravend en overtuigender oordelend, onthult Belton dat de KGB enkele jaren voor de val van de Muur een ingenieus systeem heeft opgezet om het miljardenvermogen van de communistische partij naar het Westen weg te sluizen voor het geval het communisme zou imploderen. Met dat geld wilden ze behalve hun machtspositie ook de toekomst van hun land en hun ondergrondse activiteiten in het buitenland veilig stellen.

Poetins Stasi-pasje benadrukt de innige samenwerking tussen de KGB en de Oost-Duitse geheime dienst. Stasi Records Agency

Belton laat zien dat dit systeem nog altijd functioneert en de machtsbasis vormt van het huidige regime. Het nieuws van vorige week dat via de Poolse ING-tak miljarden dollars afkomstig van een neef van president Poetin via de oligarch en boodschappenjongen van het Kremlin Boris Abramovitsj illegaal uit Rusland naar belastingparadijzen zijn weggesluisd, bewijst het.

Als in een thriller van John le Carré beschrijft Belton hoe de KGB en haar opvolger de FSB de van de Russische staat geroofde miljarden al meer dan dertig jaar lang inzetten om onder meer het Britse Hogerhuis, het Amerikaanse Congres, de Franse en Duitse politieke en economische elite, en met name Europese anti-establishmentspartijen van links en rechts voor de politiek van het Kremlin te winnen.

Zwaarbewaakte villa

Zo zitten er volgens een van Beltons informanten zeker vijftig Lords voor een jaarsalaris van een half miljoen pond in de leiding van een Russisch of westers bedrijf dat eigendom is van een ex-KGB’er, zo niet van Poetin zelf. Ook lijkt de Brexit-campagne deels met KGB-geld gefinancierd en worden Britse rechters gecorrumpeerd.

Voor haar merendeels onweerlegbare beweringen baseert Belton zich op unieke informatie van tientallen gesprekspartners, zoals voormalige KGB’ers, internationale bankiers, Russische ex-ministers, intimi van Poetin en al dan niet voormalige hoge Kremlinmedewerkers, van wie velen uit lijfsbehoud vaak anoniem blijven. Alleen al door die informanten is Putin’s people vooralsnog het beste boek dat over het huidige Rusland is verschenen.

Lees ook: Hoe Poetin gijzelaar is geworden van zijn eigen systeem

Beltons belangrijkste gesprekspartner is de voormalige Kremlin-bankier en Poetin-intimus Sergej Poegatsjov, die beweert Poetin in 2000 het presidentschap te hebben bezorgd. In 2008 vluchtte hij naar Londen, nadat hij van de ene dag op de andere bij zijn meester in ongenade viel en hij zijn bezittingen – scheepswerven, een gigantisch kolenbassin in Siberië, een groot hotelproject op het Rode Plein – tegen een fractie van hun waarde gedwongen moest verkopen. Aangezien Poegatsjov op de valreep nog 700 miljoen dollar van zijn vermogen naar een Zwitserse bank had overgemaakt, was hij niet van het Kremlin af. Dat bleek toen hij in 2015 een bom onder zijn Rolls Royce aantrof en politiebescherming moest aanvragen. Aangezien de Russische staat de duurste advocaten had ingehuurd om hem dat geld afhandig te maken en hij de onpartijdigheid van de Britse rechters betwijfelde, vluchtte hij naar Frankrijk. Sindsdien woont hij daar in een zwaarbewaakte villa.

Aanslagen

Vladimir Poetin is de spil in het door Belton blootgelegde systeem. Ze volgt hem vanaf zijn stationering in het Oost-Duitse Dresden halverwege de jaren tachtig, waar hij, anders dan hijzelf beweert, allesbehalve een onbeduidende KGB-agent was.

Het afgelegen en door westerse inlichtingendiensten veronachtzaamde Dresden was volgens een van Beltons KGB-informanten in de nadagen van de DDR een centrum van hightech-spionage en duistere zaakjes op gebied van de export van grondstoffen en kapitaal uit Rusland. Poetin moet dan ook wel betrokken zijn geweest bij de rekrutering van spionnen binnen grote West-Duitse bedrijven als Siemens, Bayer en Krupp.

Evenmin sluit Belton uit dat Poetin, vooruitlopend op de ineenstorting van de DDR, in West-Duitsland een leidende rol heeft gespeeld bij het samen met de Stasi organiseren van aanslagen op Amerikaanse militairen en West-Duitse prominenten. Die aanslagen werden uitgevoerd door leden van extremistische organisaties als de Rote Armee Fraktion (RAF) of het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

Een van hun belangrijkste slachtoffers was Alfred Herrhausen, de president van de Deutsche Bank en een belangrijk regeringsadviseur op het gebied van de economie van de Duitse hereniging. Kort na de val van de Muur, toen alle betrokken partijen aasden op het staatsbezit van de DDR, werd hij door de RAF in zijn auto opgeblazen met behulp van hypermoderne infrarood-apparatuur geleverd door de Stasi en de KGB. Belton staaft die beschuldiging aan de hand van een voormalig RAF-lid, dat vertelt hoe dergelijke aanslagen in Dresden altijd in overleg met de Stasi werden voorbereid. En aangezien de Oost-Duitse geheime dienst niets deed zonder toestemming van de KGB, is de link naar de ambitieuze Poetin gemakkelijk gelegd.

Weggesluisd

Al deze activiteiten werden gefinancierd met kapitaal dat door de KGB naar Zwitserland, Liechtenstein, Panama, Cyprus en Singapore was weggesluisd. Toen na 1991 de staatskas van het nieuwe Rusland tot verbijstering van president Jeltsin en zijn ministers leeg bleek te zijn, bezat de KGB een geheim miljardenvermogen waarover ze vrij kon beschikken.

De truc voor dat wegsluizen was simpel: grondstoffen zoals olie, hout en ruwe metalen werden door de KGB tegen bodemprijzen ingekocht, om ze in het buitenland via de KGB welgezinde westerse banken en bedrijven te verkopen tegen soms duizend keer hogere internationale marktprijzen. Belton toont aan dat Poetin dit systeem na zijn terugkeer in zijn geboortestad Leningrad in 1990 vervolmaakte. Hij deed dat als rechterhand van de liberale burgemeester Anatoli Sobtsjak, die hem een vrijbrief gaf om in het buitenland ruilhandelstransacties van honderden miljoenen dollars af te sluiten, waarbij grondstoffen geruild zouden moeten worden voor voedsel. Dat voedsel kwam er nooit, de opbrengst van die ruilhandel verdween in Poetins zakken.

Ook privatiseerde Poetin in het inmiddels in Sint-Petersburg herdoopte Leningrad de Baltische vloot, die voor een habbekrats in handen kwam van een van zijn kameraden. Verder beheerste hij samen met de machtige lokale maffia de olieterminal en de haven, die een sleutelpositie in de Russische economie bekleedde. De Petersburgse haven zou zelfs een belangrijke rol gaan spelen in de doorvoer van drugs naar West-Europa.

Om het slinks verdiende geld te beheren kwam er een gemeenschappelijke pot, waarmee Poetin en zijn Petersburgse kameraden zowel hun gemeenschappelijke operaties in binnen- en buitenland als hun vorstelijke privé-genoegens financierden. Het Kremlin en de leiding van de FSB in Moskou merkten niets van de criminele activiteiten van hun Petersburgse collega’s, die steeds meer een staat in de staat vormden.

Vernedering

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie had de KGB zich vernederd gevoeld. Het imperium waarvoor de leden van de veiligheidsdienst zich zo hadden ingezet was verdampt, van een status als grootmacht was geen sprake meer. President Jeltsin en de hem steunende oligarchen, de westers gezinde zakenmannen die in de jaren negentig voor een habbekrats het staatsbezit opkochten en miljardair werden, hadden hun macht sterk beknot, wat hun rancune tegen het nieuwe democratische bewind extra voedde.

Toen de succesvolle manager Poetin eind jaren negentig naar het Kremlin werd gehaald om na korte tijd door Jeltsin als zijn opvolger te worden aangewezen, begon hij met het wissen van zijn criminele sporen in Sint-Petersburg. Veel van zijn zakelijke contacten verdwenen overnacht.

Eenmaal aan het roer van het Kremlin zette Poetin zijn criminele praktijken volgens Belton voort, met behulp van filialen van de Deutsche Bank, de Danske Bank en een Moldavische witwasorganisatie. Een van Beltons informanten vertelt hoe hij nieuwe, door hem aangestelde hoge functionarissen als een echte maffia-leider dwong om hun functie te misbruiken voor eigen gewin, om hen zo medeplichtig te maken.

Ook nam Poetin nu wraak voor de vernedering van de KGB in de jaren negentig. De oligarchen, die aanvankelijk meenden dat ze op zijn steun konden rekenen, werden onder het mom van het terugnemen van geroofd staatseigendom een voor een uitgeschakeld, met de arrestatie van de olietycoon Michail Chodorkovski in 2003 als hoogtepunt. Hun bezit kwam echter niet ten goede aan de staat, maar werd verdeeld onder Poetins vrienden, waarbij hij zelf vaak het grootste deel kreeg.

De oligarchen die na deze zuivering overbleven zijn tegenwoordig niet meer dan marionetten van het Kremlin, die soms op bevel geld ter beschikking moeten stellen voor een nieuw paleis van Poetin of voor de bouw van voetbalstadions.

Trumps duistere zaken

Waar Belton het over het herstel van Ruslands grootmachtstatus heeft, voert ze een paar machtige nazaten op van vooraanstaande Russische aristocraten die na de revolutie van 1917 naar Frankrijk waren gevlucht. Even absurdistisch als fascinerend is het om te lezen hoe zij, als grootste tegenstanders van het communisme, zich nu uit patriottisme voor het karretje van het Kremlin laten spannen, omdat ze Poetins Rusland als hoeder beschouwen van de humanistische christelijke waarden die in het Westen als gevolg van het verderfelijke consumentisme verloren zijn gegaan.

In dat opzicht behandelt Belton ook de Russische bemoeienis met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Veel nieuws haalt ze daarbij niet boven water, al herhaalt ze dat Donald Trump al dertig jaar in duistere zaken met Russische biznesmeni is verwikkeld, waarin Russische maffialeiders en witwaspraktijken volgens het KGB-systeem een grote rol spelen.

Lees ook: Het ingenieuze Russische plan achter Trumps presidentschap

In Een kleine geschiedenis van Rusland zet Galeotti Poetin terecht neer als een leider die zijn land intern heeft gestabiliseerd en het de status van grootmacht heeft terugbezorgd. Toch beschouwt hij hem niet als een uitzonderingsgeval. Eerder past Poetin in de bredere patronen van de Russische geschiedenis en is hij een overgangsfiguur, die de hervormingen van zijn twee voorgangers heeft teruggedraaid en tegelijkertijd beseft dat zijn land zonder markteconomie en westerse investeringen geen toekomst heeft.

Na het lezen van Putin’s people behoeft dat oordeel een aanzienlijke nuancering. Want ook Galeotti, die met The vory zelf een voortreffelijk boek over de vermenging van de Russische staat en de onderwereld schreef, had niet kunnen bevroeden dat het criminele systeem van de moderne opritsjniks zo ingenieus zou zijn dat het de hele westerse wereld op zijn kop zou zetten. Maar daarover schrijft hij ongetwijfeld in zijn volgende boek.