Opinie

Poetin maakt van krijgsmacht een ideologisch wapen

De politieke commissaris keert terug in de Russische krijgsmacht, ook al is dat in strijd met de grondwet. Maar nood breekt wet, denkt .

Hubert Smeets

Terwijl de Amerikaanse president Trump zich vooralsnog moet behelpen met Proud Boys en andere gewapende knokploegen, kan zijn Russische collega Poetin beschikken over een troepenmacht die wel alles mag.

Rosgvardija heet de nationale garde. Omdat haar commandant direct verantwoording aflegt aan het Kremlin, met voorbijgaan aan bijvoorbeeld de minister van Defensie, wordt deze Rosgvardija ook wel gezien als een bijna 400.000 koppige pretoriaanse garde van Poetin zelf.

Het idee voor zo’n binnenlandse strijdmacht dook op na het hardnekkige burgerprotest tegen de frauduleuze parlementsverkiezingen in 2011 en de herverkiezing van Poetin in 2012. Knuppelen is een vak apart, besefte het Kremlin.

Bij de oprichting in 2016 werd de Rosgvardija dan ook geëquipeerd met vliegtuigen, helikopters, pantserwagens, mortieren en uiteraard gewone vuurwapens, schilden, helmen en bullenpezen.

Maar biedt dit wapentuig genoeg soelaas? Hoewel de geharde gardisten minder gevoelig zijn voor de burgerij dan agenten, kent hun kadaverdiscipline toch één zwakke schakel: slaan ze louter op bevel of zijn ze dieper gemotiveerd?

Die vraag is actueel geworden door de gebeurtenissen in Wit-Rusland. De staatsknokploegen van Loekasjenko zijn daar niet in staat de straten schoon te vegen en schoon te houden. Steeds maar weer keren de vrouwen en jongeren terug.

De reden is tweeërlei. Ten eerste hebben deze burgers een andere politieke moraal dan de machthebbers. Ten tweede lezen de betogers andere media dan de oproerpolitie.

Ook de Russische Federatie is niet gevrijwaard van dit soort jeugd van tegenwoordig. De millennials, die nooit een andere president dan Poetin hebben gekend, ontlenen hun maatschappelijke ideeën niet meer aan de staatstelevisie.

Net als in Wit-Rusland zien deze 35-minners zich ook niet als onderhorig aan de staat. Circa 65 procent wil niet a priori in de houding staan voor het Kremlin. Als de ‘rosgardisten’ van Zolotov komende jaren tegen dit soort leeftijdgenoten moeten optreden zou wapentuig alleen wel eens onvoldoende kunnen zijn. Ze moeten er ook zin in hebben om burgers weg te meppen.

Vandaar dat president Poetin vorige week een decreet heeft uitgevaardigd om de gardisten te onderwerpen aan ‘militair-politieke arbeid’. Er komen zelfs speciale commandanten, die los van de militaire bevelhebbers kunnen opereren. De propagandacommissaris van weleer, de zogeheten ‘politieke leider’ (politroek), keert zo drie decennia na de ondergang van de Sovjet-Unie terug.

Destijds functioneerde de politroek als een alternatieve troepencommandant die bekleed was met de macht van de partij en soms, zeker ten tijde van Stalin, dood en verderf zaaide in de eigen gelederen.

Deze comeback van de politroek staat op gespannen voet met de grondwet. In artikel 13 is vastgelegd dat Rusland geen verplichte staatsideologie kent. Maar als het spannend wordt is de grondwet van weinig waarde. Zoals een Russisch spreekwoord vrij vertaald zegt: ‘de wet is net een disselboom, trek er aan en houd de boel in toom’.

Kortom, nood breekt wet nu het Kremlin zich, met een schuin oog op Minsk, voorbereidt op meer onrust in eigen land. Een verdere militarisering van de maatschappij moet een dam opwerpen. Te beginnen, zoals de Russische analist Andrej Kolesnikov het formuleerde, met het voeden van de gardisten met „haat” tegen de eigenwijze burgerij.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.
Lees ook: Toenemende intimidatie en repressie versterken onderlinge solidariteit pers Wit-Rusland