Recensie

Recensie

Een moord in een materialistische koorts

Chris de Stoop In een reconstructie van de moord op zijn oom Daniel, een eenzelvige boer, documenteert De Stoop ook het verdwijnen van het boerenbestaan, en van traditionele waarden die wijken voor materialisme.

Foto Getty Images

Groter had het contrast tussen de hoofdpersonen in Chris De Stoops Het boek Daniel niet kunnen zijn. De Stoops oom Daniel is een eenzelvige man van 84 die veelal „maakt dat ge wegkomt” bromt. Op een hoeve in Henegouwen houdt hij vijf witblauwe dikbilkoeien. Hij rijdt met kruiwagens maïs af en aan en noemt zijn koeien bij hun naam, niet bij een nummer. Naar het dorp rijdt hij op een oude Ford-trekker, die hij laat draaien als hij in de supermarkt bier en biefstuk koopt. Onder zijn sjofele kleren draagt hij een pak bankbiljetten. Getrouwd is hij nooit en familie ontvangt hij al twintig jaar niet.

De andere sleutelfiguren in Het boek Daniel heten Arno, Ahmed, Rachid en Pascal. Ze horen bij een jeugdbende uit het naburige Evernijs. Zij komen uit gebroken gezinnen, blowen, praten over telefoons en schoenen, en intimideren buurtbewoners. Ze zwerven van de woning van de ene ouder naar die van de andere, van de banlieue in Roubaix over de grens naar Evernijs en terug naar een mall in Lille. ‘Wie’, vraagt De Stoop retorisch, ‘kan zich nog de diepe genegenheid voor grond voorstellen?’

Oom Daniel wordt in 2014 mishandeld, beroofd en doodgeslagen. Vijf jaar later dient de zaak voor de rechter, en De Stoop is als vertegenwoordiger van de familie de ‘burgerlijke partij’. Ingehouden schrijft hij over het onbewogen leven van zijn oom, zijn boerenbestaan dat toenemend onder druk stond, over het dorp waarin hij steeds zonderlinger werd gevonden en de koelbloedige roofoverval. Over de vier daders, hun levensloop en hun moeilijk te doorgronden motieven schrijft De Stoop plichtmatiger en met meer afstand, alsof hij zich verregaand beroept op politiedossiers. Met henzelf heeft hij niet veel gepraat, wat hem met zijn dubbele rol als nabestaande en chroniqueur nauwelijks te verwijten is.

Leidend in het boek zijn De Stoops eigen gedachten over het motief van de bendeleden. In de proloog, als de daders de boerderij binnenkomen, schrijft hij, ‘Geen laptop, geen smartphone, zelfs geen televisie. Alsof de bewoner weigerde de wereld via een scherm te bekijken of aardse bezittingen te vergaren. Zo wekte hij de schijn dat het allemaal belachelijk was wat anderen hadden en deden. Zo gaf hij aanstoot.’

McDonald’s

In de overige hoofdstukken varieert De Stoop op dit thema, dat in de herhaling aan kracht verliest. Het dringt zich op de voorgrond als De Stoops eigen cultuurkritiek, meer dan als motief.

Hij citeert een broer van een van de daders: ‘Existeren was consumeren.’ De levenshouding van de daders typeert De Stoop als volgt: ‘Geld. Bezit. Blingbling. Daar draaide de wereld toch om?’ Na de brand in de hoeve, schrijft hij, halen de jongens een hamburger bij de McDrive, en kijken ze ’s nachts nog naar een ‘hilarische tekenfilm’. Het mag waar zijn, door het ontbreken van een andere dimensie naast het lege consumentisme doet het niettemin karikaturaal aan.

Net als in het veelgeprezen Dit is mijn hof documenteert De Stoop ook in Het boek Daniel het verdwijnende boerenbestaan. Maar hier heeft dat eenvoudige, oneigentijdse bestaan een sterke morele lading. De Stoop schrijft over zijn oom: ‘[...] die verslodderde boer op die verslonsde hoeve, die voor het leven in zijn eenvoudigste vorm koos, ver van het comfort en de dikdoenerij’. Is het gewortelde leven ver van comfort en dikdoenerij het betere leven? De Stoop vindt van wel, en neemt voetstoots aan dat de lezer dat ook vindt. En als het al beter was, wat rest er voor kinderen op drift? Door de elegie op het boerenleven te verbinden aan de moord op Daniel is het haast alsof de 21ste eeuw niet alleen quota, bodemprijzen en Europese regelgeving voor de boeren behelst, maar uiteindelijk ook een marteldood.