De stad is nu alleen voor de rijken

Ongelijkheid Wonen in de stad is voor steeds meer mensen onmogelijk geworden. Huizen en vervoer zijn duur, op voorzieningen is bezuinigd.

Steden zijn de afgelopen decennia mooi opgeknapt, maar voor steeds meer burgers onbetaalbaar geworden.
Steden zijn de afgelopen decennia mooi opgeknapt, maar voor steeds meer burgers onbetaalbaar geworden. Foto Walter Herfst

De stad is voor de rijken. „Als je goed bent opgeleid, met een partner die net als jij een goede vaste baan heeft, dan kun je er een fantastisch leven hebben. Maar er zijn ook kwetsbare groepen mensen voor wie zo’n leven in de stad onbereikbaar is geworden”, zegt advocaat en hoogleraar milieurecht Niels Koeman, voormalig staatsraad bij de Raad van State en lid van de Raad voor leefomgeving en infrastructuur.

De Raad voor leefomgeving en infrastructuur publiceert deze donderdag een advies aan het kabinet waarin wordt gevraagd de toegang tot steden voor alle groepen in de samenleving te waarborgen. Er moet een ‘toegankelijkheidstoets’ komen; bij plannen en visies moeten overheden nagaan hoe die in de praktijk uitpakken voor groepen burgers. Koeman: „Zoals je een MER [milieueffectrapportage] hebt voor effecten op het milieu, zo zou je ook maatregelen en plannen voor wonen, voorzieningen en vervoer in de stad kunnen toetsen op toegankelijkheid.”

Lees ook het opiniestuk Verkoop bij opbod maakt de stad kapot

De steden hebben het afgelopen decennium een glorieuze comeback gemaakt. Vooral in de jaren tachtig en negentig waren veel grote steden weinig geliefd; je ging er liever uit weg dan naartoe. Halverwege de jaren negentig kwam het grotenstedenbeleid in zwang; achtereenvolgende kabinetten trachtten zieltogende steden nieuw leven in te blazen door onder meer grootschalige stadsvernieuwing. Inmiddels zijn veel steden opgebloeid. Koeman: „Ik krijg weleens buitenlandse gasten die vragen waar in Nederland de problematische banlieues zijn die zij in hun eigen land kennen. Ze lijken afwezig.”

Ongerechtvaardigde verschillen

De werkelijkheid is anders. De Raad beschrijft in het advies Toegang tot de stad de keerzijde van het succes; grote groepen Nederlanders profiteren niet van de welvaart in de stad. De verschillen zijn „ongerechtvaardigd” en moeten bestreden worden.

Grootste knelpunt is wonen. Niet alleen voor traditioneel kwetsbare groepen zoals mensen met lage inkomens is het kopen van een huis een onbereikbaar ideaal, dat geldt inmiddels ook voor grote delen van de middenklasse. „De nieuwe kwetsbaren zijn een zeer gevarieerde groep mensen: taxichauffeurs en schoonmakers, zorgpersoneel en politieagenten, journalisten en accountmanagers”, aldus de Raad.

Ook veel flexwerkers kunnen zonder keurig loonstrookje geen hypotheek in de wacht slepen, om over starters nog maar te zwijgen. Daar komt bij dat gemeenten, onder meer door de decentralisatie van rijkstaken, veel hebben bezuinigd op voorzieningen, zoals bibliotheken en buurthuizen.

Veel stedelingen hebben bovendien moeite met vervoer. „Het openbaar vervoer is duur, veel verbindingen zijn verslechterd, lang niet iedereen kan zich een auto veroorloven en fietsen is niet altijd een optie”, schrijft de Raad. Ziekenhuizen en sportclubs verdwijnen naar de randen van de stad en zijn daardoor lastiger te bereiken. Er is de laatste jaren veel aandacht geweest voor ‘dikke’ vervoerslijnen, zoals de Amsterdamse Noord/Zuidlijn. Een neveneffect is dat ander, fijnmaziger vervoer dikwijls verdwijnt. „De Noord/Zuidlijn in Amsterdam heeft geleid tot een groot aantal extra reizigers. Paradoxaal genoeg geeft tegelijkertijd 38 procent van de mensen in Amsterdam-Noord aan dat de kwaliteit van het openbaar vervoer voor hen is verslechterd”, schrijft de Raad.

Het is de „combinatie” van beperkte toegang tot wonen, voorzieningen en vervoer, die veel bewoners buitenspel zet. Koeman: „Het is misschien geen ramp om naar Almere te verhuizen omdat huizen in Amsterdam te duur zijn, maar dan zou het wel fijn zijn als je tussen deze twee steden vlot vervoer hebt. En dat is niet altijd zo.”

Lees ook het interview met een stadsgeograaf: ‘Zorg dat gezinnen met kinderen in de stad blijven wonen’

Een hek om de stad

Nederland heeft de steden mooi opgeknapt maar er vervolgens als het ware ook een hek omheen gezet, lijkt het. Dat kun je de overheid slechts ten dele aanrekenen, meent de Raad. Zeker hebben de bezuinigingen van woningcorporaties veel bijgedragen aan het uitsluiten van stadbewoners. Ook de verhuurdersheffing, een heffing die corporaties over hun woningen moeten betalen, heeft hun financiële slagkracht geen goed gedaan.

Maar er zijn ook andere oorzaken: wonen in de stad is nu eenmaal populair geworden, en door de aanhoudende lage rente is het voor kapitaalkrachtige stadsbewoners aantrekkelijk geworden zichzelf als belegger of verhuurder op te werpen. Koeman: „Veel mensen hebben gedacht: laat ik dat appartementje op de hoek van mijn straat eens kopen en het aan een expat verhuren.”

Lees ook Dankzij ‘yupp’ is stad weer magneet

Ga uit van wat bewoners willen

Toch zouden overheden veel kunnen doen om de stad terug te winnen op de happy few. Ga uit van wat stadsbewoners zelf willen en kunnen in plaats van te denken „vanaf de tekentafel op het stadskantoor”, aldus Koeman. Bedenk bij plannen hoeveel geld en tijd mensen moeten hebben om deel te kunnen nemen aan het stedelijk leven. Gemeenten kunnen burgers ondersteunen als zij wooncoöperaties willen oprichten of, zoals Koeman zegt, „als een groep Syrische statushouders een restaurant wil beginnen of zoiets als de Zwarte Markt van Beverwijk naar Amsterdam halen”.

Verder kan naast het bouwen van meer betaalbare woningen ook werk worden gemaakt van het verbouwen van kantoren en het splitsen van woningen. De Raad roept verder op oog te hebben voor de werkelijke behoeften van mensen bij vervoer in de stad. Een gedegen fiets bijvoorbeeld. Koeman: „Veel mensen hebben geen fiets. Die is te duur. Of mensen kunnen niet fietsen. Zijn bang om te vallen. Waarom zou je geen fietsen voor een euro kunnen gaan verhuren?”