Chagrijnig, apathisch, eenzaam: ‘studenten raken beschadigd’

Hoger onderwijs Studenten krijgen sinds corona vooral online les. Vrijdag demonstreren ze voor meer fysieke colleges.

Enkele honderden eerstejaars rechten aan de Radboud Universiteit krijgen hun college Inleiding tot de rechtswetenschap in het Nijmeegse concertgebouw De Vereeniging.
Enkele honderden eerstejaars rechten aan de Radboud Universiteit krijgen hun college Inleiding tot de rechtswetenschap in het Nijmeegse concertgebouw De Vereeniging. Foto Flip Franssen

Deze vrijdag zit vierdejaars student milieukunde Benthe Thielen van half negen ’s ochtends tot half zes ‘s middags onafgebroken achter haar laptop om colleges te volgen. Ze wil niet klagen, want de studie is geweldig en haar docenten doen hun stinkende best, maar online onderwijs… „Sorry, het is verschrikkelijk.”

Thielen (20) woont op kamers in Breda en studeert daar aan de Avans Hogeschool. Het gebouw van Avans heeft ze sinds dit collegejaar nog maar een paar keer van binnen gezien. „Alle lessen zijn online, ik ken mijn medestudenten nauwelijks, we zien elkaar vrijwel nooit, omdat veel studenten hun camera uit hebben staan.”

Wat dat met haar doet? Niet veel goeds, zucht Thielen. „Je kunt je na uren online college niet meer goed concentreren, je bent erg op jezelf aangewezen. Het is moeilijk om gedisciplineerd je schoolwerk te doen. Ik ben soms echt chagrijnig.”

Sinds de start van het collegejaar krijgen studenten aan universiteiten, hogescholen en mbo’s vooral online les. De fysieke lessen – in een collegezaal of practicumlokaal met andere studenten – zijn maar een paar uur per week.

De capaciteit in de gebouwen laat gemiddeld maar 30 procent van de studenten toe

Door de anderhalvemeterregel kunnen onderwijsinstellingen niet anders: de capaciteit in de gebouwen laat gemiddeld maar 30 procent van de studenten toe. Soms meer, als er toevallig veel ruime zalen en brede gangen zijn, maar vaak minder, als een mbo, hogeschool of universiteit veel hoogbouw heeft en studenten zich verdringen bij de liften.

Het gaat niet goed, zegt Lyle Muns, voorzitter van studentenvakbond LSVb. „We maken ons grote zorgen over de kwaliteit van ons onderwijs, maar ook over het welzijn van studenten.”

Feesten in parken en studentenhuizen

En dus organiseert de LSVb deze vrijdag samen met andere studentenbonden een demonstratie in Amsterdam onder het motto ‘Wij willen naar school’.

Muns ziet natuurlijk ook wel dat de timing niet ideaal is. Juist onder studenten liep het aantal coronabesmettingen de afgelopen weken hard op. En de beelden van feestende studenten in parken en studentenhuizen deden ook niet veel goeds voor de beeldvorming. Bovendien kondigde het kabinet afgelopen maandag strengere maatregelen aan.

„We hadden deze demonstratie al drie weken geleden gepland”, zegt Muns. „Na de persconferentie van Rutte hebben we besloten om het wel door te laten gaan maar met minder mensen. Ik ga in deze tijden liever niet met duizenden studenten de straat op.”

En dus komen er vrijdagmiddag alleen studenten uit Amsterdam naar het Museumplein om te demonstreren. Studenten uit andere steden kunnen online meedemonstreren.

Lees ook een verhaal over studenten die van plan waren om een tussenjaar te nemen.

Aan de anderhalvemeterregel willen de demonstrerende studenten niet morrelen, zegt Muns. Wat ze wel vragen van de onderwijsinstellingen: wees creatief! Zoek naar manieren buiten de eigen gebouwen om les te geven. Dat dat kan, bewijzen sommige hogescholen en universiteiten. Zo krijgen een paar honderd eerstejaars rechten aan de Radboud Universiteit hun college Inleiding tot de rechtswetenschap elke maandag in het Nijmeegse concertgebouw De Vereeniging.

Studenten aan de hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden en Velp kunnen in reusachtige tenten van 35 bij 15 meter terecht op het terrein van de hogescholen.

„We hadden in het begin van de coronacrisis al wel door dat het een tijdje zou duren”, zegt voorlichter Judith van den Hul. „En we hebben de ruimte bij onze gebouwen om die tenten neer te zetten.” Er passen honderd studenten in een tent, op ruim twee meter afstand van elkaar. Van den Hul: „Er staan zelfs wc’s naast!”

Tenten, concertzalen: het kan helaas niet overal, zegt voorzitter Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen. Simpelweg omdat de ruimte vaak ontbreekt en er geen alternatieve locaties beschikbaar zijn. „We lopen letterlijk tegen onze grenzen aan, terwijl we donders goed weten wat de impact is van het gebrek aan fysiek onderwijs. Het is een heel zware tijd voor studenten.”

Veel mbo’ers zijn echt ongelukkig

Noah Hajji Voorzitter JOB MBO

Wat ook voorkomt: op enkele hogescholen wordt niet alle ruimte benut die er is. Limmen: „Er is bij sommige docenten en studenten bezorgdheid en angst om ziek te worden, waardoor niet iedereen naar de campus durft te komen, terwijl het wel mag.”

„Ik zie dat universiteiten en hogescholen enorm hun best doen om studenten zoveel mogelijk les te geven, maar het is helaas niet genoeg”, zegt Hermien Miltenburg, ouder-voorlichter aan Wageningen Universiteit. „Studenten lijden echt onder het gebrek aan contact.” Miltenburg krijgt vrijwel dagelijks mails en telefoontjes van bezorgde en „soms wanhopige” ouders. „Ik spreek moeders die hun zoon steeds apathischer zien worden. Het is vaak een glijdende schaal: de motivatie verdwijnt, ze halen een tentamen niet en haken af als je niet oplet.” Als dit nog heel lang duurt, denkt Miltenburg, ontstaat er een verloren generatie.

Schade bij eerstejaars

Ook Maurice Limmen wijst op de psychische gevolgen. „Denk eens aan al die eerstejaars die nauwelijks kennis hebben kunnen maken met elkaar, die amper relaties aan kunnen gaan. Daar ontstaat schade.”

Voor studenten aan het mbo is het gebrek aan fysieke lessen een nog nijpender probleem, denkt Noah Hajji, derdejaars mbo-student Human Technology op het Rijn IJssel in Arnhem en voorzitter van JOB MBO, de jongerenorganisatie van mbo-studenten. Mbo-studenten kiezen hun opleiding vaak vooral omdat ze met hun handen willen werken. „Denk aan studenten autotechniek, of lastechniek: die komen naar school om dingen te máken. Die zijn meestal niet zo geïnteresseerd in theorie. Maar nu moeten ze hele dagen voor hun laptop zitten en naar de docent luisteren.”

Zelf heeft Hajji alleen op vrijdagmiddag een paar uur praktijkles. Dan kan hij met de verschillende materialen aan de slag, prototypes maken en met zijn medestudenten kletsen en ervaringen uitwisselen. „We horen dat veel mbo’ers zich echt doodongelukkig voelen door het online onderwijs. Ze raken langzaam uit beeld, daar maken we ons grote zorgen over.”

Zijn organisatie demonstreert niet mee op het Museumplein („Dat leek ons niet verstandig nu er zoveel besmettingen zijn”), maar sluit zich wel aan bij de oproep van de LSVb aan onderwijsinstellingen om op zoek te gaan naar andere manieren om meer fysieke lessen te kunnen geven. „Denk aan theaterzalen, aan kerken. Wees creatief! Er kan best veel als je echt wilt.”