Kabinet is bereid de pensioenregels jarenlang te versoepelen

Overgangsregeling Onder druk van vakbonden en werkgevers verkleint minister Koolmees de kans op pensioenverlagingen in de komende jaren.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees (D66).
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees (D66). Foto Bart Maat/ANP

Het kabinet is bereid de pensioenregels jarenlang te versoepelen, tot aan de invoering van het nieuwe pensioensysteem in 2026. Daarmee wordt een groot deel van de dreigende pensioenverlagingen afgewend.

Vakbonden en werkgevers hadden opgeroepen tot deze versoepeling. Zij willen grote pensioenverlagingen en premieverhogingen voorkomen, vooral omdat de komende jaren de overgang op een nieuw stelsel wordt voorbereid. Dat „ondermijnt het vertrouwen van mensen”, zei FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) gaat daar nu in mee. „Die transitieperiode is gebaat bij rust en stabiliteit”, schreef hij maandagavond aan de Tweede Kamer.

Het is de derde keer dat Koolmees een versoepeling van de kortingsregels bekendmaakt. Pensioenfondsen die vorig jaar zouden moeten korten, mochten die verlaging een jaar doorschuiven. In juni zei Koolmees dat hij deze regeling een jaar verlengt. Dat betekent dat fondsen volgend jaar alléén moeten korten als ze er op Oudjaarsdag bijzonder slecht voor staan. Dat is het geval als ze dan 10 procent te weinig geld in kas hebben om hun toekomstige uitkeringen te kunnen betalen.

Lees ook: Waarom pensioenen korten zo moeilijk is voor politici

Hoe de maandag aangekondigde versoepeling, voor de periode vanaf 2022, er precies uit gaat zien, maakt Koolmees later dit jaar bekend.

Zonder deze soepeler regels zouden in 2022 alsnog grootschalige pensioenverlagingen nodig zijn, schrijft Koolmees. Volgens een berekening van toezichthouder De Nederlandsche Bank zouden – als de situatie op de financiële markten niet verandert – ruim tien miljoen pensioenen bij veertig fondsen dan verlaagd moeten worden met gemiddeld ruim 10 procent.