Reportage

De kracht van kleur in kleding

Mode In de nieuwe tentoonstelling in het Haagse Kunstmuseum is kleding ingedeeld naar kleur. Dat levert een verrassende presentatie op.

Foto’s Alice de Groot/Kunstmuseum

Eigenlijk stond dit najaar in het Kunstmuseum een modetentoonstelling over Dior gepland. Conservator Madelief Hohé was afgelopen maart net langs geweest bij Diors archief in Parijs om te overleggen over te lenen stukken, toen over de hele wereld de lockdowns begonnen. En dus besloot ze Dior vooruit te schuiven en in plaats daarvan een expositie samen te stellen uit de eigen collectie kleding van het museum, die meer dan 50.000 stukken telt. Thema: kleur. Een noodoplossing, dus, met een insteek die op het eerste gezicht een beetje te voor de hand liggend lijkt.

Maar zie: Mode in kleur is een rijke, en verrassende expositie. En ondanks dat de zaalteksten korter zijn dan anders en video’s schaars – dit om ervoor te zorgen dat bezoekers zo min mogelijk op een kluitje blijven staan, wordt daarin toch een heleboel achtergrondinformatie gegeven.

Zoals te verwachten, is de tentoonstelling op kleur ingedeeld. In de eerste zaal is dat bruin, al lijkt het in eerste instantie grijs, dankzij een groene lichtinstallatie aan de ingang van de tentoonstelling. Die zorgt er na tweeënhalve minuut voor dat je netvlies kleuren tijdelijk anders waarneemt.

Maarten Spruyt, de vaste scenograaf van de jaarlijkse modetentoonstelling in het Kunstmusem, staat bekend om zijn weelderige foto-achtergronden. Die zijn nu eigenlijk alleen te vinden in de grootste zaal, waar rode, gele en oranje kleding staat opgesteld voor een fantasielandschap met lila luchten en rode bergen. De meeste achtergronden zijn gebaseerd op de geometrisch-abstracte schilderijen van de Duitse kunstenaar Josef Albers, die kleuren zo combineerde dat zijn schilderijen diepte hebben en de kleuren, aldus Spruyt, „zinderen”. Maar nooit zinderen zijn decors zo hevig dat ze de concurrentie aangaan met de kleding.

Lees ook: Amsterdam Fashion Week: Tussen Kunst en Kleding.

Spruyt hoopt dat zijn aanpak het bezoek van de tentoonstelling tot een „een bijna spirituele ervaring” maakt, wat ook te merken is aan de (nu verplichte) looproute. Van bruin, zwart en beige ga je naar beige en grijzige blauwen en vervolgens enigszins gedempt groen en geel. Vanaf de zaal met geel, rood en oranje worden de keuren almaar feller en intenser, culminerend in een ruimte met dieppaars, paarsblauw en gifgroen; chemische gemaakte, intense kleuren die in de negentiende eeuw erg populair waren, mede doordat ze goed uitkwamen bij het nieuwe gaslicht. Dat gif kun je overigens letterlijk nemen. Veel van de antieke groene – en paarse - jurken bevatten arsenicum, dat vrijkomt als de stof nat wordt. Daar was men zich toen al wel degelijk van bewust – zowel modeliefhebbers als naaisters lieten het leven; inderdaad, echte fashionvictims – maar dat stond de populariteit ervan blijkbaar niet in de weg. Of er in de sectie ‘bruin’ ook kleding staat die zijn kleur te danken heeft aan verf waarin gemalen mummies zijn verwerkt, is niet onderzocht, maar nog tot in de jaren zestig was het pigment ‘mummia’ bij de apotheek te koop. Het gebruik ervan stopte niet vanwege morele bezwaren, maar omdat de mummies op waren.

Monumentale avondjurken

Wie denkt aan mode en kleur, denkt al snel aan modekleuren; de tinten die een kledingstuk net zo in een bepaalde periode en soms zelfs jaar kunnen plaatsen als de snit. In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren dat nog dwingende dictaten, tegenwoordig zijn ze veel vrijblijvender: trends duren langer en bestaan naast elkaar. Wel is het zo dat er de laatste jaren opvallend vaak felle kleuren te zien waren op de catwalk. Met name de effen, felgekleurde monumentale avondjurken van het Italiaanse Valentino hebben een spoor in de mode nagelaten, zoals in de uitbundige lange jurken die het Belgische Natan tijdens de Amsterdam Fashion Week toonde voor voorjaar 2021. In het Kunstmuseum is een knaloranje, lange couturejurk met grote pofmouwen van Valentino uit 2018 is te zien, een recente aankoop van het Kunstmuseum.

Foto’s Alice de Groot/Kunstmuseum
Valentino-show herfst/winter 2018 tijdens de Haute Couture Fashion Week in Parijs. Foto Swan Gallet/Shutterstock
Jurk van Frans Molenaar, gemaakt ca. 1967. Gedragen door Mies Bouwman, geschonken door haar kinderen. Foto Alice de Groot/Kunstmuseum

De nadruk op dit soort felle kleuren maakt dat de expositie vrolijk is en hoopvol aandoet, wat dezer dagen meer dan welkom is. Het zorgt er ook voor dat Mode in kleur actueel aanvoelt, al staat kleding uit uiteenlopende tijdperken en in een enkel geval ook werelddelen bij elkaar: een bruin ensemble van Fong-Leng uit de vroege jaren zeventig, een zwart ontwerp van Comme des Garçons uit 2014 en een zwart 18de-eeuwse bruidegomspak met bruin vest eronder uit Marken; een rood skipak uit de jaren zeventig naast een rode feestjurk van Frank Govers uit de jaren negentig; een gele chadari (boerka) uit Afghanistan uit 2001 naast een gele ‘middagjurk’ van het Haagse C.H.Kühne uit 1953.

De indeling in kleur gaf Hohé de mogelijkheid stukken op te stellen waarvoor eerder nooit plaats was in een tentoonstelling: een stofjas voor vrouwen van beige zijde uit het begin van de vorige eeuw, bijvoorbeeld, bedoeld om kleding te beschermen tijdens een rit in een open auto.

Maar hoezeer de kleuren ook overeenkomen, de redenen waarom ze werden gebruikt, lopen uiteen; ze hebben lang niet altijd met mode te maken. Geel, bijvoorbeeld, is voor ons een uitgesproken vrolijke, optimistische en frisse kleur, maar was vroeger de kleur van de kleding van tippelaarsters, die zo herkenbaar waren in de donkere straten en stegen waarin ze werkten. De eerdergenoemde Afghaanse gele boerka werd gedragen door een hindoe-vrouw, die daarmee liet zien dat zij geen moslim was.

Zeker zo interessant is de geschiedenis van blauw – dat voor de Romeinen een heidense kleur was maar vanaf de 12de eeuw een opmars maakte dankzij de Maria-verering – en roze. In de achttiende eeuw was roze nog een modekleur voor vrouwen en mannen. In de jaren dertig van de vorige eeuw werd het pas een meisjeskleur en daarom ook gebruikt om mannen te vernederen: de roze driehoek die nazi’s gebruikten om homoseksuele mannen te merken, de roze onderbroeken die gevangenen van een penitentiaire inrichting in Arizona een paar jaar geleden nog gedwongen waren te dragen. Tegenwoordig is zachtroze, al dan niet in de populaire variant millennial pink, weer een gangbare kleur voor mannen. Pioniers waren mannen uit Harlem, die in de jaren zeventig roze leren jassen droegen, maar vlak ook de Nederlandse kakker niet uit, met zijn voorliefde voor zachtroze overhemden en poloshirts.

Een categorie apart is hardroze, door modeontwerper Elsa Schiaparelli, die er dol op was, shocking pink genoemd. Al heel lang een heel gewone kleur in India, maar hier in het westen heeft hij tot op de dag van vandaag nog veel impact. Wie wil ondervinden wat de kracht van kleur is, hoeft alleen maar een wandelingetje te maken in een knalroze kledingstuk.

Tot en met 28 februari 2021. kunstmuseum.nl