‘De Amsterdamse bestuurselite was diep verweven met de slavernij’

Interview slavernij-onderzoeker Matthias van Rossum Een onderzoek naar het Amsterdamse slavernijverleden werd dinsdag aangeboden aan het stadsbestuur. De betrokkenheid van de stad was direct, grootschalig en langdurig.

De binnenplaats van het West-Indisch Huis, waarvandaan schepen voor de slavenhandel uitgereed werden en de winsten uit de slavenhandel werden verdeeld. Prent van H.P. Schouten, circa 1760-1783
De binnenplaats van het West-Indisch Huis, waarvandaan schepen voor de slavenhandel uitgereed werden en de winsten uit de slavenhandel werden verdeeld. Prent van H.P. Schouten, circa 1760-1783 Stadsarchief Amsterdam

De betrokkenheid van de stad Amsterdam bij de slavernij was direct, wereldwijd, grootschalig, veelzijdig, langdurig en werkt nog steeds door. Dat is de conclusie van de bundel De slavernij in oost en west: Het Amsterdam-onderzoek dat dinsdagmiddag is aangeboden aan het college van burgemeester en wethouders in Amsterdam. De gemeenteraad had in februari om een onderzoek gevraagd naar de betrokkenheid van de stad bij slavernij.

Voordat het tot een mogelijk excuus voor die betrokkenheid kon komen, wilden de gemeenteraadsleden dat eerst de feiten over dit verleden in kaart werden gebracht.

Deze klus werd uitbesteed aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam. IISG-onderzoeker Matthias van Rossum was een van de vier samenstellers van het dinsdag aangeboden onderzoek. Hij publiceert al een decennium over de slavernij, maar was toch verrast over de bevindingen. „Toen ik alles zo bij elkaar zag, dacht ik: dat het zo gigantisch was, kon je vermoeden. Maar je beseft het pas echt als je al deze kennis verzamelt.”

Was een half jaar niet veel te kort voor dit onderzoek?

„In het ideale geval zou je natuurlijk nieuw onderzoek willen doen, want er is nog veel onbekend over het Amsterdamse slavernijverleden. Dat zat er op deze korte termijn niet in. Daarom hebben we besloten tot een terreinverkenning: we wilden alle kennis die er op dit moment is bij elkaar brengen en duiden. Dat hebben we gedaan door een breed scala van zo’n veertig experts over diverse onderwerpen te laten schrijven. Belangrijk is dat we niet alleen aandacht besteden aan de transatlantische slavernij, waar momenteel nogal de focus op ligt, maar ook op de slavernij in Zuid-Afrika en Azië.

Matthias van Rossum. Foto Anne van Gelder

„De nadruk ligt op de rol die het Amsterdamse stadsbestuur heeft gespeeld binnen de slavernij én de gevolgen daarvan voor de rest van de economie en samenleving. De synthese van deze kennis heeft verrassende inzichten opgeleverd.”

Zoals?

„Hoe diep verweven de Amsterdamse bestuurselite was met de slavernij. De stad bestuurde niet alleen rechtstreeks mee in de koloniën, zoals Suriname, maar ook via de kamers van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en West-Indische Compagnie (WIC) hadden ze grote invloed op het reilen en zeilen van deze machtige ondernemingen. En dan handelden ze vaak ook nog op eigen titel. In de Staten-Generaal hadden Amsterdamse bestuurders ook een vinger in de pap als het ging om beslissingen over oorlog en vrede. Onze analyse laat voor het eerst zien hoe al deze niveaus op elkaar inwerken en elkaar versterken en hoe omvangrijk de Amsterdamse betrokkenheid bij de slavernij was.”

Een gevelsteen met een ‘Moor’ met een tabaksblad in zijn rechterhand. Veel Amsterdamse gevelstenen verwijzen naar de handel in koloniale producten als suiker, koffie en tabak. Foto Frank Lucas

Uit ander IISG-onderzoek kwam vorig jaar naar voren dat eind achttiende eeuw de slavernij – slavenhandel en de economie rondom door slavenarbeid geproduceerde goederen – goed was voor 10,36 procent van het bbp van de provincie Holland, waarbinnen Amsterdam grootverdiener was. Vindt u dat omvangrijk?

„Ten eerste: we moeten de impact van slavernij niet alleen uitdrukken in het geld dat ermee verdiend is. Ik steek daarbij de hand in eigen boezem, want ik heb zelf ook zitten rekenen aan de opbrengst van de slavenhandel. Maar de slavernij had veel meer gevolgen, ook sociaal-maatschappelijk en cultureel. Die hebben we in ons onderzoek daarom ook uitgebreid belicht.

„Daarnaast is het laatste woord over de economische opbrengst nog niet gezegd. Het onderzoek van vorig jaar had alleen betrekking op het Atlantische deel van de slavernij, Azië bleef buiten beeld. Verder is het zo dat de kooplieden die handelden met producten als suiker en koffie afkomstig uit koloniën, ook betrokken waren bij de Europese handel. Het klopt dat die veel omvangrijker was, maar het geld dat in de Oost en West werd verdiend, kon ook gebruikt worden om elders te investeren. Die verwevenheid van slavernij met de rest van de economie zou dus nog wel eens veel steviger kunnen zijn.”

Heeft u een verband kunnen aantonen tussen hedendaags racisme en de slavernij?

„De racialisering van het mensbeeld neemt in de achttiende en vooral negentiende eeuw sterk toe. Het staat vast dat dit komt door de slavernij: waarom waren niet-Europese mensen wel verkoopbaar en Europese mensen niet? Daarvoor werd een racistische verklaring gezocht.

Lees ook: ‘Waarom doen we zo krampachtig over slavernij?’

„Deze ideeën zijn niet één op één in 2020 terecht gekomen. Aan hedendaags racisme ligt een heel complex aan factoren ten grondslag, waarvan de slavernij een deel uitmaakt. Maar hoe zich dat verhoudt tot andere oorzaken, is iets waar nog meer onderzoek naar gedaan moet worden.”

Er zit een hoofdstuk in de bundel dat bedoeld is als ‘ode’ aan de overleden activist Perez Jong Loy. Elders pleit Mitchell Esajas voor ‘excuses en een vorm van compensatie voor de nazaten van slaafgemaakten’. Wordt daar de grens tussen wetenschap en politiek niet overschreden?

„We hebben voor deze bundel auteurs aangezocht die vanuit verschillende perspectieven over de slavernij en de doorwerking ervan konden schrijven. Zo komen er verschillende stemmen uit naar voren. Ik denk dat dit goed is: er is niet één manier waarop je over dit onderwerp moet schrijven.”

Plantage Palmeneribo in Suriname, eigendom van Jonas Witsen. Hij gaf schilder Dirk Valkenburg de opdracht om zijn nieuwe bezit op canvas vast te leggen. Schilderij van circa 1707. Foto Hans Petersen

U heeft het onderzoek zo dus niet kwetsbaar gemaakt voor verwijten van vooringenomenheid?

„Deze bundel is gemaakt onder auspiciën van de IISG, en we hebben exact dezelfde zuiver-wetenschappelijke standaarden gehanteerd als voor onze andere publicaties. Er is ook een begeleidingscommissie geweest die hierop toezicht heeft gehouden.”

Moet de gemeente nu met excuses komen voor het slavernijverleden?

„Daar gaan wij als wetenschappers niet over, dat is aan de politiek. Wij hebben een kennisfundament aangeleverd om tot een beslissing te komen. Het is wel belangrijk te beseffen dat het aanbieden van excuses geen ja- of nee-vraag is. Als je besluit excuses te maken, voor welke vorm kies je dan en welke implicaties verbind je daaraan? Ik hoop dat de politiek daar goed over nadenkt.”

U schrijft in uw inleiding dat het slavernijverleden de geschiedenis moet worden van álle Amsterdammers, niet alleen de direct betrokkenen. Dus ook van de derde generatie arbeidsmigrant en de eerste generatie vluchteling?

„Jazeker. Iedereen die de huidige Amsterdamse samenleving wil begrijpen, moet deze geschiedenis kennen. Anders snap je de stad niet.”

Pepijn Brandon, Guno Jones, Nancy Jouwe en Mathhias van Rossum (red.): De slavernij in Oost en West. Het Amsterdam-onderzoek. Spectrum. 448 blz. € 24,99