Opinie

Coronacrisis is nu ook een communicatiecrisis

Persconferentie

Commentaar

Met naar schatting 400 coronapatiënten op de IC’s over twee weken is het alle hens aan dek om stijgende besmettingsaantallen en afnemende gedragsdiscipline een halt toe te roepen en een tweede lockdown te voorkomen. Premier Rutte en minister De Jonge (VWS, CDA) kondigden maatregelen af die de burger nog vaster aan huis moeten binden. Meer thuiswerken, kortere openingstijden en minder bezoekers in de horeca, geen stadionbezoek, minder gasten thuis over de vloer – maatregelen die passen bij het sterk gestegen dreigingsniveau. Dat komt inmiddels niet meer alleen van het virus zelf, maar ook van falend overheidsbeleid. Dat steunde op snel en massaal kunnen testen, gevolgd door bron- en contactonderzoek. Die gegevens zouden beleidsmakers, middels het ‘coronadashboard’, in staat moeten stellen om op maat regionale beschermingsmaatregelen te kunnen nemen. Beide zijn vooralsnog een illusie gebleken. Het kabinet kan de verspreiding van het virus nog altijd niet op de voet volgen, en dus evenmin met enig zelfvertrouwen zijn beleid daarop afstemmen.

Behalve de coronacrisis wordt ook de communicatiecrisis steeds voelbaarder. De slogan ‘alleen samen krijgen we corona onder controle’ bereikt veel minder burgers dan bij aanvang van de uitbraak werd gedacht. Die communicatiecrisis lijkt nu ook tot het kabinet door te dringen: premier Rutte begon maandag op de persconferentie onomwonden over de strengere maatregelen. Maar voor draagvlak is meer nodig dan alleen afstand doen van jargon; en inconsequenties in het beleid (bijvoorbeeld over mondkapjes) moeten worden benoemd en toegelicht.

Bovendien wordt het aantal burgers dat of laaggeletterd, verstandelijk beperkt of digitaal niet geschoold is, of een combinatie daarvan, op 2,3 miljoen geschat. Voor deze groep is de persconferentie, indien al vindbaar, niet goed te volgen. Voor informatie zijn zij afhankelijk van hun directe omgeving, of van drempelloze sociale media waar een mix van influencers, fake én echte nieuwsbrengers om aandacht strijden. Dat dit tot verwarring, argwaan en protest leidt is de laatste maanden overduidelijk geworden. Dat viel ook wel te verwachten, ook door het kabinet, getuige de observatie van premier Rutte die zei met 50 procent van de kennis toch 100 procent van de besluiten te moeten nemen. Tel daar het snel afnemende leesniveau van middelbare scholieren bij op – volgens onderzoek uit 2019 zit 24 procent van de vijftienjarigen onder een basaal niveau, waardoor bijvoorbeeld een overheidsbrief niet goed begrepen kan worden – en de situatie wordt nijpend.

Dat houdt stevige risico’s in, in het bijzonder voor het vertrouwen in de overheid. Onzekerheid hakt er harder in naarmate burgers economisch zwaarder gedupeerd worden. Het wantrouwen wordt intussen efficiënt gekanaliseerd door zeloten en magisch denkers. Behalve het virus is ook gedrag besmettelijk – velen oriënteren zich voor hun gedragskeuzen op ‘de ander’. Op wat men om zich heen waarneemt. Zodra de gemiddelde gedragsdiscipline bij afstand houden en mondkapje dragen dus verslapt, kan dat snel een sneeuwbaleffect krijgen. Wil het kabinet het ‘alleen samen’ krijgen ‘we’ corona eronder dus blijven uitdragen, dan moet het de communicatiedrempel heroverwegen, en het lees-, luister- en begripsniveau van de burger als uitgangspunt nemen. Er lijken meer tolken nodig dan alleen die voor doven en slechthorenden.