Christelijke scholen bezorgd om nieuwe wet

Burgerschap Onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs stuit op bezwaar bij christelijke schoolbesturen. Ze vinden het te eenzijdig.

Binnenkort debatteert de Tweede Kamer over een nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs, die naar verwachting wordt aangenomen. Foto Koen Suyk/ANP
Binnenkort debatteert de Tweede Kamer over een nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs, die naar verwachting wordt aangenomen. Foto Koen Suyk/ANP

Vier gereformeerde en evangelische schoolbesturen met gezamenlijk zo’n 13.000 leerlingen hebben een klacht ingediend tegen de Onderwijsinspectie vanwege een onderzoek naar burgerschapsonderwijs. Volgens de scholen is het onderzoek vooringenomen en doet het afbreuk aan de vrijheid van onderwijs.

„De inspectie blijkt ‘burgerschap’ te definiëren als het standpunt van de meerderheid”, zegt Mathilde Tempelman, projectleider ‘vorming’ op de gereformeerde scholengemeenschap Greijdanus. „Ik vind dat zorgelijk. Burgerschap gaat ook over de vraag hoe we een pluriforme samenleving kunnen waarborgen.”

„In feite onderzoekt de Onderwijsinspectie of scholen die niet-mainstream zijn, wel voldoende tolerant staan ten opzichte van het mainstream gedachtegoed”, schrijven de besturen in de klacht. „Het is de vraag waarom er niet andersom onderzocht is: dat is minstens zo relevant.”

Lees ook: Wat jonge burgers allemaal moeten weten

De klacht gaat over het onderzoek Burgerschapsonderwijs en het omgaan met verschil in morele opvattingen, dat in februari op verzoek van de Kamer verscheen. Aanleiding was een publicatie van NRC en Nieuwsuur over lesboeken op islamitische scholen met omstreden boodschappen over seksuele diversiteit. De inspectie bekeek onder meer lesmateriaal en ging bij scholen op bezoek. Er werd specifiek gekeken naar de omgang met opvattingen rond seksuele diversiteit, man-vrouwverhoudingen, culturele diversiteit en verdraagzaamheid.

De inspectie concludeerde dat geen school handelt in strijd met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, maar dat die basiswaarden op een aantal scholen te weinig „actief worden bevorderd”. Zes scholen kregen een herstelopdracht en veertien de aanbeveling het burgerschapsonderwijs te verbeteren. Dat geldt niet voor de klagende scholen.

De besturen voor basis- en voortgezet onderwijs – Greijdanus, CorDeo, Florion en NoorderBasis – vinden dat de inspectie zowel in de selectie van scholen als de inhoud over de schreef is gegaan. „De expliciet levensbeschouwelijke scholen zijn sterk overbelicht in de steekproef”, zegt Martin Jan de Jong, bestuurder van Greijdanus. „Daarmee geef je de indruk dat het bij ons niet in de haak is.”

Ze beklagen zich ook over een eenzijdige focus: vooral op ‘gender’ als uitwerking van ‘gelijkwaardigheid’. „Dat is een politieke keuze”, zegt De Jong. „Gender is nu hot, maar gelijkwaardigheid gaat over veel meer.” Omdat de procedure nog loopt, geeft de inspectie geen commentaar.

Lees ook een interview met minister Slob: ‘Handen af van de vrijheid van onderwijs’

Nieuwe wet

Binnenkort debatteert de Tweede Kamer over een nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs, die naar verwachting wordt aangenomen. De wet geeft de inspectie meer mogelijkheid scholen op hun burgerschapsonderwijs af te rekenen. De besturen vrezen dat het onderzoek een voorbode is van de uitwerking van de nieuwe wet.

Verus, de koepel van bijzondere scholen, is ook kritisch. „We zijn blij met de aandacht voor burgerschap”, zegt voorzitter Berend Kamphuis. „Maar de rol van de inspectie is in de nieuwe wet volstrekt onduidelijk.”

Voor minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie), die zelf als docent op het Greijdanus werkte, is de kritiek ongemakkelijk. Hij heeft als christelijke minister onderwijsvrijheid juist hoog in het vaandel staan.

„Als we de vrijheid van onderwijs voor de toekomst willen behouden dan is ook enige moed gevraagd van haar verdedigers”, schreef hij vorige week in een opiniestuk in het Nederlands Dagblad. „Bij vrijheid hoort verantwoordelijkheid.”