Opinie

Wie durft nog journalist te zijn in het Midden-Oosten?

Met de persvrijheid in het Midden-Oosten is het niet eerder zo slecht gesteld geweest, hoorde . De leiders kunnen zich laten inspireren door president Trump, die onafhankelijke media tot volksvijand verklaarde.

Dwars

Om maar met de deur in huis te vallen, in het Midden-Oosten is de vrije meningsuiting er vandaag „het slechtst aan toe in de moderne geschiedenis”. Dat zei althans Khalid Ibrahim van het Golf Centrum voor de Mensenrechten, die zelf in 1991 uit Saddam Husseins Irak vluchtte, op een webinar van Skyline (dat voor de meningsuiting in de Arabische wereld opkomt). De traditionele media worden gecontroleerd door repressieve regeringen, die vervolgens wetgeving introduceren om kritiek via sociale media aan te pakken. Westerse – Israëlische bijvoorbeeld – bewakingstechnologie maakt het hun makkelijker de boel in de gaten te houden. Ibrahim riep op aan die export een eind te maken. Hm. Winstgevend dus weinig kans.

Ik ben even mijn Midden-Oosten langs gegaan met de blik op de persvrijheid. Voor de duidelijkheid: ik heb het over regeringen die journalisten vervolgen omdat ze iets onwelgevalligs melden. Onder lekker vaag geformuleerde anti-terrorismewetten of omdat ze zogenaamd nepnieuws verspreiden – met dank aan president Trump, de ‘leider van de vrije wereld’, die beschuldigingen van nepnieuws comme il faut heeft gemaakt en onafhankelijke media tot volksvijand heeft verklaard. Waarom mogen Sisi of deze of gene kroonprins of de opperste leider dat dan niet? Nou? Ik heb het dus niet over journalisten die door betogers of verdedigers van een doelgroep, boeren of zo, worden bedreigd of in elkaar getimmerd, wat zelfs hier gebeurt. Ook erg, maar heel andere orde van ergte.

„Gevangenissen zijn nu de redactiezalen van de journalisten” in Egypte, kopte Amnesty International. En dan staat Egypte nog achter Turkije wat betreft het aantal opgesloten journalisten: respectievelijk 47 tegen 26, aldus het Committee to Protect Journalists in december 2019. Egypte staat op gelijke hoogte met Saoedi-Arabië, vóór Iran met 11.

Maar dat is het topje van de ijsberg. De afgelopen maanden hebben autoriteiten de coronapandemie aangegrepen om de pers verder aan te pakken. Het aantal besmettingen dan wel sterfgevallen blijkt vaak hele gevoelige materie, en de boodschapper is dan de klos. Bijvoorbeeld vier Egyptische journalisten die in maart en april zijn opgepakt. Zij worden beschuldigd van het verspreiden van vals nieuws alsmede lidmaatschap van een terroristische groep.

Ik doe een klein greepje uit het grote aanbod van vervolgde journalisten die vaak, eenmaal gevangen, zelfs de westerse pers niet meer halen. In Iran kreeg Khosro Sadeghi Borjeni zeven jaar wegens belediging van de oprichter van de Islamitische Republiek en nog wat vergrijpen. Ik noemde in juli in mijn column de Algerijnse journalist Khaled Drareni, die in maart werd opgepakt. Hij kreeg deze maand in hoger beroep twee jaar gevangenis wegens „het aanzetten tot een ongewapende bijeenkomst en het ondermijnen van het nationale grondgebied”. Dat is gezaghebberstaal voor Drareni’s verslaggeving over het antiregimeprotest voor de nieuwssite casbah-tribune.com en TV5 Monde. De Palestijnse Autoriteit heeft nog geen echte staat maar pakt wel al kritische journalisten op. In Marokko staat Omar Radi voor de rechter wegens beschadiging van de staatsveiligheid, samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten en verkrachting. In Libië/Haftarzijde kreeg een fotojournalist vijftien jaar cel wegens steun voor terrorisme, wat wil zeggen dat hij werkte voor een Libische zender die vanuit Turkije actief is. Turkije=terrorist, vanuit Haftar gezien. Wist u dat in Jemen/Houthi in april vier journalisten wegens spionage ter dood zijn veroordeeld?

Landen die ik niet noem zijn geen paradijzen van persvrijheid. Khalid Ibrahim zei dat hij optimistisch was over de toekomst. Uw doemdenker deelt zijn optimisme niet.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.