Opinie

Je kijkt naar jezelf van zestien – wat dacht je?

Marjoleine de Vos

De oude vrouw naast me met haar vrolijke, jonge stem, legde haar handen in haar schoot. Ik keek naar die handen, de handen van een oudere vrouw: blauwe aderen, bruine vlekken, de vingers niet meer helemaal recht. Ik keek naar de mijne die nog niet eens dertig jaar bestonden: gaaf, glad. Dat mijn handen ooit er ook zo uit zouden gaan zien, dacht ik bij mezelf. Echt waar, zei ik nog. Maar ik geloofde mezelf maar half, dat wil zeggen, rationeel wel omdat iedereen weet dat het zo zal zijn, maar au fond niet, omdat – heeft iedereen dat ook? – er iets in je is dat toch wil volhouden dat het voor jou niet zal gelden, dat er een uitzondering, ach nee, zo sterk is het niet.

Het is iets heel gewoons: je kunt je de toekomende tijd niet voorstellen. Waarschijnlijk kunnen we ons tijd überhaupt niet voorstellen (wat betékent tien jaar? Je kunt ze alleen maar leven) maar dat is nog weer een ander punt. Achteraf zien we altijd lijnen die maar naar één punt leiden: het nu. Toevallig precies waar wij staan, daar komt het allemaal uit, en dat je ooit ergens daar in vroeger stond en geen idee had, dat weet je en toch is dat ook lastig voorstelbaar. Kennis is niet meer ongedaan te maken. Maar nog altijd voorstelbaarder dan wat achter ons in de toekomst ligt.

De regering die nu al zo lang ‘in de mist’ stuurt, ach, dat doet ze in zekere zin altijd. Soms trekt de mist een beetje op. Natuurlijk zijn sommige dingen ook gewoon te beredeneren, en dan kan men verstandige maatregelen nemen, daar is niets geheimzinnigs aan, maar dan blijft er nog veel over wat niet te voorzien valt.

Ik las een essay van Alfred Kossmann waarin hij, destijds bijna zestig, beschrijft hoe hij in de trein zit en terugdenkt aan zijn vroegere zelf: „Had je dat op je zestiende gedacht? [...] Daar zit een vrij lange, grijze meneer in een eersteklascoupé, met een vriendelijk rommelig en toch beschaafd gezicht [...] Hij heeft de huur van zijn woning betaald, hij kan zo’n reis betalen, hij verdient al sinds jaar en dag zijn brood. Die evenwichtige man ben jij.”

Je kijkt eens naar jezelf van zestien – wat dacht je? Van alles, maar niets dat te maken heeft met waar je nu bent uitgekomen. Toch heb je steeds beslissingen genomen, keuzes gemaakt, reagerend op wat het moment vroeg. Maar over de vragen van dat moment hadden we vaak weinig te zeggen. Soms zou je liever gezien hebben dat het moment iets heel anders aan de orde had gesteld, maar nu ja, zo gaat het, en we blijven gewoon volhouden dat we rekening houden met de toekomst. Dat is ook zo, voor zover mogelijk, met onze pensioenvoorzieningen, verzekeringen en opleidingen, met de beloftes die we doen en de verbanden die we aangaan. Sommigen plannen bewust, anderen storten zich, hoofd voorover, ogen dicht, van de rots en zien wel waar ze boven komen.

De zestienjarige Kossmann kon niet weten dat hij op zijn vijftigste een ernstig auto-ongeluk zou krijgen en invalide zou worden, de zestigjarige probeert daar niet een al te groot punt van te maken. Dat zou vooraf niet gelukt zijn.

Het gemakkelijke heen en weer bewegen tussen de illusie van controle en de wetenschap dat we over onvoorspelbare zeeën varen. We zijn grappige, lenige wezens, die steeds achterom kijken en daar verhalen over vertellen met vaststaande uitkomsten, maar we weten zo weinig.

Eh sorry. We zijn serieus en verstandig bezig.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.