Inga Powilleit (links) en Carole Baijings

Foto Daan Brand

Interview

Ontwerper Carole Baijings: ‘Ik geloofde in ze leefden nog lang en gelukkig’

Dubbelinterview Ontwerper Carole Baijings en fotograaf Inga Powilleit werken geregeld samen én zijn goede vriendinnen. „Stefan zei eens: ben je soms verliefd op haar? Ik wil ook zo met jou kunnen lachen.”

Nu ze niet meer samen is met Stefan Scholten, wil Carole Baijings soms een andere „mannelijke energie” in huis voor hun zesjarige zoontje. „Die kan ik hem natuurlijk niet geven”, zegt ze in de woonkamer van haar jaren 30-huis in Amsterdam-Zuid, met haar „dierbare” vriendin Inga Powilleit tegenover haar.

„Ik kan nu wel vissen. Ik kan die maden aan een haakje doen, en ik kan de vis eraf halen.” Toen ze laatst twee vissen vingen, wilde het jongetje – hij heet Rem, naar Rem Koolhaas – ze mee naar huis nemen. Een paar dagen lang zwommen ze in de badkuip. „Hij zei: mama, ik hoef nooit meer in bad. Ik ga voortaan douchen, dan hebben we voor altijd huisdieren.” Inmiddels hebben ze ze toch maar teruggegooid.

We zitten tussen spullen die ze zelf ontwierp, als helft van het wereldwijd bekende designduo Scholten & Baijings. De thee wordt geserveerd in het Colour Porcelain-servies (ontworpen voor 1616 / Arita Japan), het water in een glas van de Colour Glass-collectie (voor het Deense Hay); in de aanpalende zitkamer staan een groengrijze Fauteuil 7400 (voor het Nederlandse designmerk Gelderland) en ronde Colour Wood-tafeltjes (voor het Japanse Karimoku New Standard).

Op tafel staan drie mini-zitzakjes, die bedoeld lijken voor de loungehoek van een poppenhuis. Ze ontwierp ze voor Fatboy; dit zijn de schaalmodellen. Het is haar eerste grote opdracht zonder Stefan, nadat het duo een jaar geleden bekendmaakte na bijna twee decennia uit elkaar te gaan. Daarover later meer.

Carole en Inga werken nu zo’n vijftien jaar samen. Intensieve opdrachten soms, lange dagen, verre reizen. Dan merk je wel, zegt Inga, of je „in iemands energiebaan wil zitten” of niet. „En dit bevalt me wel. Het is relaxed. Lucht. Het is goeie chemie. Serieus én luchtig. Dat zie je ook in ons werk terug.”

Als ze de afgelopen jaren samen op reis waren, hoefden ze maar naar elkaar te kijken of ze begonnen al te lachen. Carole: „Stefan was er meestal niet bij. Hij dacht: weet je, het komt wel goed met die twee.”

Inga: „Hij werd er soms wat ongemakkelijk van. Heb ik altijd het gevoel gehad.”

Carole: „Hij zei eens: ben je soms verliefd op haar? Ik wil ook zo met jou lachen.”

Hun vriendschap begon toen Scholten & Baijings in 2005 voor Ahrend werkten, een Nederlands bedrijf in kantoorinrichting dat wilde laten zien dat hun meubelen ook prima thuis zouden passen. „Ik zei: volgens mij kan ik dat wel visualiseren voor jullie”, zegt Carole. „En ik had Inga’s foto’s gezien in de Elle.”

Inga: „Ik werkte toen voor de Elle, en de Elle Wonen.”

Carole: „Er zat leven in je foto’s. En kleur. Ik dacht: haar moet ik hebben. En toen hebben we samen dit blaadje gemaakt.” Ze haalt een glossy brochure tevoorschijn. „Ahrend at Home. Dezelfde meubels als voor kantoor, maar dan in een huiselijk interieur.”

Inga: „Het moment dat de bewoners net even weg zijn. Dat was het idee. Er werd in die tijd heel gestileerd gefotografeerd. Alle rommel moest weg.”

Carole: „En wij zeiden: het is juist leuk als je die spullen wél ziet. We fotografeerden in huizen van vrienden en bekenden. Ik nam dan privéspullen mee om in zo’n setting te gebruiken, anders werd het niet echt.” Ze wijst op een foto van een thuiskantoortje. „Kijk: een ingelijste uitnodiging voor ons huwelijk. Van Stefan en mij.” Ze slaat de pagina om. Een slaapkamer met opbergkast. „O ja, en die aap van papier-maché, en Artis de Partis, en dat biggetje van plastic.” Dingen die ze al had gekocht voor als ze ooit een kindje zou krijgen.

In het gezin waarin Carole Baijings opgroeide was het „eigenlijk altijd heel gezellig”, zegt ze. Tot ze vijftien was en haar vader verliefd werd op een andere vrouw, uit Zwitserland. „Hij heeft nog heel lang bij ons gewoond, omdat mijn moeder hoopte dat het nog goed kwam. Mijn zusje en ik mochten het tegen niemand zeggen. O, die spanning in huis.” Ze noemt het een van de ergste dingen die haar overkomen is.

‘Ik heb nog lange tijd geloofd dat mijn vader gewoon op reis was’

Inga Powilleit

De vader van Inga stierf toen ze negen was. Hartstilstand, 36 jaar oud. Het gezin woonde toen net in Zwaagdijk-Oost, een lintdorp boven Hoorn, Noord-Holland. Ze zag het gebeuren. „Ik was Pippi Langkous. Altijd vlotten bouwen en dat soort dingen. Hij kwam nog even kijken of het überhaupt wel zou blijven drijven. Ik moest naar de wc. Toen ik terugkwam, zag ik hem op de grond liggen, mijn moeder eroverheen, die was aan het reanimeren. Ik heb staan kijken tot de buurjongen me weghaalde.” Ze werd naar hun huis gebracht. Toen de ambulance kwam, ging ze de straat op om te zeggen waar ze moesten zijn. Maar ze reden door, te ver. „Toen was het al te laat.”

Het was een rustige man, zegt Inga. „Stil. Heel betrouwbaar. Dat is wat ik voor me zie. Hij reisde veel. Ik heb nog lange tijd geloofd dat hij gewoon op reis was.”

Jaren later, op de foto-academie, ze was toen al midden twintig, werd ze goede vriendinnen met twee leeftijdgenoten die ook op vroege leeftijd hun vader verloren hadden. „Dat is mijn rouwproces geweest. We hebben er heel veel over gepraat. Toen ik klein was, was het niet gebruikelijk om naar een kinderpsycholoog te gaan, en met mijn broer had ik het er nooit over.”

De vader van Carole koos uiteindelijk niet voor de vrouw uit Zwitserland (die overigens wél goede vriendinnen werd met haar moeder, „zijn we daar nog een keer gaan skiën”), maar voor een vrouw uit Nieuw-Zeeland, met wie hij drie zoons kreeg. Halfbroers van Carole dus, die „voelen als echte broers” en nu regelmatig met Rem komen stoeien en vissen. Met haar vader heeft ze inmiddels weer een innige band.

Carole is autodidact. „Ik heb Stefan ontmoet”, zegt ze, „en Stefan was design”. Het was 1999, ze was 25 jaar oud en regie-assistente bij Rene Eller, die kantoor hield in ‘Baby’, een sociëteit voor reclamemensen en creatievelingen in een voormalige kerk aan de Amsterdamse Keizersgracht. Eller wilde een lounge boven in de kerk en had daar Stefan en zijn toenmalige compagnon voor gevraagd. Carole: „Na het werk dronken de jongens een biertje. Dat vond ik gezellig. Weet je hoe dat kwam? Ik ben geboren in Indonesië, omdat mijn vader directeur was van bierbrouwerij Anker Beer.” Dat is, samen met Bintang, een van de twee grootste merken daar. „Als hij na het werk een biertje dronk, was hij relaxed. Ik associeer dat nog altijd met gezelligheid.”

Foto Daan Brand

Die zomer kwam ze Stefan tegen op het strand van Bloemendaal. „Het werd een heel leuke avond.”

Inga ontmoette haar man, Alex, dertig jaar geleden. Ze zat in het eerste jaar van de kunstacademie, hij in het tweede. Hij had net de opdracht gekregen om voor een reportage ‘jeugd’ te fotograferen en had het idee om een mede-student een hele dag te volgen. „Ik kende hem een beetje”, vertelt ze, „want een meisje uit mijn klas was hopeloos verliefd op hem. Ik vond hem maar een bal uit Aerdenhout. Die vrijdagmiddag had ik in de doka net een ontzettend mooi barietprintje gemaakt, op dat echte oude papier, met prachtige zwarttinten. Daar was ik heel gelukkig van geworden. Ik wilde het aan de docent laten zien en kwam Alex tegen op de trap. Hij zei: mag ik jou een dag volgen voor die opdracht? Ik was nog helemaal euforisch van dat printje. Ik zei: ja, dat is goed, prima.”

Carole lacht. „Ik hóór het je zeggen.”

Inga begint ook te lachen. „Hij zei: en kan ik dan bij je blijven slapen? Want hij woonde in Haarlem en ik in Den Haag, en hij wilde er al bij zijn als ik wakker werd. Pas later die dag dacht ik: wacht even, hier heb ik helemaal geen zin in. Dus ik ging naar de administratie van de school om zijn nummer te vragen. Nee, we geven geen nummers van studenten. En mobiele telefoons waren er nog niet. Een vriend van hem, die bij mij in het jaar zat, kreeg ik ook niet te pakken. Daar hield het op. Meer wist ik niet van hem.”

Carole, die het verhaal duidelijk nog niet tot in dit detail kende: „En hij zou de volgende dag komen?”

Inga: „Dit was vrijdag. Hij zou zondagavond komen. Het hele weekend heb ik ertegenop gezien. Uiteindelijk belde hij aan, met een bos bloemen van het station. We keken naar een documentaire van Ed van der Elsken op tv. Het was een mooi televisietje, maar soms zakte het beeld weg en moest je erop slaan. Dat deden we om beurten. En toen was het: nou, we gaan maar slapen. Hij een matrasje op de grond, ik op de slaapbank. En we bléven maar doorkletsen. Om drie uur ’s nachts zei hij: zullen we naar het strand gaan? Dat vond ik een leuk voorstel. Dus wij op een fietsje naar het strand. Om zes uur kwamen we terug. Ontbeten, spullen gepakt, naar school gegaan. Die foto’s zijn nooit gemaakt.”

Hij heeft nu een ontwerpstudio en maakt ontwerpen voor onder meer stands en evenementen. Zij fotografeert nog altijd. „Ik denk in kaders”, zegt ze, „in compositie. Zoals Carole daar nu zit: wat ik mooi vind is de vorm die nu ontstaat, haar mond precies op één lijn met de rand van de kast erachter. Dan denk ik: ga ik haar gezicht in dat oranje vlak plaatsen, of niet?” Dat oranje vlak is een schilderij, gemaakt door Rem, en een kaars in de vorm van een zes, voor zijn laatste verjaardag. „En dan kijk ik naar dat blauw daar, en dat blauw dáár. Ga ik dat in het kader meenemen, of niet? Nou, zo kan dat de hele dag gaan.”

Goede vriendinnen werden ze, na jaren samenwerking, tijdens een reis naar Japan. Dat was in 2012. „We hadden een ontzettende jetlag”, begint Carole. „We waren gevraagd door Arita. Dat is een regio in Japan waar ze het verfijndste porselein maken. Dat doen ze al vierhonderd jaar, maar het ging eigenlijk heel slecht met die regio, er was steeds minder vraag naar. Een collega en vriend van ons, Teruhiro Yanagihara, adviseerde een nieuw merk op te zetten om ervoor te zorgen dat de jongere generaties ook Arita-porselein gingen kopen. Met Stefan had ik al eens alle fabrieken bezocht.” Ze hadden Colour Porcelain ontworpen, kleurcomposities in traditionele Japanse kleuren. „Nu zou ik teruggaan om de prototypes te zien en goed te keuren voor productie. En we wilden heel graag de plek en het productieproces vastleggen. Toen zei ik: volgens mij moet Inga mee.” Tegen Inga: „Jij had inmiddels onze studio al gefotografeerd, en ons huis.”

Inga: „Onder andere voor de Elle Wonen was dat. En voor How We Work”, haar koffietafelboek uit 2014 over de nieuwe generatie Nederlandse ontwerpers. „Dus ik kwam al veel over de vloer.”

Carole: „En toen hebben we daar zóveel de slappe lach gehad. Het was januari, het was héél koud. We zaten de eerste dagen in een soort Mies van der Rohe-huis in Kyoto. Heel mooi, maar helemaal hout en héél dun glas.”

Inga: „We hadden een airco die ook kon verwarmen. Maar alles was met Japanse tekens.”

Carole: „We wisten niet hoe we dat ding aankregen.”

Inga: „En we sliepen op matjes. We hebben alle matjes uit dat huis verzameld…”

Carole: „… en er een soort Hästens van gemaakt. Héél dik. Dan sliepen we nog een beetje. En het was zó koud ’s ochtends. Dan deden we de kraan in de badkamer aan…”

Inga: „… want we kregen die verwarming gewoon níét aan de praat. Jij liep in een dekbed door dat huis.”

Carole: „En dan ging ik op het toilet zitten. Ze hebben daar van die supersonische verwarmde toiletten. Dat was het minst koude plekje van het huis.”

Inga: „Maar wat het was: we werden er allebei niet chagrijnig van. We werden juist melig. Het was net als om drie uur ’s nachts naar het strand gaan.”

Carole zegt dat het „positieve zien” ook in hun samenwerking terugkomt. Inga: „Als ik een ruimte binnenkom, moet ik eerst even ‘landen’. Onbewust begin ik dan al te zien hoe ik hem het beste vast kan leggen.”

Carole: „Je foto’s zijn nooit voor de hand liggend. Ik bedoel: hoe vol het ook is, als kijker valt je oog op wat belangrijk is. Tijdens het ontwerpen denk ik al na over hoe we het gaan presenteren. Dan zie ik jouw beelden al voor me.”

In de herfst van 2018 hadden Scholten & Baijings een expositie in het Textielmuseum, in Tilburg. Omdat het museum ook altijd een film wil over het maakproces, had Carole Inga voorgesteld.

Foto Daan Brand

Inga: „Ik had nog nooit een film gemaakt. Nou, zei ze, dan wordt het tijd dat je dat gaat doen.” Tegen Carole: „Toen maakte je er al grapjes over: volgens mij heeft Stefan een ander.”

Carole: „We werkten met Paolo, in Italië, en dan zei ik: ‘o, ga je weer naar Paula?’ Ja, als mens ben je gevoelig. Je voelt dan toch wel íets.”

Later belde Carole haar op. „Huilend, uit Frankrijk.” Stefan en zij waren daar op vakantie toen, zoals ze het nu zegt, „de geschiedenis zich herhaalde”.

Inga, ter verduidelijking: „Je vader.”

Carole: „Ja.”

Ze hadden een dynamisch leven, zegt ze. Bijna wekelijks op reis voor klanten. Soms een dag of tien naar Amerika of Japan, dan weer een paar dagen Parijs, Milaan of Kopenhagen. „Voordat we Rem hadden, deden we alles samen. Daarna kon dat niet meer. Als je een kind hebt, wil je er wel zijn voor hem. Dus zijn we veel meer apart gaan reizen.”

Op de vraag of dat ertoe bijgedragen heeft: „Dat hóéft natuurlijk geen probleem te zijn. Maar bij ons liep het anders. Hij werd verliefd op een ander.”

Inga: „En dan ga je alles af: wat is er gebeurd? Hoe kan dat? Het stel dat het zo leuk had samen.”

Carole: „Dat zei iedereen. Nah, júllie? Ook vrienden van hem zeiden dat: nu geloof ik echt niet meer in de ware liefde. En ook voor mijn broertjes waren we een voorbeeld: zo kan liefde er ook uitzien.”

In de periode daarna was het „verdrinken”, zegt Carole, „bijna verdrinken. Ik was zó verdrietig. Ik heb ontzettend van Stefan gehouden, ik geloofde in ‘ze leefden nog lang en gelukkig’. Ook al had ik bij mijn ouders gezien dat dat niet… tóch geloofde ik erin. Ik dacht: dat gaat míj nooit overkomen, daar ga ik voor zorgen.”

Tijdens twee mediation-gesprekken leerde ze dat er „vijf bouwstenen zijn van een goede relatie.” Ze begint ze te tellen op haar hand. „Of je jezelf kunt zijn, of je jezelf kunt uiten, of er wederzijdse empathie is, of er intimiteit is en of je de tijd neemt voor elkaar. Daar hebben we allebei over geschreven en dat aan elkaar voorgelezen. Dat was verhelderend. In de periode erna werd ik zó boos! Ik dacht: waarom is dit geen algemene kennis, iets wat je op jonge leeftijd leert? Waarom leer je niet dat je heel veel van je ouders overneemt in je relatie?”

Ze zegt: „Ik hoop echt dat ik Rem goed kan begeleiden in deze tijd. Toen ik het hoorde van mijn ouders, stortte mijn wereld in. Je vader en moeder die niet meer met elkaar willen praten. Dat vond ik het allerergste!” Verslagen: „Nou, ja.”

De vroege dood van háár vader heeft Inga „redelijk zelfstandig” gemaakt, zegt ze. „Het vormt je wel als je je moeder in de rouw ziet – en dat zal met een scheiding ook zo zijn. Ik zeg tegen vriendinnen die gaan scheiden: ga niet je problemen overleggen met je kind. Het moet met zijn of haar problemen bij jóú kunnen komen. Ik had het gevoel dat mijn moeder me soms meer zag als een vriendin dan als een dochter. Dus ik ging alles zelf oplossen, om haar niet nog meer te belasten.”

‘Ik wil straks weer houden van iemand alsof mijn hart nooit gebroken is’

Carole Baijings

Carole: „Ik wilde niet dat Rem mijn verdriet zag. Maar hij vóélde het natuurlijk wel, hij was vier. De kinderpsycholoog zei: je moet het er juist wel over hebben, want dan kan hij later altijd zijn gevoel vertrouwen. Maar hoe vertel je een kind dat de liefde er ineens anders uitziet? Ik heb hem geleerd: je hart kan groeien, er kunnen meerdere mensen in, je krijgt ook steeds nieuwe vriendjes erbij, en papa vindt nu iemand anders lief.”

Toen het net gebeurd was, zegt ze, wilde ze hem het liefst „oppakken en naar Australië verhuizen”. Dat ging natuurlijk niet. „Ze zeiden dat rouw ongeveer twee jaar duurt. Ik dacht uiteindelijk: oké, dan gaan we ervoor. Ik wil straks weer houden van iemand alsof mijn hart nooit gebroken is.”

Scholten & Baijings blijft bestaan – in die zin dat de producten die ze als duo ontworpen nog te koop zijn. En omdat een productieproces gerust twee jaar kan duren, verschijnen er nog steeds nieuwe ontwerpen. Een stoel voor Artifort, theedoeken en chopsticks voor Hay.

Ze heeft lang getwijfeld of zij de studio – aan de Ruysdaelkade in Amsterdam, naast het Rijksmuseum – zou voortzetten, of dat ze die aan Stefan zou laten. „Daar hebben Inga en ik het veel over gehad.” Hij zit daar nu; zij heeft een eigen studio.

Nu wordt het „interessant om te zien…”, zegt ze – en Inga vult aan „… wie wat is”.

‘Samen wordt het goed’, zeiden Stefan en Carole vaak in interviews. En hij benadrukte altijd het belang van een mannelijk én een vrouwelijk perspectief bij het bedenken en ontwerpen van iets nieuws. Hoe is dat nu dan? „Ik heb mijn broertjes”, zegt ze, „en wat mannelijke medewerkers”.

Als duo werden ze geroemd om het minimalistische ontwerp, de strakke patronen en het kleurgebruik. De komende jaren zullen we zien welke van die eigenschappen vooral bij haar passen.

Al heeft Inga, wijzend naar de mini-zitzakjes op tafel, al wel een idee. „Ik vraag me af of Stefan dat kleurgebruik zou beheersen. Zij is daar zó goed in.”

Carole: „Laatst zei iemand over mijn ontwerp: dit is wel heel erg Scholten & Baijings. Ik zei: ja, schat, dat ben ik! Dit heb ik al die jaren gedaan. Dit zijn míjn kleuren.”

Foto Daan Brand

Inga Powilleit

Inga Powilleit (Lelystad, 1970) studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) en werkt als freelance-fotograaf voor media als de Volkskrant, FD, Harpers Bazaar en Elle en opdrachtgevers als MINI, Quooker, Ikea en Artifort. Samen met Tatjana Quax maakte ze twee koffietafelboeken over Dutch Design: How They Work (2008) en How We Work (2014).

Foto Daan Brand

Carole Baijings

Carole Baijings (Jakarta, 1973) werkte als regie-assistente voor commercials voor ze in 2000 samen met haar partner Stefan Scholten een designduo vormde. Ze ontwierpen onder meer voor Ikea, Hay, Maharam, Samsung, The Victoria & Albert Museum in Londen en BMW-merk MINI. In 2019 ging het duo uit elkaar. Baijings ontwierp dit jaar nieuwe zitzakken en kussens voor Fatboy.