Opinie

Een mooie film maken

Opa zat weer aan het tafeltje met zijn lunchvrienden, De Bril en De Kuif. Ze zaten aan de koffie, maar als ik wilde kon ik van de keuken nog een sudderlap krijgen. „Opa betaalt”, riepen de vrienden.

Opa en zijn vrienden werden geboren in verschillende decennia en in verschillende provincies, toch behoorden ze duidelijk tot dezelfde generatie mannen. „Wij hadden twee huwelijken”, zei De Kuif, „één met onze vrouw en één met onze werkgever.” Hun vrouwen zorgden voor het eten en de kinderen, zij zorgden voor het geld. Alledrie werkten ze hun hele volwassen leven voor hetzelfde bedrijf. Ze hadden auto’s kunnen kopen, huizen, televisies, wasmachines, caravans. Aan het einde van de rit werd het hun ook allemaal weer afgenomen – zo leken ze dat zelf althans te zien. Het leven had weinig zin meer, hier in het verzorgingstehuis. „Onze dagen bestaan nu uit wachten”, zei De Bril, „wachten op het eind.”

„Je zou ook kunnen zeggen”, wierp ik tegen, „jullie hebben hard gewerkt en nu mogen jullie eindelijk genieten.” Want de grap is natuurlijk dat het soort leven dat zij nu leiden precies het soort leven is waar je als werkend mens vaak van droomt: geen rekeningen, geen e-mails, geen deadlines, gewoon wakker worden, ontbijten, dutje, lunch, dutje, avondeten, babbelen met je vrienden en naar bed.

„Over de belastingaangifte hoeven we ons geen zorgen meer te maken”, gaf De Bril toe. „Die schuiven we meteen door naar de kinderen.”

Op opa’s kamer maakten we een rekensommetje: een zesde van zijn leven, zo’n 65.120 uur, bracht hij door achter een bureau van een Amerikaanse oliemaatschappij. Hij was 24 toen hij begon, 61 toen hij met pensioen ging. Tegen die tijd waren alle kinderen volwassen en het huis uit.

Wat de les was die zijn nageslacht daarvan kon leren? Opa, streng: „Je moet goed je best doen op school, want als je niets kunt, hebben ze je nergens voor nodig en dan word je een nietsnut.”

Maar toen ik vroeg of hij nog wel eens aan al die werkuren terugdacht, haalde hij zijn schouders op en zei: „Nauwelijks.” Waaraan dan wel? Aan de fietstochtjes met oma. Aan zijn opa, die huisslachter was. Aan de Elfstedentocht en aan alle andere avonturen die hij beleefde met zijn jeugdvriend Gerrit Drent. Net als de vorige keer dat hij over deze avonturen vertelde, begon hij te lachen. Dus vroeg ik hem nog eens naar de les van deze maand. „Je moet leuke herinneringen creëren”, zei hij, „een mooie film maken, zodat je iets leuks hebt om op terug te kijken.”

Dat was een fijne les. Hij betekent geloof ik dat ik nu de computer mag sluiten, dit stukje mag versturen en een wandelingetje mag maken met mijn vriend. Want ik ben pas 36, de planeet bestaat nog en de zon schijnt.