Een enorme knal in het jaar 431

Vulkanologie Dankzij hout in een aslaag en glas op Groenland is een vulkaanuitbarsting in Midden-Amerika nu heel precies gedateerd: AD 431.

Het kratermeer van de Ilopango-vulkaan, met daarachter de vulkaan San Vicente, bij de stad San Salvador.
Het kratermeer van de Ilopango-vulkaan, met daarachter de vulkaan San Vicente, bij de stad San Salvador. Foto Getty Images

De grote uitbarsting van de Ilopango-vulkaan in El Salvador is bijna op het jaar nauwkeurig gedateerd: hij vond plaats in 431 n. Chr., plus of min 2 jaar. Waarschijnlijk heeft de gebeurtenis een crisis in de Maya-beschaving bewerkstelligd. De productie van keramiek lag in de regio bijvoorbeeld ruim honderd jaar stil. Dat concludeert een internationale groep onderzoekers in een publicatie die deze week verschijnt in PNAS.

De Maya-beschaving maakte gedurende de klassieke periode (300-900 na Christus) meerdere (regionale) ineenstortingen door. Onderzoekers zoeken naar verklaringen hiervoor. „Meerdere ineenstortingen worden nu geassocieerd met periodes van droogte”, zegt vulcanoloog Victoria Smith. Ze is eerste auteur van het artikel en verbonden aan de universiteit van Oxford. „Wij wilden kijken of de uitbarsting van de Ilopango een rol kan hebben gespeeld.”

Daarvoor was het nodig de vulkaanuitbarsting nauwkeuriger te dateren. De Ilopango kende de afgelopen tienduizenden jaren zeker vier zware uitbarstingen. Maar de aandacht gaat uit naar de jongste en zwaarste, de Tierra Blanca Joven uitbarsting, die in de wijde omgeving een meters dikke, witte aslaag neerlegde. De datering daarvan was tot op heden erg ruim, hij zou ergens tussen 250 en 550 n.Chr. hebben plaatsgevonden. „Vorig jaar was er nog een onderzoek dat uitkwam op 540 na Christus”, zegt Smith.

Op dertig kilometer van Ilopango, is de aslaag vier meter dik. Foto Dario Pedrazzi.

Maar Smith en haar collega’s leggen het moment van de uitbarsting nu ruim honderd jaar eerder in de tijd. Ze doen dit in eerste instantie op basis van een stuk stam van een mahonie-boom dat ze in de aslaag aantroffen, 25 kilometer noordnoordwest van de vulkaan. Smith noemt deze vondst „een zeldzaamheid”. Want na een explosieve vulkaanuitbarsting wordt de vegetatie in de buurt vaak verbrand door de pyroclastische stroom, een zich razendsnel voortplantende gloeiendhete wolk van as, puin en gas. „Dat we dit stuk boom vonden, was briljant!” Op het stuk stam waren 37 jaarringen te onderscheiden. Ze dateerden verschillende stukken van de stam (met 14C-datering). Op basis daarvan bepaalden ze de uitbarsting ergens tussen 425 en 440 n.Chr.

Vervolgens wisten ze verder in te zoomen op het jaar van uitbarsting door een al eerder gedateerde, geboorde ijskern uit het noordoosten van Groenland te onderzoeken op de aanwezigheid van typische sulfaat-aerosolen. Die worden bij een explosieve vulkaanuitbarsting vaak hoog de lucht in geslingerd en over grote afstanden verspreid. Daarnaast zijn in ijskernen ook vaak jaarlagen van afwisselend sneeuw (die in de winter valt) en stof (’s zomers) te herkennen. Zo wisten ze een dun laagje met een opvallend hoge concentratie sulfaat-aerosolen in de ijskern te dateren op het jaartal 431 n.Chr., plus of min twee jaar.

Ook onderzochten ze de chemische samenstelling van kleine glassplinters die ze bij die laag sulfaat-aerosolen aantroffen. Ze vergeleken die met de samenstelling van glassplinters uit de aslaag in de buurt van de Ilopango-vulkaan. „Die chemische samenstelling is heel specifiek voor een uitbarsting. Het werkt als een soort vingerafdruk”, legt Smith uit. De onderzoekers concluderen dat het om glassplinters gaat die bij dezelfde uitbarsting uit as zijn gevormd. Degene die in de ijskern zijn teruggevonden hebben dus bijna 8.000 kilometer afgelegd.

Over de impact van de uitbarsting op de Maya-beschaving schrijven de onderzoekers niet veel. „Er zijn geen bronnen die wijzen op een grote impact”, zegt Smith. Maar er is volgens haar nog veel onbekend. Wel kenmerkt de periode na de uitbarsting zich volgens Smith door een uitbreiding van de Maya-beschaving, en een snelle toename van het aantal tempels, monumenten en gebouwen.