Recensie

Recensie Muziek

De taalvirtuositeit spat ervan af tijdens Operadagen Rotterdam

Klassiek De vijftiende editie van de Operadagen brengt hartverwarmend theater tussen kil beton en gure herfstbuien. Het Vlaamse Deschonecompanie zorgde met de drie Da Ponte-opera’s van Mozart voor het hoogtepunt.

De voorstelling ‘Le Nozze’ van Deschonecompanie.
De voorstelling ‘Le Nozze’ van Deschonecompanie. Foto Ellen Goegebuer

Het experiment hoort bij het naoorlogse Rotterdam, mede omdat de stad haar gebombardeerde hart moest reanimeren. Het groeide – o paradox – zelfs uit tot een traditie. Bijvoorbeeld in stadsvernieuwing. Vaak tot onbegrip en frustratie van de gewone Rotterdammer, die de muren van zijn woning langzamerhand „kan behangen met brieven van de gemeente”, zoals hij de buren vanaf zijn balkon toeschreeuwt in de Slopera, de voorstelling die de Rotterdamse Operadagen vrijdag opende.

Plaats van handeling was de Almondestraat, symbool van de gentrificatietrend, die wijken oppimpt en lage inkomens uit de grote steden verdrijft. Dat lot treft ook deze buurt, waar vijftig huizen op de rol staan voor de sloop. Tot die tijd bieden de verwaarloosde woningen onderdak aan zogenaamde stadsnomaden. Een volmaakte plek om – lekker volks en rauw, op zijn Bertolt Brechts – de „moetende macht” op de hak te nemen.

Op straat waren vakken getekend met kruisen waar het publiek meegebrachte klapstoelen mocht neerzetten. Honderdvijftig mensen, ieder in een eigen platte ruimte, gehuld in blauwe plastic poncho’s tegen de slagregens. Het dictaat van de coronasamenleving riep even beelden op aan Lars von Triers onwerkelijke film Dogville. „Er is geen toekomst zonder pijn of gepast huiselijk geweld”, zong de man van de woningbouwvereniging. De kern van hartverwarmend theater tussen kil beton en gure herfstbuien. Is de stad er voor de mens of andersom? „Laten we een liedje zingen”, was het bevrijdende operateske antwoord.

Corona noodzaakte het festival tot indikken van tien tot drie dagen. Dat de stad tot code rood werd bestempeld in verschillende landen hielp ook niet mee. De Duitsers lieten het daarom afweten. De Belgen – grotendeels in het epicentrum van de Operadagen – waren er gelukkig wel. Zij kwamen en gingen binnen 48 uur, en hoeven bij terugkeer dus niet in quarantaine.

Operadagen Rotterdam, ‘Slopera’.

Foto Frank Hanswijk

Die Vlamingen zorgden voor het hoogtepunt van het festival: een bewerking van de drie Da Ponte-opera’s van Mozart. Deschonecompanie bracht met haar Don Juan, Così en Le Nozze een geniale kleinschalige versie, zonder orkest – de piano was de enige vaste waarde, bij Così aangevuld met viool en bij Le Nozze met saxofoon. De taalvirtuositeit spatte ervan af in een doldwaze carrousel van dubbelrollen en intelligente simultaanvertalingen van de originele Italiaanse aria’s. Da Ponte en Mozart zouden er vermoedelijk dubbel om gelegen hebben. De voornamelijk jonge cast van zangers en acteurs overtuigde niet alleen in het komische, maar evengoed in de onderliggende tragiek. De voorstellingen waren niet een en al kolder en parodie, al was – getuige de slotzin van Le Nozze – het spel het wezen van de liefde.

Feelgoodtrip

De poëzie van de taal viel ook op in de Missa Homo Sacer van de Belgische performer Timo Tembuyser over een zoekende jongeling („Hoe nu verder, hoe nu Vader?”) die in zeven lezingen met zichzelf en God in het reine probeert te komen, die te hoop loopt tegen een wereld waarin alles inwisselbaar is. „Wat bestaat nog alleen uit zichzelf?” Tegenover zijn – hier en daar wat te gezwollen – monologen zetten een gitarist en een zestallig vrouwenkoor de gezochte verstilling in Latijnse gezangen uit de katholieke liturgie.

Lees ook: Futuristisch bestiarium en koddige Magere Hein op Operadagen Rotterdam

De Date Night op zaterdagavond was nogal wisselend. Van OperAnarchy viel geen chocola te maken, maar dat zal de bedoeling wel zijn: elektronische beats, stroboscopisch licht, twee performers in een plastic kooi met de rug naar hun publiek, kwelend over Carmen. Eurovisionary spetterde daarentegen van muzikaliteit: een feelgoodtrip door de geschiedenis van het Eurovisie Songfestival. In The Beginning of the End werden beroemde popsongs in een 19de-eeuwse liedrecital gegoten. Pianist en zanger verkeerden in een parallel universum: ieder zijn eigen partij. Aardige vondst, maar de gimmick verveelde snel. Niet elk experiment kan slagen.