Banken doen hun best, maar ‘het virus van fout geld krijg je nooit weg’

Witwassen Uit de FinCEN-files bleek opnieuw: banken vervulden hun rol als ‘poortwachter’ niet goed. Ze kregen al megaboetes. Banken zeggen: dit was vroeger, we doen het nu beter. Is dat zo?

Illustratie Timber Sommerdijk

‘Daar staan we weer.” Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) verwoordde in het vragenuurtje wat de banken vorige week zelf ook moeten hebben gedacht. Dankzij de FinCEN-files, naar buiten gebracht door het internationale journalistencollectief ICIJ, stonden de banken weer in het beklaagdenbankje. Uit die bestanden blijkt dat veel banken jarenlang verdachte transacties hebben laten passeren, zonder actie te ondernemen tegen deze dubieuze klanten.

In Nederland ging de aandacht vooral uit naar ING. Hoe kon een Pools dochterbedrijf betrokken zijn bij de kapitaalvlucht uit Rusland van dubieuze figuren? En waarom bankierde de Russische oligarch Roman Abramovitsj bij de grootste bank van Nederland? Banken zoals ING worden al decennia geacht als ‘poortwachters’ het financiële systeem te beschermen tegen witwassen, fraude en ander misbruik. Omdat ze dat soms nalaten, zijn torenhoge boetes uitgedeeld. Hebben die niet geholpen?

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) benadrukte in de Tweede Kamer in zijn antwoord aan Van Dijk dat hij de afgelopen jaren wel degelijk een omslag ziet bij de banken. De FinCEN-files, genoemd naar een Amerikaanse opsporingsinstantie waar banken verdachte transacties moeten melden, gaan bovendien over relatief oude zaken, merkte Hoekstra op, uit de jaren 2000 tot 2017.

Ook toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) ziet dat de banken in beweging zijn gekomen. Hoofd integriteitstoezicht Remy Jansen, via videoverbinding: „Je kan de sector zien als een olietanker die langzaam van koers is veranderd. We merken dat banken inzien dat ze echt poortwachter zijn, niet alleen omdat de wetgever dat van ze vraagt.”

Het roer lijkt in Nederland om sinds ING in 2018 met het Openbaar Ministerie een schikking trof voor ruim 775 miljoen euro, vanwege ernstige nalatigheid als poortwachter van de financiële sector. Ook het onderzoek naar ABN Amro, waarover nog niet bekend is of het OM overgaat tot vervolging, was een gebeurtenis die de sector verder heeft wakkergeschud.

Jansen van DNB: „Dit soort incidenten – nu ook weer de FinCEN-files – laat instellingen de urgentie voelen. Ook partijen die hier helemaal niet bij betrokken zijn, denken door de berichtgeving hierover weer na of zij misschien ook klanten hebben die dubieuze gedragingen laten zien.”

Achterstanden inhalen

Dat de banken drie jaar geleden een omslag in het toezicht gemaakt lijken te hebben, betekent niet dat ze klaar zijn. Ze hebben nog een enorme achterstand, omdat ze zich er jarenlang met een jantje-van-leiden vanaf maakten. Veel dossiers waarmee banken het risico van klanten moeten inschatten, waren incompleet.

De naar schatting 8.000 medewerkers op de antiwitwasafdelingen bij Nederlandse banken zijn een groot deel van hun tijd bezig met nalopen en aanvullen van oude klantdossiers. „Een aantal banken zit nog in deze herstelfase”, ziet Jansen. „Ik schat dat het nog een aantal jaren zal duren voor het op orde is.”

Wat het voor banken ingewikkeld maakt, is dat veel interne systemen verouderd zijn en niet goed met elkaar samenwerken, ziet Maikel Miggelbrink, partner bij Voogt Pijl & Partners (VP&P). Dit consultancybureau adviseert over maatregelen bij banken tegen witwassen. „Banken hebben al veel data over hun klanten, maar ze moeten die wel kunnen combineren. Daar wordt nog hard aan gewerkt.”

Ook de inrichting van de organisatie is een obstakel, constateert Miggelbrinks collega Ewart van der Steege. „De screening van klanten en transacties was lang een geïsoleerde afdeling binnen de bank. Maar wil je succesvol zijn, dan moeten alle afdelingen betrokken worden. Alle medewerkers moeten in bepaalde mate een ‘risicobril’ op hebben. Ook de relatiemanagers van de afdeling private banking moeten klanten vragen waar het geld vandaan komt.”

Lees ook: De pinomzet wijkt opeens af: is dat fraude?

Juist omdat banken nog achterstanden aan het wegwerken zijn, voorziet minister Hoekstra meer negatieve berichten over hun betrokkenheid bij witwassen, zei hij vorige week in de Tweede Kamer: „Hoe meer stoeptegels wij en de toezichthouders gaan optillen en hoe meer de banken dat zelf doen [...], hoe meer we van dit soort dingen zullen vinden.”

Met scherp schieten

De financiële instellingen lijken wel langzaam een volgende stap te kunnen maken, zien DNB en VP&P: van herstelwerk en ‘vinkjes zetten’ naar nadenken over hoe de controle efficiënter en effectiever kan. Banken investeren daarom in kunstmatige intelligentie, vooral voor monitoren van transacties. „Nu slaan de systemen aan op tevoren door mensen bedachte scenario’s”, legt Van der Steege van VP&P uit. „Daar zitten veel false positives tussen, wat het werk van de analist die de transactie moet nalopen niet leuker maakt. Door machines nieuwe patronen te leren ontdekken, zo is het idee, kunnen banken met scherp schieten in plaats van met hagel.”

Veel dossiers waarmee banken het risico van klanten moeten inschatten, waren incompleet

Ook onderlinge samenwerking moet het banken gemakkelijker maken. De vijf grootste van Nederland hebben daarvoor Transactiemonitoring Nederland opgericht. Daarin willen de banken hun gegevens combineren, om de komende jaren meer patronen en foute netwerken te kunnen ontdekken.

Als dat werkt, is het dan einde verhaal voor de witwasser? Die illusie heeft eigenlijk niemand. Volgens Leen Paape, hoogleraar corporate governance aan Nyenrode Business Universiteit, zullen criminelen steeds nieuwe wegen vinden. „Het virus van fout geld krijg je nooit weg. Banken zullen daarbij altijd de vraag krijgen of ze wel genoeg doen.” Hij waarschuwt tegelijk dat de aanpak niet moet doorschieten. „Uiteindelijk betaalt de klant alle kosten hiervoor.”

Te complex?

Het gevaar is ook dat banken te veel op safe spelen met hun controles. Ook bonafide klanten kunnen daardoor de toegang tot het bankwezen verliezen. De Europese toezichthouder EBA trok daar pas nog over aan de bel: mogelijk is alle regelgeving wel te complex geworden.

Miggelbrink van VP&P ziet dat ook: „Doordat de regels steeds veranderen, zie je dat de analisten binnen een bank duidelijke instructies vragen. Ze willen niet achteraf te horen krijgen dat ze niet streng genoeg waren. Maar de regels zijn niet zwart-wit.”

Collega Van der Steege vult aan: „Daar zit de uitdaging: dat analisten zich door training en slimmere systemen voldoende senang gaan voelen om risico’s zelf in te schatten.”

Volgens hoogleraar Paape hebben banken meer hulp nodig. „Witwassen moet fundamenteler en vooral internationaler aangepakt worden. Dat is niet gemakkelijk: voor veel belastingparadijzen is het een verdienmodel.”

De nationale politiek heeft bij kritiek op de Nederlandse banken boter op de hoofd, vindt Paape. Dat ze zoveel gebruikt worden voor dubieuze constructies, komt volgens hem mede door de ruimhartige belastingwetgeving in Nederland. „Als de wetgevers dat niet allemaal hadden opgetuigd, waren Nederlandse banken minder aantrekkelijk geweest voor partijen als Abramovitsj.”

Volgens DNB’er Jansen is het de komende jaren voor de banken zelf zaak de ingeslagen koers vast te houden, ook als een economische crisis om aandacht vraagt. „Banken moeten in de positie willen komen dat ze oprecht kunnen zeggen dat een nieuw incident een uitzondering op de regel is. Maar daar zijn we nog niet.”