Alsof we één organisme waren

Exgenoten Hoe kijk je terug op een relatie? Bij Lonneke en Ralph was er geen enkele grens meer tussen privé en werk.

Illustratie Martien ter Veen op basis van privefoto’s

Lonneke

‘We ontmoetten elkaar op de introductiedag van de Design Academie en waren in één klap beste vrienden. Pas jaren later, nadat ik via via had gehoord dat Ralph me echt leuk vond, werden we ook geliefden.

Gek dat ik die bevestiging nodig had, want natuurlijk voelden we allebei de chemie tussen ons. We spraken er alleen nooit over. Tot ik op een ochtend wakker werd en dacht: ik hou écht van hem. Ik belde hem op en toen was er geen houden meer aan.

„We studeerden af, deden eerst ieder wat eigen projecten en toen richtten we samen studio Drift op. We deelden een tomeloze ambitie en barstten van de ideeën. Die eerste jaren waren heftig. Er was geen enkele grens tussen privé en werk. Er was zelfs nauwelijks een grens tussen ons tweeën. We gedroegen ons alsof we één organisme waren.

„Maar dat waren we natuurlijk niet. Hoezeer we elkaar ook gevonden hadden in onze visie en creativiteit, we waren wel degelijk verschillend. Ralph is impulsief, hij kan ideeën afschieten alsof het spermatozoïden zijn. Ik ben onderzoekender, meer van het conceptuele. Dat zijn complementaire eigenschappen, het mannelijke en het vrouwelijke, zou je kunnen zeggen. Je hebt ze allebei nodig. Maar ze zorgden ook voor enorme explosies.

„Het ging niet meer, samen leven én samen werken. Ik zei: laten we stoppen met de studio. Als ik moet kiezen, kies ik voor jou. Hij zei: ik niet. Laten we blijven samenwerken.

„En dat hebben we gedaan, hoe moeilijk het in het begin ook was. Dat explosieve is er nog steeds tussen ons, maar het is de filosofie achter ons werk geworden. Juist door die botsingen komen we uit bij harmonie, kalmte en balans.”

Ralph

‘Lonneke was de meest pure, vrije geest die ik ooit had ontmoet. Ze had een ontembare nieuwsgierig die ik herkende van mezelf. Zij was de reden waarom ik elke dag vrolijk fluitend naar de academie fietste.

„We hebben samen fantastische avonturen beleefd. Sms’te ik haar bijvoorbeeld tijdens de les: ‘Kom vanmiddag om vier uur naar het Prehistorisch museum, doe een blauwe trui aan en neem mascara en een fototoestel mee.’ En dan lieten we ons daar binnensluiten. Of we klommen ’s nachts over het hek van een bouwterrein en in zo’n hoge bouwkraan en daar zaten we dan samen over de stad uit te kijken en te filosoferen over het leven.

„Na mijn afstuderen ben ik lang ziek geweest. Ik was doodmoe, maar geen enkele arts kon me vertellen wat de oorzaak was. Ik heb toen zelf uitgedokterd dat ik een seroninetekort had, waarschijnlijk door jarenlang grenzeloos hard werken. Ik ben aan de antidepressiva gegaan en vanaf de eerste pil voelde ik mijn energie terugkeren.

„Ook mijn creativiteit laaide weer op. Ik heb in die periode ideeën bedacht waar we nu nog op teren. Maar tegelijkertijd vlakten die pillen mijn gevoelsleven af en konden Lonneke en ik elkaar steeds minder goed bereiken. We werkten en werkten, maar een privéleven hadden we niet meer. Op zoek naar piekmomenten, naar weer iets vóelen, begon ik een affaire. Toen Lonneke erachter kwam, was het voorbij.

„We zijn nu eigenlijk weer terug bij hoe het begon: als elkaars beste vrienden. Er is geen seksuele spanning meer tussen ons, maar wel extreem veel liefde en waardering. Er is niemand die mijn ideeën zo goed begrijpt als Lonneke.

Meedoen met deze rubriek? Mail exgenoten@nrc.nl