Opinie

Waarom strafadvocaten niet over moraal praten

De Rechtsstaat

Met advocaten openhartig praten over morele dilemma’s – ga er maar aan staan. De Groene Amsterdammer deed een bewonderenswaardige poging – er werd een jaar onderzoek gedaan naar ‘de moraal van de strafrechtadvocaat’. Aanleiding was het ‘ethisch minimalisme’ bij corporate lawyers die de financiële crisis van 2008 mede mogelijk maakten. Dat evolueerde naar de strafadvocatuur, nadat precies een jaar geleden advocaat Derk Wiersum op straat werd geliquideerd. Een niet te missen symbool van verharding. Wiersum kwam op voor kroongetuige Nabil B. in het Marengo-proces. Sindsdien waren er harde confrontaties en grove verwijten tussen OM en advocatuur.

Komen er barsten in het strafproces, ontspoort de strijd in de rechtszaal, weten advocaten (en officieren) professioneel nog maat te houden? Of is het een all-out vuistgevecht geworden, gevolg van corrumpering door de georganiseerde criminaliteit? Zijn advocaten het spoor bijster en zo ja, in welke mate?

'Wij staan in de vuurlinie' Gesprek met strafpleiter Gerard Spong

Veel vragen van het weekblad gleden af op het gietijzeren pleidooi waarmee advocaten zich áltijd verdedigen. De gearresteerde burger in een rechtsstaat heeft recht op een maximaal partijdige verdediger, die de uitsluitende taak heeft diens belangen te verdedigen binnen de normen van de tuchtregels. Door louter en alleen het individu te vertegenwoordigen dien je ook het algemeen belang, andere overwegingen zijn overbodig. Basta. Een enkele advocaat kon zich niet eens ethische dilemma’s ‘herinneren’. Een ander kwam aan dergelijke vragen ‘niet toe’. Een derde toetste zoveel mogelijk ‘intern, op kantoor’. Maar nooit daarbuiten. Publieke reflectie, een gesprek, een debat – het bestaat niet, anders dan bij de tuchtrechter. Waarheidsvinding, oordeelsvorming – daar zijn anderen voor, in het strafproces.

Vragen over onafhankelijkheid, over stress, benauwde momenten, zwichten voor verleidingen wimpelen advocaten af. Tenminste zolang het de spreker zelf betreft. Over ándere advocaten is men daarentegen wat scheutiger. De Groene noteert dat (oud-)dekens „steevast” één procent van de 17.000 advocaten als ‘fout’ betitelt en drie procent als ‘aan het afglijden’. Dat zijn er toch ruim 500. Die ondervinden geen publieke druk, vanuit hun vakgebied noch vanuit ‘de media’ die er niet achter komen. Het advocatentoezicht is scherper geworden, maar tuchtuitspraken zijn veilig geanonimiseerd. Van geschrapte advocaten bestaan lijstjes, maar over de reden zwijgt de Orde stil.

Een vakmatig gesprek over ethiek en moraal wordt intern niet gevoerd, althans ik ken het niet. Het gros van de strafadvocaten zien de cliënt vooral als een schaakstuk in een technocratisch steekspel waar vrijspraak of veroordeling moreel evenredige resultaten zijn. Maar schone handen houden in een vuil spel is niet makkelijk. Het Groene-onderzoek komt met verontrustende voorbeelden. Advocaten die geen problemen hebben met het construeren van alibi’s, leugenachtige verklaringen of vervalste documenten. Van sommige collega’s denken advocaten dat die ‘in de tang’ van hun criminele cliënten zijn beland. Bijvoorbeeld omdat die tuchtrechtelijk verboden diensten eisten waar zij zelf niet op in gingen, maar waar de opvolger minder scrupules bij had. Aan pogingen om vertrouwelijke strafdossiers onder dwang te overhandigen wordt naar eigen zeggen weerstand geboden. Waarna de criminele organisatie een andere advocaat aanstelt.

Advocaten zijn, hoe rechtsstatelijk ze er ook bij kijken, óók dienstverleners aan de onderwereld die doelwit van bedreiging, geweld of afpersing kunnen zijn. Uit de hoge uurtarieven trekken criminelen nog wel eens de conclusie dat ze ook resultaten kunnen eisen.

De Groene schrijft over advocaten die hun auto moeten afstaan, de zeggenschap over hun derdenrekening verliezen, gedwongen worden om tegen de regels in informatie te lekken aan opgesloten verdachten. Soms moet het ‘bendebelang’ zwaarder wegen. Dan kan opeens een veroordeling wenselijker zijn dan een vrijspraak. Lang leve de rechtsstaat dus, maar het zou helpen als strafadvocaten, dan wel de Orde, eens wat meer opening van zaken gaf.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.