Waarom heel Den Haag het verkeerde spel kon gaan spelen: integriteitsbingo

Deze week: Baudet die knipt in Omtzigts bijdrage, woede over nieuwe integriteitsregels, zorgen over Hugo de Jonge en Grapperhaus, het morele moeras van sociale media. Ofwel: hoe Den Haag verslingerd raakte aan integriteitsbingo.

Integriteitskwesties met Tweede Kamerleden behoren tot de kleine miezerigheid van de politiek. Bedelen om gratis concertkaartjes bij een lobbyist, te veel reiskosten declareren, tripjes verzwijgen, cadeaus maskeren: kwesties die altijd terugkeren, en zelden een bevredigende afloop kennen.

Want er zijn registers en regels – maar niemand die namens de Kamer toeziet op naleving.

Alleen: deze week kwam hierin verandering. Terwijl corona de aandacht opeiste, steunde de Kamer dinsdag een strengere gedragscode én de instelling van een commissie met onafhankelijke buitenstaanders die vanaf april 2021 klachten over naleving van de code natrekt.

Het ligt bij sommige fracties zéér gevoelig.

De nieuwe afspraken zijn een reactie op oude kritiek van de Raad van Europa en talrijke affaires van recente datum. Gedoe met reiskostenvergoedingen van Klaas Dijkhoff (VVD), Dion Graus (PVV), Theo Hiddema (FVD) en Thierry Baudet (FVD). Het appartement dat Alexander Pechtold (D66) kreeg van een Canadese diplomaat. De terugkerende scheldpartijen met een Kamerlid als Selçuk Öztürk (Denk).

Drie fracties (PVV, FVD, Denk) en een afsplitser, Wybren van Haga (ex-VVD), stemden tegen de nieuwe regels. De laatste drie zonder toelichting, maar in het debat over de zaak, twee weken eerder, sprak de PVV er met afgrijzen over. Volgens Kamerlid Gidi Markuszower wil „de elite” hiermee „zijn greep op de macht verstevigen”. Een bewuste poging („ik ga uit van kwade trouw”) om via onafhankelijke deskundigen „andere Kamerleden weg te duwen of zwart te maken”.

Het was een knap staaltje integriteitsbingo. Jarenlang voer de PVV uit tegen de zaak-Pechtold, die zonder gevolgen bleef omdat een toezichthouder ontbrak. Maar nu er zo’n toezichthouder komt, ziet de fractie van Wilders dit vooral als poging de PVV te pakken.

Het paste uitstekend bij deze week, dacht ik achteraf, omdat bijna iedereen nu integriteitsbingo speelt – ook de overheid zelf. Er was dinsdag in Den Haag enorme behoefte woedend te zijn op ‘influencer’ Famke Louise, eerder door het ministerie van Volksgezondheid ingehuurd om het belang van coronabestrijding op sociale media te benadrukken. Nu keerde zij zich tegen de coronaregels, en D66-voorman Jetten eiste dat ze haar eerdere gage retourneerde.

Maar Jetten had zich ook kunnen afvragen: waarom ging de overheid überhaupt met haar in zee?

Uit het contract bleek dat het puur opportunisme was: de overheid wilde jongeren overtuigen, en vond daarvoor vehikels – naast Famke Louise onder meer de rapper Boef – die slechts werden geselecteerd om hun ‘miljoenenbereik’. Niet om hun geloofwaardigheid of authenticiteit.

Dus niet die influencers lieten zich hier kennen, dat was de overheid zelf: als ministeries zo ondoordacht op eigenbelang sturen, moeten ze niet verbaasd zijn als ze ondoordacht eigenbelang oogsten. Over integriteitsbingo gesproken.

Het gaat verder. Er zijn aanwijzingen dat zwaar getroffen delen van de oude economie het protest tegen coronamaatregelen ondersteunen. Investeerders en bedrijven die uit eigenbelang proberen het overheidsbeleid kapot te spelen. Het is eerder vertoond, en als het gebeurt kan de overheid maar één ding doen: standhouden.

Alleen: vorig jaar, toen het boerenprotest hetzelfde beoogde, besloten CDA, VVD en CU mee te buigen. En interessant genoeg was dit boerenprotest één grote socialemedia-imitatie: een expositie van woede, agressie en dreigementen. Met als slotsom dat deze nagespeelde online werkelijkheid ook de Haagse werkelijkheid overnam: uiteindelijk eindigde die hele stikstofcrisis zonder dat boeren, die het meeste stikstof uitstoten, ook maar één verplichting kregen opgelegd.

Het gevolg zie je nu in de coronaprotesten: demonstranten die ervan uitgaan dat misdragingen zullen lonen.

Het laat ook zien hoezeer sociale media voor politici, ambtenaren én burgers een moreel moeras zijn geworden. Kijk maar hoe op die platforms wordt gereageerd op integriteitskwesties met politici. Die gaan vaak over (mogelijke) belangenvermenging, en een Kamerlid met een iets te actieve zakelijke neef in het overheidsdomein is algauw fout. Onberispelijkheid als enige standaard: geen gesjoemel, alles netjes opgeven, strikte belangenscheiding.

De ironie is natuurlijk dat mensen hun woede over zulke kwesties uiten op socialemediaplatforms waar werkelijk álle belangen vermengd zijn. Commerciële belangen, ideële belangen, individuele belangen – het loopt er allemaal door elkaar, vaak gemaskeerd, dus je weet zelden waarnaar je kijkt. Ook omdat imago’s kneedbaar zijn, aandachtverlangens verslavend, en volgersaantallen te koop.

De uitkomst is een onbegrensd hyperkapitalisme waarmee de moederbedrijven van de platforms miljarden verdienen, en dat alle andere betrokkenen – ondernemers, adverteerders, overheden, politici, activisten, influencers, burgers – meetrekt in datzelfde morele moeras, waar verdeeldheid wordt bevorderd, de kwaliteit van informatie oncontroleerbaar is, en het oogmerk van de afzender doorgaans onhelder.

Het besmeurt uiteindelijk iedereen – ook de politiek. Het kwam deze week samen in het videootje waarmee Baudet een debatfragment met Pieter Omtzigt (CDA) op zijn socialemedia-accounts postte, waarna Omtzigt hem erop betrapte dat de FVD-voorman een deel had weggeknipt – namelijk het deel waarin Omtzigt hem verweet dat hij eerder voor hem onvoordelige fragmenten wegknipte. Integriteitsbingo in het kwadraat.

Veel is de laatste weken geschreven over de verontrustende Netflix-film The Social Dilemma, die laat zien hoe sociale mediaplatforms onze hersenen hebben gekaapt: ze kunnen gedrag beïnvloeden zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn. Het kan ook het meest elementaire recht in de democratie beïnvloeden: het uitbrengen van onze stem.

En zo is uiteindelijk de vraag, zoals Max Read laatst in Bookforum schreef, in een fraaie recensie van het recente boek The Twittering Machine, waarom zoveel mensen überhaupt op sociale media blijven: „Wat mankeert ons?”

Corona keerde deze week in Den Haag terug als allesoverheersend thema, en vanzelf leidde dit tot speculaties in het praatcircuit. Kan Hugo de Jonge het nog aan, begint Rutte misschien moe te worden, ondergraaft Grapperhaus’ aanblijven niet de legitimiteit van het kabinet?

Dus je kon je wel voorstellen dat politici even geen tijd hadden voor de onderliggende rol in deze crisis van sociale media. Evengoed is duidelijk dat nieuwe – onvermijdelijke – maatregelen tegen het virus de verdeeldheid verder zullen bevorderen en het complotdenken verergeren. Trends die sociale media slechts versterken.

Zo noopt deze hele crisis óók tot nadenken over de begrenzing, internationaal en nationaal, van de invloed van deze platforms. Denk niet dat nationale politici het gif niet zien. Lodewijk Asscher (PvdA), Jan Middendorp (VVD), Kathalijne Buitenweg (GroenLinks), Kees Verhoeven (D66): talrijke Kamerleden bepleitten de laatste jaren inperking van hun rol – en strandden vervolgens op nationale en Europese gebruiken.

Maar dit is, na corona, de grootste bedreiging van de democratie én het maatschappelijk leven, van de samenhang daarvan, van het voortbestaan ervan, en je mag wel hopen dat partijen dit in de campagne met hoofdletters agenderen.

Ze pleiten nu stuk voor stuk voor een sterke staat, allemaal tot je dienst, maar begin dan waar die sterke staat het hardste nodig is: door niet langer samen te spannen met sociale media, maar door burgers, als het kan in heel Europa, ertegen te beschermen. Om de integriteit van ons bestaan.