Opinie

Europese migratieplannen zijn vooral symbolisch, politieke wil is vereist

Migratie

Commentaar

De migratieplannen die de Europese Commissie woensdag presenteerden hebben als ondertitel ‘een frisse start voor migratie in Europa’. Maar fris kan het migratiedossier al lang niet meer worden genoemd. Het kostte een hevige brand in kamp Moria om de schrijnende omstandigheden waarin migranten in Europa verkeren weer in volle omvang onder ieders aandacht te krijgen.

Het systeem dat de Commissie voorstelt is complex, maar komt in een notendop hierop neer: de Commissie zet sterk in op snelle en effectieve terugkeer van kansloze asielzoekers, nu de achilleshiel in het beleid. Procedures moeten sneller, zodat zich geen nieuw Moria zal voordoen, en wie geen recht heeft op asiel, moet spoedig terug naar huis – te realiseren door herkomstlanden te verleiden daarover afspraken te maken, in ruil voor ontwikkelingsgelden en visumregels.

Het idee van verplichte opvangquota, dat tot grote onderlinge verdeeldheid leidde toen de Commissie in 2015 met voorstellen kwam, is overboord gekieperd. Wel vindt de Commissie dat lidstaten moeten meedoen. Voor de landen die geen vluchtelingen willen opnemen, zijn andere mogelijkheden: ze kunnen expertise leveren of geld; of helpen bij het terugsturen van uitgeprocedeerden uit andere landen, door het inzetten van hun eigen bilaterale relaties.

Over de uitvoerbaarheid van die tekentafelplannen bestaat veel scepsis bij mensenrechtenorganisaties. Zo wordt de eerste beoordeling van asielzoekers gedaan op basis van nationaliteit en het percentage van asielverzoeken dat uit dat land wordt ingewilligd in Europa. Is dat percentage minder dan 20 procent, dan wordt een aanvraag afgewezen. Een manier om snel te beslissen, maar naar individuele omstandigheden wordt zo niet gekeken.

Er zijn ook veel open eindjes. Zo moet er volgens de Commissie een systeem worden opgezet om onderzoek te doen naar de veelvoorkomende ‘pushbacks’ van asielzoekers, het illegaal terug de grens over duwen van migranten die een land willen binnenkomen. Zoals Griekenland, dat boten richting Turkije terug de zee op duwt. Alleen: dat systeem moet opgezet worden door lidstaten, waaronder ook landen die zelf aan die pushbacks meedoen.

Ook is onduidelijk hoe snelle screening aan de grenzen vorm moet krijgen. Extra controles op gezondheid en veiligheid van nieuwkomers binnen vijf dagen vergt veel van aankomstlanden als Italië en Griekenland waar de druk nu al hoog is. Tegelijk zijn de Europese budgetten voor migratie juist geslonken.

Omdat landen de omvang van de vuistdikke voorstellen nog moeten verteren, waren de eerste reacties voorzichtig. Uit Duitsland, Frankrijk en Italië kwamen optimistische geluiden, met woorden als „goede basis”, en „een kans” om de wereld te laten zien dat Europa verenigd is. Een woordvoerder van de Hongaarse premier Viktor Orbán, een notoire dwarsligger op het migratiedossier, zei dat Hongarije wél verplichte quota uit de plannen afleest – en daar nog altijd tegen is.

Volgens de verantwoordelijke staatssecretaris in Nederland, Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD), is het nog te vroeg voor een oordeel. Het enige dat zij er donderdag in een debat in de Tweede Kamer over wilde zeggen was dat „Nederland Europa nodig heeft om een efficiënt asiel- en migratiesysteem te krijgen.”

Uit haar woorden spreekt de economische kijk die Nederland – en andere lidstaten – hebben op een vraagstuk dat in beginsel humanitair van aard is. Het gaat over aantallen, over het afkopen van verantwoordelijkheid. Over ruilhandel tussen mensen en diensten. Europese lidstaten spreken wel over solidariteit, maar bedoelen daarmee vooral solidariteit met medelidstaten. Niet solidariteit met de mensen die bescherming zoeken in Europa.

Het toont dat deze plannen vooralsnog vooral grote symbolische waarde hebben: dat er een plan ís, op een onwrikbaar dossier als migratie, is misschien wel de grootste winst. De brand in Moria maakte opnieuw duidelijk dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken: er was vrijwel geen beleid en nu liggen er in ieder geval voorstellen om over te praten. Dat proces zal overigens nog maanden duren: alle lidstaten buigen zich eerst afzonderlijk over het ‘migratiepact’, het resulteert op zijn vroegst in juni 2021 in beleid.

Toch is een beetje optimisme cruciaal. Want als Europese landen hun hakken nu al in het zand zetten, komt gezamenlijkheid nooit van de grond. Nooit meer Moria, riepen Europese landen in koor. Dat kan Europa alleen maar bereiken door politieke wil te tonen. Dit is het moment om dat te doen.