Ook voor Afghanistan, het onveiligste land, is terugkeer de standaard

Uitzettingen Ondanks een deal met het thuisland, lukte het EU-landen de afgelopen jaren niet om veel Afghanen uit te zetten. Zal het nieuwe migratieplan daar verandering in brengen?

Een Afghaanse vrouw uit het afgebrande vluchtelingenkamp Moira op Lesbos wast haar dochter op straat met een fles water.
Een Afghaanse vrouw uit het afgebrande vluchtelingenkamp Moira op Lesbos wast haar dochter op straat met een fles water. Foto Petros Giannakouris/AP

Abdul Ghafoor vindt het „verbazingwekkend” hoe ver de papieren Brusselse werkelijkheid af staat van de praktijk in Afghanistan. Hij vreest voor „chaos” als het woensdag gepresenteerde Europese migratiepact wordt uitgevoerd en grote groepen uitgeprocedeerde Afghaanse asielzoekers gedwongen worden naar Kabul terugkeren. „Ik durf hier zelf nauwelijks over straat”, zegt hij via een videoverbinding.

Ghafoor is oprichter van AMASO, een ngo die acute hulp biedt aan Afghanen die – veelal berooid en zonder netwerk – aankomen in Kabul nadat ze door een westerse overheid op het vliegtuig zijn gezet. Momenteel komen er alleen Afghanen uit Turkije aan, Europese landen hebben uitzettingen opgeschort in verband met de pandemie.

AMASO heeft sinds 2016 zo’n 1.200 terugkeerders geholpen, zegt Ghafoor. Meestal met uitleg over het leven in Afghanistan, soms ook met onderdak in het gasthuis van de organisatie. Ghafoor heeft alles al voorbij zien komen: alleenstaande mannen, minderjarigen, gezinnen, etnische minderheden, christenen. „Een man was tijdens zijn uitzetting zo zwaar verdoofd dat hij pas na twee dagen wakker werd.”

De Europese Commissie wil herkomstlanden met hulpprogramma’s en visa tot medewerking gaan bewegen en zo de terugkeer mogelijk maken van uitgeprocedeerde asielzoekers. Met Afghanistan bestaat sinds 2016 al een dergelijke overeenkomst, die vóór de komende 6 oktober hernieuwd moet worden. Die informele deal werd gesloten op een donorconferentie, waar de EU tevens miljarden aan hulp aan Afghanistan toezegde.

Afghanen vormen na Syriërs de grootste groep asielzoekers in de EU. Tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 kwamen er zo’n 200.000 naar Europa, veelal na een verblijf van jaren in Iran of Pakistan. Vorig jaar vroegen 53.000 Afghanen voor het eerst asiel aan in de EU, van wie bijna de helft in Griekenland. Ook in het door brand verwoeste kamp Moria waren Afghanen na Syriërs de grootste groep. In Nederland werd vorig jaar ongeveer een kwart van de eerste asielaanvragen van Afghanen ingewilligd.

Betrouwbare cijfers ontbreken

Betrouwbare Europese cijfers over het aantal uitzettingen naar Afghanistan ontbreken. Vanuit Nederland zijn er volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie in de eerste zeven maanden van dit jaar veertig Afghanen uitgezet, tegenover 170 die met onbekende bestemming zijn verdwenen.

Hiske van den Bergh, landenspecialist bij Vluchtelingenwerk Nederland, vreest dat de snellere beoordelingsprocedures voor asielaanvragen die Brussel woensdag heeft aangekondigd ten koste zullen gaan van de zorgvuldigheid. „Het is moeilijk om een vluchtverhaal in Afghanistan te verifiëren en daarom worden aanvragen snel afgewezen. Maar vaak krijgen geweigerde Afghanen in een beroepsprocedure alsnog gelijk.”

Toen de EU en Afghanistan in 2016 hun akkoord sloten, hielden Brusselse ambtenaren er rekening mee dat er in vier jaar tijd 80.000 Afghanen vanuit Europa uitgezet zouden moeten worden. Zij maakten zelfs plannen voor een nieuw te bouwen terminal op het vliegveld van Kabul. Maar er is weinig van terechtgekomen.

Lees ook: Reacties op EU-migratieplan zijn zuinig, vooral in Oost-Europa

De veiligheidssituatie is zodanig verslechterd dat er veel weerstand is van mensenrechtenadvocaten en ngo’s. Daarnaast is er in de praktijk weinig steun van de Afghaanse overheid. „Natuurlijk gaat een land als Afghanistan akkoord met zo’n deal”, zegt Van den Bergh. „Ze hebben het ontwikkelingsgeld heel hard nodig. Als zij hun kant van de afspraken niet kunnen waarmaken, blijkt dat later pas.” 

„Wie hier van de vliegtuigtrap komt”, vertelt Abdul Ghafoor, in 2013 zelf uitgezet uit Noorwegen, „krijgt een klein beetje geld en wat spullen. Verder wordt hij aan zijn lot overgelaten.” Terugkeerders zijn kwetsbaar, zegt hij. „Soms vertrouwt hun familie hen niet meer. Die zijn bang dat ze Europa moesten verlaten omdat ze een misdaad hebben gepleegd.” Ook kan iemand beschuldigd worden van te westers gedrag. Afghanen die christen of atheïst zijn geworden, lopen extra gevaar.

Terugkeerders komen terecht in een hoofdstad die de afgelopen jaren een stuk onveiliger is geworden, mede door grote aanslagen van Islamitische Staat op burgerdoelen als scholen en trouwzalen. Nu de Taliban en de regering over vrede praten, zijn er op verschillende plaatsen in het land meer gevechten, met steeds opnieuw burgerslachtoffers.

‘Hel voor minderheden’

Volgens de Global Peace Index was Afghanistan de afgelopen twee jaar het onveiligst van alle landen. De vredesdialoog in Qatar geeft volgens Ghafoor nog geen aanleiding tot hoop: „De Taliban hebben daar verklaard dat ze alleen hún interpretatie van het islamitisch recht accepteren. Als zij hun zin krijgen, wordt dit land de hel voor minderheden.”

Waarom dan toch die Europese nadruk op terugkeer? Ghafoor: „Accepteren dat terugkeer te onveilig is, zou betekenen dat het Westen moet erkennen dat het gefaald heeft in Afghanistan. Hetzelfde geldt voor de Afghaanse regering: die wil laten zien dat zij de situatie onder controle heeft en de vrede op komst is.”

Van den Bergh verbaast zich er desondanks over dat niet meer Afghanen een verblijfsvergunning krijgen in Europa. „Misschien komt het juist doordat het om zoveel mensen gaat.” Zij wijst op een Duits onderzoek waaruit blijkt dat 90 procent van de uitgezette Afghanen met geweld te maken krijgt. „Veel terugkeerders vertrekken al snel weer naar Iran of Pakistan. Een deel van hen zien we later weer terug in Europa.”