Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

‘Met kringlooplandbouw help je natuur én boer’

Jan Willem Erisman Hoe kan de landbouw in evenwicht komen met de omgeving? Veel boeren „willen die ratrace van productieverhoging waar ze nu inzitten niet meer”.

‘We zijn overdag wat langzamer gaan rijden. Dat is het”, zegt Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid aan de Universiteit Leiden. Het kabinet heeft het afgelopen anderhalf jaar „nog maar bar weinig maatregelen” genomen die de uitstoot van stikstof hebben verminderd, zegt hij.

Dat ondanks de crisissituatie die er sinds 29 mei 2019 is. Toen zette de Raad van State een streep door de Nederlandse aanpak om de uitstoot te beperken van stikstofverbindingen en de neerslag ervan vanuit de lucht naar de grond. Sindsdien geldt de regel: eerst moet die neerslag (depositie) in een gebied omlaag, voordat er economische activiteiten kunnen plaatsvinden waarbij extra stikstofverbindingen vrijkomen. Met name de bouw- en de landbouwsector staan daardoor op de rem. „Ik zie een enorme worsteling in de coalitie”, zegt Erisman. „Deze vier partijen krijgen nauwelijks overeenstemming over de grote stappen die in de landbouw genomen moeten worden.”

Erisman was het afgelopen anderhalf jaar veelvuldig in de media te zien en te horen – hij staat bekend als de stikstofprofessor. Hij pleit voor een landbouw die weer „in evenwicht” is met z’n omgeving, en die het water, de lucht, de natuur niet zo belast zoals nu. We praten erover bij hem thuis, in zijn achtertuin. Erisman woont in Den Haag, op vijf minuten lopen van het strand. Hij heeft net z’n drie krielkippen uit het hok gelaten.

Kern van het probleem, zegt Erisman, is de import en het intensief gebruik van producten die voor neerslag van stikstof zorgen. Veevoer, kunstmest, fossiele brandstoffen. Die overmaat aan stikstof komt in verschillende chemische verbindingen terecht in de bodem, het water, de lucht. En heeft daar allerlei nadelige effecten. Op de gezondheid van de mens, op de kwaliteit van het water, op de biodiversiteit. De huidige stikstofcrisis beperkt zich tot de neerslag (depositie) van stikstof in beschermde Natura 2000-gebieden. De binnenlandse landbouw heeft in die depositie veruit het grootste aandeel, ruim 40 procent – het varieert iets van jaar tot jaar. Vandaar dat er voor oplossingen vooral naar de landbouw wordt gekeken.

De stikstofdepositie zal fors omlaag moeten. Waarom eigenlijk?

„Het grootste nadeel aan stikstof is wat mij betreft de afname van de biodiversiteit. Planten hebben stikstof nodig, maar een overmaat zorgt ervoor dat een paar soorten de overhand krijgen, zoals pijpestrootje in heidegebieden en braam in het bos. Veel soorten zijn verdwenen, wat consequenties heeft voor insecten, vogels. In Europa heeft elke lidstaat gebieden aangewezen, de Natura 2000-gebieden, met een beschermde status. In deze gebieden moet je zorgen voor een, zoals het heet, gunstige staat van instandhouding. Een van de voorwaarden is dat je de stikstofdepositie onder een bepaalde waarde brengt, de kritische depositiewaarde.”

Wat is dat?

„Boven die waarde heb je kans op negatieve effecten, en die kans neemt toe met de duur en de grootte van de overschrijding. Voor hoogveen ligt die waarde vrij laag, op 5 kilo per hectare per jaar. Ook duingebieden en kruidenrijk grasland hebben een lage drempel. Bossen zitten tussen de 15 en 30 kilo. In Nederland bedraagt de depositie nu, gemiddeld, zo’n 22 kilo per hectare per jaar. In 70 procent van de Natura 2000-gebieden wordt de kritische waarde overschreden, vaak vele malen.”

Minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie) wil dat in 2030 de helft van het totale oppervlak van de Natura 2000-gebieden onder die kritische depositiewaarde zit. Hoe kijkt u daarnaar?

„Op zich mooi, maar hiermee bescherm je alleen de minst kwetsbare natuur. En de uitvoering is vrijwillig. In het voorstel dat nu bij de Tweede Kamer ligt, moet de emissie de komende tien jaar met 26 procent omlaag. Daarmee haal je de kritische depositiewaarden bij lange na niet. De commissie-Remkes, die adviseert over de aanpak van de stikstofcrisis, heeft in een kritisch rapport afgelopen juni aangegeven dat het veel te weinig is. Het zou 50 procent moeten zijn.”

Het gaat in de discussie alleen over de Natura 2000-gebieden. Is dat terecht?

„Omdat die juridisch beschermd zijn in de EU. Maar de te hoge depositie en de verarming van de biodiversiteit gaat op voor alle natuur in Nederland, vooral die op het platteland.”

Als oplossing pleit u voor natuurinclusieve landbouw. Wat is dat?

Lees over mest: Nederland is overbemest, van de lucht tot het grondwater

„Dat je als boer zoveel mogelijk gebruik maakt van ecologische processen en eigen bronnen. Zonder je omgeving te belasten. En je stimuleert de biodiversiteit. Daarbij haalt je een goed rendement. Dus een melkveehouder laat zijn koeien zoveel mogelijk in de wei, en ze eten kruidenrijk gras. De mest van de eigen koeien gebruikt hij om het gras te laten groeien. Het kan ook dat de mest naar een akkerbouwer in de buurt gaat, en dat de akkerbouwer in ruil resten van zijn gewassen als voer aan de melkveehouder teruggeeft. De cyclus is zo lokaal mogelijk. Kern is dat je geen veevoer en kunstmest meer importeert.”

Dat is toch ook wat landbouwminister Schouten wil? In 2030 moet Nederland over zijn op kringlooplandbouw.

„Maar haar definitie laat veel ruimte, en het is veel minder ecologisch ingestoken. Wat wil ze bijvoorbeeld met de intensieve veehouderij? Kippen- en varkenshouders hebben vaak weinig eigen land. Hun veevoer is grotendeels geïmporteerd. Gaat de minister dat verbieden? Mag het vee in Nederland alleen nog gevoerd worden met overblijfselen uit de eigen landbouw en de eigen voedingsindustrie?”

Wat zou dat betekenen als die randvoorwaarde wordt gesteld?

„Daar heeft Imke de Boer uit Wageningen aan gerekend. De huidige veestapel zou minstens halveren. Dus met die randvoorwaarde zou de minister impliciet tekenen voor een halvering van de veestapel, precies waar D66 voor pleit. Maar dat is politiek onhaalbaar.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Voor welke oplossing wordt dan gekozen?

„Ik zie de eerste contouren van een beleid waarin de intensieve veehouderij wordt verplicht zijn mest te verwerken. Het zou dan als vervanging moeten dienen voor kunstmest. Je kunt zo’n product ook exporteren. Maar Brussel moet dat wel goedkeuren. Ze zal allerlei eisen stellen aan dierlijke mest. Maar als het dan mag, biedt het intensieve veehouders een uitweg.”

Hoe pakt minister Schouten de stikstofcrisis aan, vindt u?

„Mijn belangrijkste bezwaar is dat ze de boeren geen langetermijnduidelijkheid geeft. Het ontbreekt aan doelen. Wil je boeren de omslag laten maken, dan moeten ze weten waar ze naartoe moeten. En dat moet je als overheid faciliteren. Eerder deze maand heeft het College van Rijksadviseurs het kabinet opgeroepen om tot een new deal te komen tussen de boeren en de maatschappij. De landbouw moet duidelijke en scherpe doelen krijgen voor biodiversiteit, bodem, water, landschap, klimaat.”

Willen boeren die omslag wel maken?

„We hebben het vorig jaar voor het ministerie in kaart gebracht. Een paar procent van de ruim 50.000 agrarische bedrijven werkt al min of meer volgens de principes van kringlooplandbouw. Zo’n 70 procent geeft aan de omslag wel te willen maken. Ze willen die ratrace van productieverhoging waar ze nu inzitten helemaal niet meer. Maar de druk vanuit de markt, de leveranciers van voer en kunstmest, en ook van de banken, is groot. Banken hebben maar één spreadsheet, en die gaat uit van groei. Ik heb het op Schiermonnikoog een keer meegemaakt dat een boer bij de Rabobank om een lening vroeg voor zonnepanelen. Dat was prima, maar dan moest hij wel uitbreiden naar honderd koeien. De boer zei: ‘Maar ik ben juist aan het reduceren’. Tja, kreeg hij te horen, daar kunnen we niks mee.”

Hoe kun je die grote groep boeren richting kringlooplandbouw krijgen?

„Door ze te belonen voor het juiste gedrag. Wij werken nu een systeem uit van zogeheten kritische prestatie indicatoren. Boeren verbouwen nu bijvoorbeeld eerst aardappelen, het jaar daarna uien en daarna suikerbieten. Dat zijn cashcrops, die leveren geld op. Maar zo’n rotatieschema van 1 op 3 put de bodem uit. We weten uit de praktijk dat een schema van 1 op 7 beter is. Je begint met aardappelen, dat wissel je bijvoorbeeld af met gras, met een diepwortelend graan, met een gewas dat stikstof vastlegt zoals lupine. Zo’n rotatieschema geldt als een indicator voor bodemkwaliteit. Je kunt een boer belonen als hij eraan voldoet.

„Een andere indicator is het gebruik van lichtere machines. Want het gebruik van steeds zwaardere landbouwmachines heeft de bodem verdicht. Het is een groot probleem. De Raad voor de Leefomgeving heeft afgelopen juni nog een rapport geschreven over de slechte staat van de Nederlandse landbouwbodems.”

Hoe ver bent u met dit systeem?

„Voor de melkveehouderij is het al beschikbaar. Maar voor de akkerbouw staat het nog in de kinderschoenen, laat staan voor sectoren als de sierteelt en de intensieve veehouderij. Of dit systeem in het beleid wordt opgenomen staat nog niet vast. Iedereen ziet er de voordelen van. Maar ook hier stuit je weer op Brussel. Het belonen van prestaties van boeren wordt al snel uitgelegd als staatssteun. Europese regels werken wel vaker belemmerend.”

De landbouw moet opnieuw worden uitgevonden?

Lees over maatregelen tegen stikstof: De boer kan meer doen tegen de uitstoot van ammoniak

„Het is eerder dat de landbouw terug moet naar een toestand waarin hij zijn omgeving niet zo belast. De sector neemt de helft van het Nederlandse grondgebied in beslag en drukt dus een zware stempel op die omgeving.

„Ik denk dat we een tweedeling gaan zien. Je hebt de groep boeren die blijft concurreren op de wereldmarkt, met een economisch gezond bedrijf dat aan alle milieurandvoorwaarden voldoet. En je hebt de groep die het landschap en de natuur mee gaat onderhouden, die zorg levert, die zelf kaas maakt, die verbouwt wat burgers op bestelling aanvragen. Dat wordt een hele grote groep, want het mooie gevarieerde landschap van Nederland willen we wel behouden.”