Opinie

Laat de stem van de vrouw bepalend zijn bij abortus

Emancipatie De abortuspraktijk in Nederland kan beter door de rol van de huisarts te versterken en de vrouw meer ruimte te geven, stelt En aan die vijf dagen bedenktijd moet nu echt een eind komen.
Demonstratie van Dolle Mina’s 1970
Demonstratie van Dolle Mina’s 1970 Foto Jaap Herschel/ANP

Later deze maand behandelt de Tweede Kamer de tweede evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz), ofwel de abortuswet. Het debat gaat over eventuele aanpassingen aan de wet die abortus sinds 1984 onder bepaalde condities mogelijk maakt in Nederland. Kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers stelt op basis van de evaluatie en verzamelde kennis dat de huidige wet onvoldoende recht doet aan de keuzevrijheid van vrouwen. De huisarts kan een duidelijkere rol spelen. Een vroege zwangerschapsafbreking zou ook via de huisarts moeten kunnen. De verplichte bedenktijd dient te worden afgeschaft. Bovenal moet de stem van vrouwen meer leidend zijn.

Steeds meer vrouwen, in Nederland, maar ook internationaal, kiezen bij een vroege zwangerschap voor een medicamenteuze zwangerschapsafbreking in plaats van een instrumentele behandeling (curettage). In Nederland kunnen vrouwen hiervoor alleen terecht bij één van de vijftien abortusklinieken of 87 ziekenhuizen met een speciale vergunning. Van alle zwangerschapsafbrekingen vindt 90 procent in de abortusklinieken plaats.

Medicamenteus

Voor sommige vrouwen vormen de reistijd en -kosten een belemmering. Een medicamenteuze behandeling via de huisarts kan dan een welkome optie zijn. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) stelt zich al langer op het standpunt dat een vroege zwangerschapsafbreking met medicatie via de huisartsenpraktijk mogelijk is. In Engeland, Frankrijk en Zweden is dit al de praktijk. Ook in Nederland is het wenselijk om de medicamenteuze behandeling bij een vroege zwangerschap, beschikbaar te stellen via de huisarts.

Lees ook: Bij abortus plofte ineens een ‘maar’ op tafel bij De Vooravond

Een goede toegang tot abortuszorg heeft ook te maken met de timing van zorg. Wanneer je ongewenst zwanger bent en het besluit tot afbreking eenmaal hebt genomen, wil je dit het liefst zo snel mogelijk laten doen.

Beraadtermijn

Bij een abortus geldt na het eerste bezoek aan een arts een verplichte bedenktijd van vijf dagen, de zogenaamde beraadtermijn. Voor vrouwen is dit soms onnodig emotioneel en fysiek belastend. Bovendien kan het zijn dat door de beraadtermijn een zwangerschapsafbreking met medicatie niet meer mogelijk is.

Bij een evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) in 2004 gaf een meerderheid van de vrouwen aan dat ze de bedenktijd onnodig en ongewenst vonden. Toch besloot de politiek anders. Maar nu komt ook uit de tweede evaluatie geen onderbouwing om de bedenktijd te handhaven. In een aantal andere landen is de beraadtermijn inmiddels afgeschaft of verkort. In overleg met de arts kan bepaald worden of en hoeveel bedenktijd nodig is om tot een weloverwogen besluit te komen. Dat zal voor iedere vrouw verschillend zijn.

Er zijn huisartsen die vrouwen principiëel niet verwijzen naar een abortuskliniek

Het doel van de abortuswet is om het ongeboren menselijk leven te beschermen en tegelijkertijd hulp te bieden aan vrouwen die onbedoeld zwanger zijn. Keuzevrijheid en zelfbeschikking staan hierbij centraal. De belangrijkste conclusie uit de huidige evaluatie is dat de wet goed functioneert en de wet goed wordt nageleefd.

Verbeterpunten

De abortuszorg is in Nederland van hoge kwaliteit. Tegelijk heeft Nederland in vergelijking met andere Europese landen een laag abortuscijfer: 8.4 op de 1.000 vrouwen in de leeftijd van 15 tot 45 jaar.

Toch constateren de onderzoekers ook een aantal verbeterpunten. Deze onderschrijft Rutgers. Vier van de aanbevelingen zijn met name van belang om de keuzevrijheid van vrouwen en de toegang tot de abortuszorg te verbeteren. Deze wil Rutgers onderstrepen, duiden en kracht bij zetten, waarbij wij ons ook baseren op ander nationaal en internationaal onderzoek.

Lees ook: Abortus: de strijd tussen het ‘kind’ en de ‘vrucht’ laait op

De huisarts speelt als gezegd een belangrijke rol in de begeleiding bij een ongewenste zwangerschap, en die rol vraagt om duidelijkheid. Van de abortuscliënten komt 64 procent via de huisarts bij de abortuskliniek, ook al is een verwijzing van de huisarts niet nodig.

De rolopvatting van de huisarts verschilt echter sterk. Er is een ‘Leidraad huisartsenzorg bij een onbedoelde zwangerschap’, die handvatten biedt voor begeleiding bij de besluitvorming en informatie geeft over behandelmogelijkheden. Huisartsen blijken hier onvoldoende mee bekend.

Principiële gronden

Uit het evaluatieonderzoek blijkt de kwaliteit van de begeleiding en zorg door huisartsen sterk uiteen te lopen. Bovendien komt uit het onderzoek naar voren dat er huisartsen zijn die vrouwen op basis van principiële gronden niet verwijzen naar een abortuskliniek.

Ook de kennis van de abortuszorg schiet bij huisartsen soms tekort: bij een overtijdbehandeling met spiraaltje of medicatie (tot 16 dagen overtijd) is geen vaste bedenktijd van vijf dagen nodig. De overtijdbehandeling is namelijk geen onderdeel van de abortuswet.

De evaluatie van de wet is gebaseerd op de mening van een grote groep professionals. Slechts vijftig vrouwen die ervaring hebben met abortuszorg vulden hiertoe een vragenlijst in.

Dat moet in de toekomst beter. Het is belangrijk dat vrouwen zich laten horen, en gehoord worden. Wij roepen dan ook op tot een representatief periodiek onderzoek naar de ervaringen van vrouwen met (toegang tot) abortuszorg. Dit is essentiële onderbouwing voor een vrouwvriendelijker abortusbeleid op lange termijn.

Correctie (27/09, 12:11 uur): In de intro bij dit artikel stond dat de huisarts bij abortus een kleinere rol moet spelen. Zijn rol willen de auteurs juist versterken. Dat is hierboven aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.