Opinie

‘Ik lees u altijd, behalve….’

Frits Abrahams

Vroeger reageerden de lezers vooral per brief op mijn columns, de laatste tien jaar mailen ze liever. Ik heb daar alle begrip voor, want ik doe het zelf ook, maar ik mis ze wel, die uitvoerige epistels, of ze nu positief waren of niet. Op een of andere manier maakten ze de band met de lezer tastbaarder.

Ik zou mij in deze terugblik graag tot de positieve reacties beperken, al was het maar om mijn hoofdredacteur duidelijk te maken dat hij mij pas mag loslaten als op mijn graf het opschrift ‘Mijn laatste stukje’ prijkt. Maar als columnist moet je niet nóg ijdeler willen zijn dan je toch al lijkt, dus zal ik nu vooral aandacht besteden aan de minder gunstige reacties.

Daar is in de eerste plaats de gemengde reactie. De lezer toont zich dan weliswaar over het algemeen tevreden over het gebodene, maar het moet hem of haar van het hart dat je dit keer een teleurstellende prestatie hebt geleverd. Was het nou werkelijk nodig dat er gevloekt werd? En waarom moest die vrouw als corpulent beschreven worden, zou ik dat ook bij een kerel hebben gedaan? En altijd weer die kritiek op rechtse politieke partijen, pak die PvdA van je eigen vrouw maar eens aan.

Ook komt het geregeld voor dat lezers schrijven of zeggen: „Ik lees die stukjes van u altijd, behalve als u over katten schrijft.” Het woord ‘katten’ kan desgewenst vervangen worden door ‘voetbal’, ‘politiek’, ‘popmuziek’, ‘boeken’ of andere onderwerpen waar ik met een zekere regelmaat over schrijf.

Ik herinner me dat ik nogal trots was op een lange serie stukjes over Franz Kafka. Ik las al zijn boeken en toog in 2007 naar Praag en Wenen om zijn sporen te volgen. Enkele weken na mijn terugkeer stuitte ik tijdens een bijeenkomst op twee oudere lezeressen die mij staande hielden met het als vermaning bedoelde compliment: „Goed dat u weer begonnen bent, het werd wel tijd dat u ophield met die Kafka.”

Er bestaat ook zoiets als de puur afwijzende reactie. Die kenmerkt zich doorgaans door boosaardig taalgebruik. Een collega van een omroep wiens programma ik kritisch had behandeld, repte van „een schrijfsel van jouw hand” dat ontaard was in een „tendentieus onzinstukje”. Ik heb mijn antwoord aan hem er nog eens op nagelezen en ik moet bekennen: een pittig schrijfsel.

Op social media gaan negatieve reacties de laatste jaren doorgaans vergezeld van een verwijzing naar mijn leeftijd: hoe ouder, hoe achterlijker, is kennelijk de achterliggende overtuiging. Ik kan zulke reaguurders niets kwalijk nemen, misschien hebben ze treurige ervaringen met hun eigen ouders.

Een groot zwak heb ik voor de informatieve reactie. Dat is het type reactie dat iets aan je kennis toevoegt. Ik had geschreven dat ik moeite had met het zelf druppelen van mijn oog na een staarbehandeling. Een 88-jarige lezer gaf mij de volgende tip door van „een nicht in Australië”: „Ga op uw rug in bed liggen, zonder hoofdkussen, neem een kleine zakspiegel ter hand, houdt dit boven uw oog, neem in uw andere hand de druppelaar en druppel uw oog. Ik vind het het ei van Columbus en hoop dat u er wat aan heeft.” Ik heb het nog niet geprobeerd, maar het is wel een tip om te onthouden.

Hoogst zeldzaam is de ondeugende reactie. Die kwam tot mij in deze verbale opwelling van een opgeruimde lezeres: „Alles kits achter de rits, Frits?”